
Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Saxifragaceae
Pluimspirea
Astilbe chinensis
In andere talen: Astilbe de Chine (Français) · Chinese astilbe (English)
De pluimspirea Astilbe chinensis komt uit Oost-Azië, van China en Korea tot het oosten van Rusland. Het is een vaste plant met fijn verdeeld, gezaagd blad en rechtopstaande, dichte bloempluimen in lila-roze, roze, purperrood of wit. Hij bloeit later dan de meeste andere astilbes, van juli tot september, en verdraagt meer zon en droogte. Tuiniers gebruiken hem in vochtige borders, langs een vijver en als bodembedekker onder struiken. Bekende rassen zijn de lage ‘Pumila’, die een dicht tapijt vormt, en de hoge, purperrode ‘Purpurlanze’.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een pluimspirea?
- Groeivorm
- Compacte pol van ongeveer 50 cm hoog en 40 cm breed; de lage vormen blijven onder 30 cm en breiden zich uit met korte uitlopers.
- Blad
- Samengesteld en fijn verdeeld, met gezaagde blaadjes; donkergroen en mat.
- Bloem
- Dichte, rechtopstaande pluimen met talloze kleine bloempjes, van juli tot september.
- Kleur
- Meestal lila-roze; er zijn ook rassen in roze, purperrood en wit.
- Zaadpluimen
- Na de bloei roestbruin; ze blijven tot het voorjaar decoratief staan.
- Wortels
- Een ondiepe wortelstok met fijne wortels: de grond mag niet uitdrogen.
Bloei: juli–september · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juli tot september, als veel andere schaduwplanten al uitgebloeid zijn.
- Verdraagt meer zon en droogte dan andere astilbes.
- De lage vormen maken een dichte bodembedekker die onkruid weinig kans geeft.
- De roestbruine zaadpluimen blijven de hele winter staan en zijn mooi met rijp erop.
- Ook het fijn verdeelde blad is decoratief, van het voorjaar tot de herfst.
Waar staat een pluimspirea graag?
- Halfschaduw is ideaal; in volle zon enkel als de grond vochtig blijft.
- Humusrijke, vochthoudende grond: leem, klei of veen, zuur tot neutraal. Kalkrijke grond heeft hij liever niet.
- Normaal tot nat: hij staat graag langs een vijver of beek, maar liever niet in stilstaand water.
- Plant op 30–40 cm afstand; de lage ‘Pumila’ op 25–30 cm voor een dichte bodembedekker.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Hosta: Grote, rustige bladeren naast de luchtige pluimen, in dezelfde vochtige halfschaduw.
- Varens: Fijn groen dat het verdeelde astilbeblad mooi aanvult.
- Purperklokje: Gekleurde bladeren als lage voorgrond.
- Japans bosgras: Overhangende, gouden of groene halmen langs de rand van de border.
- Kattenstaart: Bloeit tegelijk, in dezelfde vochtige grond, met rechte roze aren.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een pluimspirea?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng er ruim compost of bladaarde door: dat houdt vocht vast.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de knoppen net op het grondoppervlak.
- Houd 30–40 cm tussen de planten, of 25–30 cm voor een bodembedekker.
- Geef meteen ruim water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Leg een laag mulch van bladcompost rond de planten.
Verzorgen
- Water
- Laat de grond nooit uitdrogen, zeker in de zon. Bij droogte wekelijks een flinke gieter aan de voet.
- Bemesten
- In het voorjaar compost of organische mest: hij houdt van een voedzame grond.
- Mulchen
- Een laag bladcompost of goed verteerde mest in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Uitgebloeide pluimen
- Laat ze staan: ze blijven mooi tot in de winter. Wegknippen geeft geen nieuwe bloei.
- Delen
- Om de 3–4 jaar, als de pol in het midden kaal wordt of minder bloeit.
Tip: Houd de grond vochtig met een dikke laag bladcompost; dan verdraagt hij zelfs een plek in de zon. De lage ‘Pumila’ vormt na een paar jaar een dicht tapijt.
Wanneer snoei je een pluimspirea?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eén keer per jaar, in maart, voor het nieuwe blad uitloopt.
Hoe:
- Knip de oude stengels en het afgestorven blad terug tot net boven de grond.
- Pas op voor de nieuwe roze knoppen die al aan de voet zitten.
- Uitgebloeide pluimen in de zomer wegknippen hoeft niet: er komt geen nieuwe bloei.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september: graaf de pol op en snijd hem met een scherp mes of een spade in stukken met elk een paar knoppen en wortels. Meteen weer planten en water geven.
- Uitlopers
- Bij ‘Pumila’ kun je in het voorjaar bewortelde stukjes van de rand afsteken en elders planten.
Hoe komt een pluimspirea de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Laat de bruine pluimen staan: ze zijn mooi met rijp en beschermen het hart van de plant.
- In een pot: de kluit mag in de winter niet uitdrogen, maar ook niet in water staan; zet de pot beschut tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Verdroogd blad: Bruine, krokante bladranden in de zomer betekenen te droog of te veel zon. Meer water, mulch en eventueel een schaduwrijkere plek.
- Dikoorsnuitkever: Halvemaanvormige vraatplekken in de bladrand en een plant die plots verwelkt: de larven vreten de wortels, vooral in potten. Bestrijden met aaltjes (nematoden) in het voorjaar of de late zomer.
- Slakken: Vreten aan jonge scheuten in het voorjaar. ’s Avonds rapen of een bierval plaatsen.
- Minder bloei: Een oude, volle pol of te droge grond. Delen en de grond verbeteren met compost.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels terugknippen. Compost geven. Planten en delen.
- April: Planten. Mulch aanbrengen. Letten op slakken.
- Mei: Nieuw blad. Water geven bij droogte.
- Juni: Bloemknoppen verschijnen. Grond vochtig houden.
- Juli: Begin van de bloei. Water geven bij droogte.
- Augustus: Volle bloei. Ruim water bij hitte.
- September: Laatste bloei. Planten en delen.
- Oktober: Planten. Pluimen laten staan.
- December: Rust. De bruine pluimen sieren de winterborder.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Astilbes heten in het Nederlands ook spirea omdat de pluimen op die van spirea lijken, maar ze zijn geen familie: astilbe hoort bij de steenbreekfamilie, spirea bij de rozenfamilie.
- De naam Astilbe komt uit het Grieks en betekent ‘zonder glans’, wellicht naar het matte blad.
- Astilbe chinensis is een van de laatst bloeiende astilbes: hij begint pas als de meeste andere al uitgebloeid zijn.