
Foto: Daniel J. Layton, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Aristolochiaceae
Mansoor
Asarum europaeum
In andere talen: Asaret d’Europe (Français) · Asarabacca (English)
Mansoor is een lage, wintergroene bodembedekker uit de pijpbloemfamilie, afkomstig uit de loofbossen van Europa, van Frankrijk tot in Rusland. Hij vormt dichte tapijten van glanzend donkergroene, niervormige bladeren van 5–10 cm breed. De bloemen zijn klein, klokvormig en bruinpaars, en zitten in het voorjaar zo laag tussen het blad dat je ze nauwelijks ziet. Gekneusde bladeren en wortelstokken ruiken pittig en kruidig, wat hem in het Engels de naam wilde gember opleverde. Tuiniers waarderen hem als een van de mooiste bodembedekkers voor diepe schaduw, waar hij langzaam maar zeker een glanzend tapijt vormt.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de wortelstok. Houd kinderen, katten, honden en grazende dieren weg van de plant en gebruik hem nooit als kruid of specerij, ook al heet hij in het Engels wilde gember. Draag handschoenen als je hem scheurt of opruimt.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,3 m breed
| Hoogte | 0,1 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een mansoor?
- Groeivorm
- Laag, kruipend tapijt van zo’n 10 cm hoog; elke plant wordt 20–30 cm breed.
- Blad
- Niervormig tot rond, 5–10 cm breed, stevig, glanzend donkergroen en wintergroen.
- Bloem
- Klein, klokvormig en bruinpaars, verborgen onder het blad vlak op de grond, in het voorjaar; nauwelijks sierwaarde.
- Geur
- Gekneusd blad en de wortelstok ruiken pittig en kruidig.
- Wortels
- Kruipende, vertakte wortelstokken vlak onder de grond, waaruit langzaam nieuwe bladeren groeien.
- Giftigheid
- Alle delen zijn giftig, vooral de wortelstok.
Planten: maart–april en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige bodembedekkers die het ook in diepe schaduw goed doen, zelfs onder struiken.
- Glanzend, wintergroen blad dat het hele jaar mooi blijft en in de winter extra opvalt.
- Groeit dicht en laag en houdt zo onkruid tegen, zonder te woekeren.
- Volledig winterhard en zeer langlevend: een eenmaal gesloten tapijt blijft jarenlang mooi.
- Een rustige, glanzende rand langs een schaduwpad of aan de noordkant van het huis.
Waar staat een mansoor graag?
- Halfschaduw tot diepe schaduw; volle zon verbrandt het blad.
- Humusrijke leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk, zoals in een loofbos.
- Normaal vochtig tot vochtig; laat de grond niet lang uitdrogen.
- Ideaal onder heesters en bomen, langs schaduwpaden en aan de noordkant van een muur.
- Plant dicht, op 25–30 cm, zo’n twaalf planten per m².
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,1 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Varens: Fijn, hoger blad boven het lage, glanzende tapijt.
- Sneeuwklokjes: Witte klokjes die eind van de winter tussen het wintergroene blad bloeien.
- Nieskruid: Wintergroen en vroeg bloeiend, op dezelfde kalkrijke, schaduwrijke grond.
- Bosanemoon: Witte voorjaarsbloemen in hetzelfde bostapijt.
- Hosta: Grote bladeren als contrast met de kleine, ronde blaadjes.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een mansoor?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Verwijder eerst grondig wortelonkruid: tussen een trage bodembedekker krijg je het later moeilijk weg.
- Meng royaal bladaarde of compost door de bovenste 20 cm grond.
- Zet de planten even diep als in de pot, op 25–30 cm in verband, zo’n twaalf per m².
- Giet goed aan en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Mulch tussen de planten met bladcompost, zodat de wortelstokken makkelijk uitlopen.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte geregeld water geven. Daarna enkel tijdens lange droge periodes, zeker onder bomen.
- Bemesten
- Een laagje bladcompost of compost in het voorjaar is genoeg.
- Mulchen
- Een dun laagje afgevallen boomblad mag blijven liggen; dikke lagen haal je weg, zodat het wintergroene blad niet verstikt.
- Wieden
- Wied de eerste twee jaar geregeld met de hand, tot het tapijt gesloten is.
- Oud blad
- In maart beschadigde of verbleekte bladeren wegknippen, vlak voor het nieuwe blad verschijnt.
Tip: Plant hem in verband, zo’n twaalf per m², en mulch elk jaar met bladcompost: zo sluit het tapijt na 2–3 jaar en hoef je bijna niet meer te wieden.
Wanneer snoei je een mansoor?
Wanneer: Mansoor hoef je niet te snoeien. Haal enkel in maart beschadigd of lelijk blad weg.
Hoe:
- Knip losse, bruine of gescheurde bladeren aan de voet weg.
- Laat de gezonde bladeren staan: ze beschermen de plant tot het nieuwe blad volgroeid is.
- Draag handschoenen en ruim het afval meteen op, zodat kinderen en huisdieren er niet aan kunnen.
Let op: Maai of knip nooit het hele tapijt af: hij groeit traag en herstelt daar maar moeizaam van.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september stukken wortelstok met een paar bladeren en wortels afsteken en meteen op de nieuwe plek planten. Goed water geven.
- Zaaien
- Rijp zaad in de vroege zomer meteen zaaien in een pot met humusrijke grond en buiten in de schaduw zetten. Kiemen duurt lang en de jonge planten groeien traag.
Hoe komt een mansoor de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft groen en glanzend, ook onder sneeuw.
- Bij strenge vorst zonder sneeuw kunnen bladeren wat verkleuren; in het voorjaar komen er nieuwe.
- In een pot: zet hem in de schaduw tegen een muur en laat de grond niet uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten in het voorjaar gaten in het jonge blad. ’s Avonds rapen; egels en loopkevers helpen.
- Verbrand blad: Bruine of bleke plekken door zon of droge wind. Verplant naar een schaduwrijkere plek en houd de grond vochtig.
- Trage groei: Het duurt enkele jaren voor het tapijt sluit. Plant dicht, geef bladcompost en wied geregeld.
- Verdroging: Slap, dof blad onder bomen of in droge zomers. Geef royaal water en mulch elk jaar.
Het jaar rond
- Januari: Het wintergroene blad siert de schaduwborder.
- Maart: Beschadigd blad wegknippen. Planten of scheuren. Compost geven.
- April: Nieuw blad. Planten. Letten op slakken.
- Mei: Wieden tussen de jonge planten.
- Juni: Het zaad rijpt; meteen zaaien als je wilt vermeerderen.
- Juli: Water geven bij droogte.
- Augustus: Water geven bij droogte, vooral onder bomen.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Planten. Bladcompost tussen de planten.
- November: Dikke lagen afgevallen blad van het tapijt halen.
- December: Rust. Het glanzende blad blijft mooi.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de mansoor zijn giftig, vooral de wortelstok: hij bevat onder meer asaron, dat braken, buikpijn en diarree geeft en bij langer gebruik schadelijk is. In het Engels heet hij wilde gember en de wortelstok ruikt kruidig, peperachtig, maar het is geen specerij: gebruik hem nooit als gember, kruid of thee. Vroeger werd hij gebruikt om te laten braken of niezen; doe dat niet. Houd kinderen, katten, honden en grazende dieren weg van de plant, en draag handschoenen als je hem scheurt of opruimt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het zaad heeft een vetrijk aanhangsel waar mieren op afkomen: zij slepen het mee en zorgen zo voor de verspreiding.
- Hij hoort bij de pijpbloemfamilie, net als de pijpbloem (Aristolochia), en is geen familie van de echte gember.