
Foto: Eric Hunt, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Fabaceae
Valse indigo
Baptisia australis
In andere talen: Faux indigo (Français) · Blue false indigo (English)
De valse indigo (Baptisia australis) is een vaste plant uit de prairies en bosranden van het oosten en midden van de Verenigde Staten. Hij groeit uit tot een struikachtige pol van 1–1,2 m hoog met blauwgroen, drietallig blad. In mei en juni verschijnen rechte trossen van indigoblauwe vlinderbloemen, die wat aan lupine doen denken. Daarna volgen opgeblazen peulen die eerst groen zijn en in de herfst zwart worden. Tuiniers waarderen hem omdat hij heel oud wordt, droogte verdraagt en met de jaren alleen maar mooier wordt.
Let op: Alle delen, ook de zaden en peulen, zijn giftig bij inslikken, voor mensen en voor huisdieren. Let op met kinderen die met de rammelende peulen willen spelen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 1 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een valse indigo?
- Groeivorm
- Struikachtige, ronde pol van 1–1,2 m hoog en ongeveer even breed.
- Blad
- Drietallig en blauwgroen, op stevige stengels; na de eerste vorst wordt het donker.
- Bloem
- Rechte trossen van 20–30 cm met vlinderbloemen, in mei–juni.
- Kleur
- Indigo- tot violetblauw.
- Vrucht
- Opgeblazen peulen van 3–6 cm, eerst groen en later zwart; de droge zaden rammelen erin.
- Wortels
- Een diepe penwortel met wortelknolletjes die stikstof binden, zoals bij veel vlinderbloemigen.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Indigoblauwe bloemtrossen in mei–juni, een zeldzame kleur in de border.
- Hommels en bijen bezoeken de vlinderbloemen.
- Mooi blauwgroen blad dat de hele zomer fris blijft.
- Decoratieve zwarte peulen in de herfst en winter, ook mooi in droogboeketten.
- Verdraagt droogte en wordt heel oud: een plant voor tientallen jaren.
Waar staat een valse indigo graag?
- Volle zon; in halfschaduw bloeit hij minder en valt de pol open.
- Goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal.
- Droog tot normaal vochtig; eenmaal geworteld verdraagt hij lange droogte.
- Reken op 90 cm–1 m ruimte per plant en kies de plek voorgoed: later verplanten lukt zelden.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Oosterse papaver: Oranje of rode bloemen in dezelfde periode, een fel contrast met het blauw.
- Baardiris: Bloeit tegelijk en houdt ook van zon en droge grond.
- Vingergras: Een prairiegras dat de pol later in het seizoen gezelschap houdt.
- Rode zonnehoed: Ook uit de Amerikaanse prairie; bloeit later in de zomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een valse indigo?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, liefst een jonge plant in pot.
- Graaf een diep plantgat zodat de penwortel recht naar beneden kan groeien, en maak de bodem goed los.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Hou 90 cm–1 m afstand tot andere planten.
- Geef meteen een flinke gieter water, en het eerste jaar opnieuw bij droogte.
- Mest is niet nodig: met hulp van bacteriën in zijn wortels haalt hij zelf stikstof uit de lucht.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte. Daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; te rijke grond maakt de stengels slap.
- Steun
- Een plantenring die je in april plaatst, voorkomt dat de pol na de bloei of na regen openvalt.
- Geduld
- De eerste twee à drie jaar groeit hij vooral onder de grond. Daarna bloeit hij elk jaar rijker.
Tip: Zet in april een plantenring rond de jonge scheuten: de pol blijft dan ook na de bloei rond, en de zwarte peulen staan in de winter mooi rechtop.
Wanneer snoei je een valse indigo?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen. De zwarte stengels en peulen laat je de hele winter staan.
Hoe:
- Knip de oude stengels vlak boven de grond af.
- Valt de pol na de bloei open, dan kun je hem in juni met een derde inkorten; dan verlies je wel de peulen.
- Verder is snoeien niet nodig.
Let op: Draag handschoenen en ruim het snoeisel op: alle delen van de plant zijn giftig.
Vermeerderen
- Zaaien
- Het harde zaad kiemt beter als je het eerst licht schuurt met schuurpapier of een nacht in lauw water laat weken. Zaai in het voorjaar in diepe potten; zaailingen bloeien pas na enkele jaren.
- Scheuren
- Alleen bij jonge planten, in maart: steek met een scherpe spade een stuk met wortel en knoppen af. Oude planten verdragen dat slecht.
Hoe komt een valse indigo de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Na de eerste vorst worden de stengels zwart; laat ze met de peulen staan als wintersilhouet.
- Hij loopt pas laat in het voorjaar uit, vaak in april: markeer de plek zodat je er niet in spit.
Ziektes en plagen
- Openvallende pol: Na de bloei of na regen zakken de stengels uit elkaar. Plaats een plantenring in april en geef hem volle zon.
- Trage start: Het eerste jaar lijkt er weinig te gebeuren. Geduld: na twee à drie jaar komt hij op gang.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de nazomer. Meestal onschuldig; zorg voor een luchtige plek.
- Slakken: Vreten soms aan de jonge, aspergeachtige scheuten in april. Raap ze ’s avonds weg.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Planten.
- April: De nieuwe scheuten verschijnen. Plantenring plaatsen. Planten.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Bloei. De eerste groene peulen vormen zich.
- Juli: Groene peulen. Jonge planten water geven bij droogte.
- September: Planten. De peulen kleuren donker.
- Oktober: Planten. Rijp zaad oogsten.
- November: Stengels en zwarte peulen laten staan.
- December: De zwarte peulen sieren de wintertuin.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de valse indigo zijn giftig, ook de zaden en peulen: ze bevatten alkaloïden zoals cytisine, net als brem en goudenregen, die bij opeten misselijkheid, braken en buikpijn geven, en bij grotere hoeveelheden ook hartkloppingen en trillen. De zwarte, opgeblazen peulen rammelen als je ermee schudt en worden graag als speelgoed of in droogboeketten gebruikt: houd ze buiten het bereik van jonge kinderen, die de zaden in de mond kunnen steken. Houd ook honden, katten en grazende dieren weg van de plant, en gooi snoeiafval niet in een weide of hok. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Kolonisten in Noord-Amerika gebruikten hem als vervanger van echte indigo om stof blauw te verven; vandaar de naam valse indigo.
- In de droge, zwarte peulen rammelen de losse zaden als in een rammelaar.
- Als vlinderbloemige leeft hij samen met bacteriën in zijn wortelknolletjes, die stikstof uit de lucht binden.