
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Campanulaceae
Kruipklokje
Campanula poscharskyana
In andere talen: Campanule de Poscharsky (Français) · Trailing bellflower (English)
Het kruipklokje komt uit de bergen langs de Adriatische kust, van Kroatië tot Montenegro, waar het in rotsspleten en op oude muren groeit. Het is een lage, kruipende vaste plant van 15–20 cm hoog die met uitlopers snel een breed tapijt vormt. Van juni tot in september zit hij vol lavendelblauwe, stervormige bloemetjes met een wit hartje. Tuiniers houden van hem omdat hij bijna overal wil groeien: op muurtjes, tussen stenen, vooraan in de border en onder struiken. Bekende rassen zijn ‘Stella’ (diep violetblauw) en ‘E.H. Frost’ (melkwit met een lichtblauw hartje).
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een kruipklokje?
- Groeivorm
- Laag en kruipend, 15–20 cm hoog en 50–60 cm of meer breed; verspreidt zich met uitlopers.
- Blad
- Klein, hartvormig tot rond, met een getande rand; frisgroen, in zachte winters deels groen blijvend.
- Bloem
- Open, stervormige klokjes van 2–2,5 cm met vijf diep ingesneden slippen, in losse trosjes.
- Kleur
- Lavendelblauw met een wit hartje; er zijn ook witte en violette rassen.
- Wortels
- Ondiep en vertakt, met uitlopers die snel nieuwe plantjes vormen.
Bloei: juni–september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Lange bloei: van juni tot in september, met de grootste bloeigolf in de vroege zomer.
- Een snelle bodembedekker die kale plekken, muurtjes en randen in één seizoen bedekt.
- Bijen en hommels bezoeken de open bloemetjes druk.
- Sterk en volledig winterhard, ook in schrale, droge grond.
- Mooi hangend over een muurtje, in een rotstuin of in een bak.
Waar staat een kruipklokje graag?
- Zon tot halfschaduw: in de zon bloeit hij het rijkst, in halfschaduw blijft hij langer fris.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot gewoon vochtig; droogte verdraagt hij goed, natte voeten in de winter minder.
- Plant op 30–40 cm uit elkaar; na een jaar sluiten de planten.
- Houd hem weg van kleine, trage rotsplanten: hij overgroeit ze.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Vrouwenmantel: Zachtgroen blad en gele schermpjes naast de blauwe sterretjes.
- Ooievaarsbek: Even makkelijk en lang bloeiend, voor een losse border.
- Rozen: Een blauwe onderbeplanting aan de voet van struik- en klimrozen.
- Lavendel: Dezelfde zonnige, droge plek; samen een blauw-paars geheel.
- Vetkruid: Op muurtjes en tussen stenen, met vlezig blad en een latere bloei.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kruipklokje?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober.
- Maak een plantgat iets groter dan de pot; in zware klei meng je er wat grof zand of grind door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Plant op 30–40 cm afstand; op een muurtje stop je kleine stukjes met wat aarde in de voegen.
- Geef goed water en houd de grond de eerste weken licht vochtig.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan zelden nodig. Alleen bij lange droogte en in potten en bakken water geven.
- Bemesten
- Niet nodig in gewone tuingrond. Te veel mest geeft veel blad en minder bloemen.
- Uitgebloeide bloemen
- Scheer de plant na de eerste bloeigolf in juli kort; dan volgt nog een bloei tot in september.
- Inperken
- Steek elk voorjaar de randen af die te ver uitlopen, zeker naast kleinere planten.
- Verjongen
- Om de 3–4 jaar scheuren als het midden kaal wordt.
Tip: Kleed een stenen muurtje of trapje aan door kleine stukjes met wat aarde in de voegen te stoppen: binnen een jaar hangt er een blauw gordijn over de rand.
Wanneer snoei je een kruipklokje?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In maart de dode stengels weghalen en in juli, na de eerste bloeigolf, licht terugscheren.
Hoe:
- Knip in maart alle dode en verdorde stengels weg, tot net boven het nieuwe blad.
- Scheer in juli de uitgebloeide stengels met een grasschaar of heggenschaar terug tot op het blad.
- Geef daarna water: binnen enkele weken komt er een nieuwe bloei.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september: steek stukken met wortels en uitlopers af en plant ze meteen elders.
- Stekken
- In het voorjaar stekjes van 5 cm van jonge, niet-bloeiende scheuten in vochtige stekgrond zetten; ze wortelen snel.
Hoe komt een kruipklokje de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In zachte winters blijft een deel van het blad groen; afgestorven blad ruim je in maart op.
- In potten en bakken: zorg dat overtollig water weg kan, want natte wortels zijn in de winter een groter gevaar dan vorst.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Hij overgroeit kleine buren. Steek elk voorjaar de randen af en plant hem niet tussen trage rotsplanten.
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan het jonge blad. Raap ze ’s avonds en houd de omgeving open en droog.
- Roest: Oranje puistjes onder het blad. Knip aangetaste stengels weg en geef de plant meer lucht.
- Kaal midden: Oude pollen worden in het midden kaal. Scheur ze en plant de jonge randstukken opnieuw.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels wegknippen. Planten of scheuren.
- April: Planten. Randen afsteken waar hij te ver uitloopt.
- Mei: Planten. Letten op slakken.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Volle bloei. Na de eerste bloeigolf licht terugscheren.
- Augustus: Nieuwe bloei. Water geven bij lange droogte.
- September: Laatste bloemen. Planten of scheuren.
- Oktober: Planten. Bewortelde uitlopers verplanten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Campanula betekent ‘klokje’: het komt van het Latijnse campana, klok.
- Hij lijkt sterk op de verwante Campanula portenschlagiana, maar die heeft echte, buisvormige klokjes, terwijl het kruipklokje open sterretjes heeft.
- In het wild groeit hij vaak in spleten van kalkrotsen, waar weinig aarde is: daarom voelt hij zich zo thuis in een muur.