
Foto: Flowersinmyyard, CC BY-SA 4.0 · bron
Bol- of knolgewas · Asparagaceae
Prairielelie
Camassia leichtlinii
In andere talen: Camassie (Français) · Great camas (English)
De prairielelie komt uit het westen van Noord-Amerika, van Brits-Columbia tot Californië, waar ze in vochtige weiden groeit. In mei verschijnen stevige stengels van 60–90 cm met lange trossen stervormige bloemen in blauw, violet of roomwit, die van onder naar boven opengaan. Het smalle, grasachtige blad komt in het voorjaar op en sterft in de zomer af. Tuiniers waarderen haar omdat ze, anders dan de meeste bollen, natte en zware grond verdraagt en makkelijk verwildert in gras. Bekende vormen zijn de blauwe ‘Caerulea’, de roomwitte ‘Alba’ en de halfgevulde, roomwitte ‘Semiplena’.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,2 m breed
Bloei
mei
| Hoogte | 0,9 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een prairielelie?
- Groeivorm
- Rechtopgaand bolgewas van 60–90 cm hoog en ongeveer 20 cm breed, met een pol smalle bladeren.
- Blad
- Lang, smal en grasachtig, frisgroen; sterft af in juni–juli.
- Bloem
- Lange trossen met tientallen stervormige bloemen met zes slippen, in mei. Ze gaan van onder naar boven open.
- Kleur
- Blauw tot violet of roomwit; de gele meeldraden steken mooi af.
- Bol
- Grote, eivormige bol met een donkere huid; vormt langzaam dichte pollen.
Bloei: mei · Planten: september–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige bollen die natte, zware grond en zelfs een vijverrand verdraagt.
- Vult in mei het gat tussen de voorjaarsbollen en de vaste planten van de zomer.
- Trekt veel bijen en hommels aan.
- Een sterke snijbloem: in de vaas gaan de trossen nog dagenlang verder open.
- Verwildert in hoog gras en in een bloemenweide en wordt elk jaar mooier.
Waar staat een prairielelie graag?
- Zon of halfschaduw; in volle schaduw bloeit ze minder.
- Leem, klei of venige grond, zuur tot kalkrijk.
- Vochtig tot nat: ideaal in gras, aan een vijverrand of in een lage, natte hoek van de tuin.
- Plant in groepen, 10–15 cm uit elkaar, voor een vol effect.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Narcis: Bloeit net voor haar en verwildert ook graag in gras.
- Kievitsbloem: Een andere bol voor vochtig gras, iets vroeger in bloei.
- Pinksterbloem: Lila bloempjes in hetzelfde vochtige gras.
- Gele lis: Voor de vijverrand: geel naast blauw.
- Akelei: Bloeit tegelijk in de halfschaduw van een border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een prairielelie?
Planten in september–november.
- Plant de bollen van september tot november.
- Plant ze 15 cm diep, met de punt naar boven.
- Zet ze 10–15 cm uit elkaar, in losse groepen van minstens tien.
- In gras: gebruik een bollenplanter of leg de bollen onder een opgelichte plag.
- Druk de grond aan en geef water als de grond droog is.
Verzorgen
- Water
- Zelden nodig. Ze houdt van een nat voorjaar; geef in een droge lente water tijdens de groei.
- Bemesten
- In maart een laagje compost in de border; in gras is bemesten niet nodig.
- Blad
- Laat het blad na de bloei vergelen. Maai gras met prairielelies pas vanaf eind juni–juli.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze af als je geen zaad wilt; laat ze staan als ze mag uitzaaien.
- Steun
- Meestal niet nodig; in schaduw of op heel rijke grond kunnen de stengels omvallen.
Tip: Plant prairielelies in groepen in vochtig gras en maai pas in juli: dan zaaien ze zich uit en wordt de groep elk jaar groter.
Wanneer snoei je een prairielelie?
Wanneer: Een prairielelie wordt niet gesnoeid; je haalt hoogstens uitgebloeide stengels en afgestorven blad weg.
Hoe:
- Knip na de bloei in juni de uitgebloeide stengels af, tenzij je wilt dat ze zich uitzaait.
- Laat het blad staan tot het geel is en vanzelf loslaat.
- Snijd stengels voor de vaas als de onderste bloemen opengaan.
Let op: Knip of maai het blad niet groen af: de bol heeft het nodig voor de bloei van volgend jaar.
Vermeerderen
- Scheiden
- Neem dichte pollen om de vier à vijf jaar op na het afsterven van het blad (juli–augustus) of in september. Haal de bollen los en plant ze meteen terug.
- Zaaien
- Zaai rijp zaad in de zomer of herfst in een pot die buiten blijft staan; het kiemt na een koude periode. Zaailingen bloeien pas na drie à vier jaar.
Hoe komt een prairielelie de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard tot ongeveer −25 °C: geen bescherming nodig.
- Ze verdraagt natte grond in de winter beter dan de meeste andere bollen.
- In een pot: zet de pot beschut tegen een muur en laat hem niet in een schotel met water staan.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten in maart–april aan de jonge scheuten. Raap ze ’s avonds op of leg een slakkenval.
- Omvallende stengels: Gebeurt in diepe schaduw of op heel rijke grond. Kies een zonniger plek en bemest niet.
- Weinig bloei: De pollen zijn te dicht geworden of het blad werd te vroeg weggemaaid. Scheid de bollen en laat het blad afsterven.
Het jaar rond
- Maart: Het blad komt op. Compost strooien in de border.
- April: Letten op slakken. Water geven in een droge lente.
- Mei: Bloei. Stengels snijden voor de vaas.
- Juni: Uitgebloeide stengels afknippen of laten uitzaaien. Blad laten vergelen.
- Juli: Blad afgestorven: nu mag je maaien. Dichte pollen scheiden.
- September: Bollen planten, 15 cm diep.
- Oktober: Planten in vochtig gras of aan de vijverrand.
- November: Laatste kans om te planten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bollen van wilde camassia’s waren een belangrijk voedsel voor inheemse volkeren in het westen van Noord-Amerika; ze werden lang gegaard in kuilen in de grond.
- De naam camassia komt van ‘camas’ of ‘quamash’, de inheemse naam voor de plant.
- De soortnaam eert Max Leichtlin, een Duitse plantenverzamelaar uit Baden-Baden.