Foto: Photo by user:Fraxinus, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Cannabaceae
Europese netelboom
Celtis australis
In andere talen: Micocoulier de Provence (Français) · European nettle tree (English)
De Europese netelboom komt uit het Middellandse Zeegebied, van Zuid-Europa tot Noord-Afrika en West-Azië. Het is een stoere, breed uitgroeiende loofboom met een gladde, grijze stam, een ronde kroon en lang toegespitst, ruw blad dat in de herfst geel kleurt. Hij is familie van de iepen, maar hoort nu bij de hennepfamilie. In de herfst rijpen de kleine, ronde vruchtjes van groen naar donkerpaars tot bruin. Ze zijn eetbaar en zoet en worden graag door vogels gegeten. De boom is zeer droogtebestendig en daardoor geschikt voor stadstuinen en zonnige plekken.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
15 m
hoog, 12 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | februari |
|---|---|
| Hoogte | 15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een Europese netelboom?
- Groeivorm
- Brede, ronde kroon op een rechte stam; ongeveer 15 m hoog en 12 m breed.
- Blad
- Lang toegespitst eirond tot lancetvormig, 6–15 cm, gezaagde rand, ruw aan de bovenkant; donkergroen en in de herfst geel.
- Bloem
- Kleine, groenige bloemetjes in april–mei; niet opvallend.
- Vrucht
- Ronde steenvruchtjes van ongeveer 1 cm; rijpen in de herfst van groen naar donkerpaars tot bruin.
- Stam
- Glad en grijs, bij oude bomen licht gegroefd.
Bloei: april–mei · Oogst en vruchten: oktober–november · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zeer droogtebestendig en taai: een goede keuze voor droge, zonnige en warme plekken.
- Grote, ronde kroon die in de zomer veel schaduw geeft.
- Zoete, eetbare vruchtjes die vogels aantrekken.
- Gladde, grijze stam, doet denken aan een beuk.
- Verdraagt de meeste grondsoorten, ook kalkrijke, en stadsomstandigheden.
Waar staat een Europese netelboom graag?
- Volle zon; hij groeit het best op een warme, lichte plek.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot gewoon vochtig; verdraagt droogte, maar geen langdurig natte grond.
- Reken op een kroon tot 12 m breed en plant op minstens 8 m van gebouwen en leidingen.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 15 m hoog, 12 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Houdt van dezelfde zonnige, droge plek en geurt mee.
- Rozemarijn: Een groenblijvende, aromatische struik voor een warme, droge standplaats.
- Rotsroos: Bloeit rijk op arme, droge grond in de zon.
- Salie: Aromatisch kruid dat zon en droogte verdraagt.
- Siergrassen: Een lichte, wuivende voorgrond onder de brede kroon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Europese netelboom?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant in maart–april of van oktober tot december, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep.
- Zet de boom even diep als hij in de pot of kwekerij stond en vul aan met de eigen grond.
- Plaats een paal en bind de stam los vast met een boombinder; verwijder de paal na 2–3 jaar.
- Geef meteen veel water en leg een mulchlaag van 5–8 cm houtsnippers of schorsmulch rond de voet.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee zomers wekelijks flink water geven bij droogte. Daarna is hij zeer droogtebestendig en redt hij zich zelf.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op arme grond een laag compost in het voorjaar.
- Mulchen
- Een mulchlaag houdt de grond vochtig en onderdrukt onkruid, vooral bij jonge bomen.
- Steun
- Een jonge boom 2–3 jaar aan een paal vastbinden en de binder jaarlijks controleren.
- Vruchten
- Gevallen vruchten kunnen op het terras of pad plakkerig worden; veeg ze op in de herfst.
Tip: Zet hem op een warme, zonnige plek met goed doorlatende grond. Op een koude, natte plek groeit hij matig en kan jong hout bevriezen.
Wanneer snoei je een Europese netelboom?
Snoeimaanden: februari.
Wanneer: Hij heeft weinig snoei nodig; zo nodig in de winter, in februari, als hij bladloos is.
Hoe:
- Haal dode, beschadigde en kruisende takken weg.
- Knip kleine takken net buiten de takkraag, nooit vlak langs de stam.
- Verwijder bij een jonge boom concurrerende toppen en laat één doorlopende leider staan.
- Hij verdraagt ook stevige snoei en wordt in Zuid-Europa traditioneel als knotboom gesnoeid.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai het zaad in de herfst buiten in een bakje met losse grond, of na koude stratificatie in het voorjaar. Het kan een jaar overliggen voor het kiemt.
- Kweker
- Zaailingen groeien eerst traag. Voor een snelle, mooie boom koop je een jonge boom bij de kweker.
Hoe komt een Europese netelboom de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België is hij meestal winterhard, vooral op een warme, beschutte plek.
- Jonge bomen kunnen in strenge winters bevriezen aan de top of verdorren door koude wind; geef ze een mulchlaag.
- Op een koude plek met veel wind of in een koude laagte kan het jonge hout teruggevroren raken.
Ziektes en plagen
- Bevroren jonge scheuten: Late voorjaarsvorst of strenge winters kunnen jonge twijgen doen bruin worden. Knip in het voorjaar het dode hout weg.
- Bladluizen en honingdauw: Kleverig blad en roetdauw in de zomer. Lieveheersbeestjes en mezen ruimen ze meestal op.
- Natte voeten: Vergelend blad en wortelrot op zware, natte grond. Plant op goed doorlatende grond.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral aan het einde van de zomer. Meestal onschadelijk.
Het jaar rond
- Februari: Zo nodig snoeien. Dode takken weghalen.
- Maart: Planten. Mulch aanbrengen.
- April: Planten. Bloemetjes komen uit.
- Mei: Bladeren volledig uitgelopen. Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Jonge bomen water geven bij langdurige droogte.
- September: Vruchten beginnen te kleuren.
- Oktober: Rijpe vruchtjes plukken. Gele herfstkleur. Planten.
- November: Planten. Blad laten liggen als mulch.
- December: Rust. Planten zolang de grond open is.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (oktober–november)
- De Europese netelboom is een grote boom van ongeveer 15 m hoog: enkel iets voor een ruime tuin, een park of een brede straat. In oktober en november rijpen de ronde vruchtjes van ongeveer 1 cm van groen naar donkerpaars tot bruin; ze blijven lang aan de boom hangen en verschrompelen dan als kleine rozijntjes. Pluk ze als ze donker en een beetje zacht zijn. Rond een grote, harde pit zit een dun laagje vruchtvlees dat zoet en wat melig smaakt. Knabbel ze vers uit de hand en spuug de pit uit, of kook er een siroop van. Laat er genoeg hangen voor de vogels, die er dol op zijn.
- Bewaring
- Verse vruchtjes houden een week in de koelkast. Uitgespreid op een rooster drogen ze in een paar weken tot rozijntjes, die je maandenlang in een gesloten pot bewaart; de pit blijft erin.
Let op: Bijt niet op de pit: die is groot en keihard en kan een tand breken. Geef de vruchtjes niet aan jonge kinderen: ze kunnen zich verslikken in de pit. Pluk niet van bomen langs drukke wegen, en gooi beschimmelde vruchtjes weg. Ken je de boom niet met zekerheid, eet dan niets: andere kleine, donkere besjes, zoals die van liguster of sporkehout, zijn giftig of laxerend.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Siroop van netelboomvruchtjes (Siroop · ± 400 ml · 1 uur)
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De boom stond vroeger in de iepenfamilie, maar wordt nu tot de hennepfamilie gerekend.
- In Zuid-Europa wordt het taaie, buigzame hout gebruikt voor onder meer stelen van gereedschap, zwepen en hooivorken.
- In het Engels heet hij ook wel de ‘lotus tree’.