
Foto: Emőke Dénes, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Plantaginaceae
Schildpadbloem
Chelone obliqua
In andere talen: Galane oblique (Français) · Rose turtlehead (English)
De schildpadbloem komt uit het zuidoosten en het midden van de Verenigde Staten, waar ze groeit in moerassige bossen, langs beken en in natte weiden. Het is een stevige, rechtopgaande vaste plant van zo’n 60–80 cm met donkergroen, gezaagd blad. Van augustus tot in oktober verschijnen aan de stengeltoppen dichte aren van roze tot purperroze bloemen met gesloten lippen, die op de kop van een schildpad lijken. Tuiniers waarderen haar omdat ze laat bloeit, natte grond verdraagt en jarenlang zonder veel zorg op dezelfde plek blijft staan. Er bestaat ook een witbloeiende vorm.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Snoeimaanden | maart en mei |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een schildpadbloem?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol van 60–80 cm hoog en zo’n 45 cm breed; breidt zich langzaam uit met korte wortelstokken.
- Blad
- Tegenoverstaand, lancetvormig tot eirond, donkergroen en grof gezaagd.
- Bloem
- Tweelippige, gesloten bloemen van 2–3 cm in dichte aren aan de stengeltoppen, van augustus tot oktober.
- Kleur
- Roze tot purperroze; er is ook een witte vorm.
- Vrucht
- Ronde zaaddozen met platte zaden met een vliezige rand; ze blijven lang aan de plant.
Bloei: augustus–oktober · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit laat, van augustus tot oktober, als veel vaste planten al uitgebloeid zijn.
- Een van de weinige bloeiers die het goed doen in natte grond en aan de rand van een vijver.
- Hommels kruipen in de gesloten bloemen: het is een plezier om ze bezig te zien.
- Stevige stengels die meestal geen steun nodig hebben, zeker na een snoeibeurt in mei.
- De donkere zaaddozen blijven in de winter decoratief staan.
- Een langlevende plant die langzaam een dichte pol vormt en weinig werk vraagt.
Waar staat een schildpadbloem graag?
- Zon of halfschaduw; in volle zon alleen als de grond echt vochtig blijft.
- Humusrijke leem-, klei- of venige grond, zuur tot neutraal.
- Vochtig tot nat: ideaal aan een vijverrand, in een moerasborder of op een plek die in de winter nat staat.
- Op droge grond verwelkt ze snel en krijgt ze meeldauw.
- Plant 40–45 cm uit elkaar, in groepjes van drie tot vijf voor het mooiste effect.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Koninginnekruid: Hoge, roze schermen voor dezelfde vochtige grond in de nazomer.
- Grote kattenstaart: Paarse aren die ook van natte voeten houden.
- Zilverkaars: Witte, geurende kaarsen in de nazomer, in dezelfde halfschaduw.
- Prachtriet: Een hoog siergras als achtergrond, mooi tot in de winter.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een schildpadbloem?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond vochtig en niet bevroren is.
- Maak een plantgat dubbel zo breed als de pot en werk er compost of bladaarde door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 40–45 cm tussen de planten.
- Geef ruim water en laat de grond de eerste maanden niet uitdrogen.
- Mulch met bladcompost om de grond vochtig en koel te houden.
Verzorgen
- Water
- Laat de grond nooit uitdrogen; geef in droge zomers ruim water, ook aan een vijver als de plant boven het waterpeil staat.
- Bemesten
- In het voorjaar een laag compost of goed verteerde mest is voldoende.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in april houdt het vocht vast.
- Terugknippen
- Knip de stengels eind mei half terug voor een lagere, stevigere plant die iets later bloeit.
- Steun
- Op een schaduwrijke plek of rijke grond kunnen de stengels gaan hangen: een ring of een paar takken helpt.
Tip: Knip eind mei maar een deel van de stengels half terug en laat de rest staan: zo krijg je stevigere planten én een langere bloei, omdat de ingeknipte stengels later bloeien.
Wanneer snoei je een schildpadbloem?
Snoeimaanden: maart en mei.
Wanneer: In maart knip je de dode stengels van vorig jaar weg. Eind mei kun je de nieuwe stengels half terugknippen.
Hoe:
- Knip in maart alle oude stengels tot vlak boven de grond af.
- Knip eind mei de stengels tot de helft terug: de plant wordt lager, steviger en vertakt zich meer.
- Wil je de bloei spreiden, knip dan maar een deel van de stengels in.
- Laat de uitgebloeide aren in de herfst staan voor het winterbeeld.
Let op: Knip na begin juni niet meer terug, anders bloeit ze te laat of nauwelijks.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in oktober de pol met een spade in stukken steken, elk met een paar knoppen, en meteen herplanten.
- Stekken
- In mei stekken van 8–10 cm van jonge scheuten, bijvoorbeeld uit het afgeknipte materiaal, in vochtige stekgrond laten wortelen.
- Zaaien
- Het zaad heeft een koudeperiode nodig: zaai in de herfst in een bak buiten, dan kiemt het in het voorjaar.
Hoe komt een schildpadbloem de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Laat de stengels en zaaddozen staan tot maart: ze geven structuur en beschutting aan insecten.
- Natte grond in de winter is voor deze plant geen probleem.
- In een pot: zorg dat de grond niet uitdroogt en zet de pot beschut.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte. Zorg voor vochtige grond en voldoende ruimte, en knip aangetast blad weg.
- Slakken: Vreten de jonge scheuten in april–mei. Raap ze ’s avonds of leg een ring van grof zand rond de plant.
- Hangende stengels: Te veel schaduw of te rijke grond. Knip in mei half terug of geef wat steun.
- Bruine bladranden: Teken van droogte of felle middagzon. Geef meer water en mulch, of verplant naar halfschaduw.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels tot de grond afknippen. Planten of scheuren.
- April: Planten. Mulch van bladcompost. Letten op slakken.
- Mei: Eind mei de stengels half terugknippen. Stekken nemen.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven; de knoppen vormen zich.
- Augustus: Begin van de bloei. Hommels op bezoek.
- September: Volle bloei. Planten of scheuren.
- Oktober: Laatste bloemen. Planten. Zaad zaaien in een bak buiten.
- November: Zaaddozen laten staan.
- December: Rust. Winterbeeld met donkere zaaddozen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Chelone komt van het Griekse woord voor schildpad; in een Grieks verhaal werd de nimf Chelone in een schildpad veranderd.
- De bloemen zijn zo goed gesloten dat vooral hommels sterk genoeg zijn om zich naar binnen te wurmen.
- De platte zaden hebben een vliezige rand, zodat wind en water ze kunnen meenemen.