
Foto: செல்வா, CC BY-SA 4.0 · bron
Boom · Fabaceae
Geelhout
Cladrastis kentukea
In andere talen: Virgilier à bois jaune (Français) · Kentucky yellowwood (English)
Het geelhout komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten, vooral uit de bergen van Kentucky en Tennessee, waar hij in het wild zeldzaam is. Het is een middelgrote, sierlijke boom van 10–15 m met een brede, ronde kroon en een gladde, grijze schors zoals bij een beuk. In juni hangen er 20–30 cm lange trossen witte, geurende bloemen aan, die op die van de blauweregen lijken. Het geveerde blad kleurt in de herfst helder geel. De naam verwijst naar het gele kernhout, waarmee vroeger geel werd geverfd.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
12 m
hoog, 10 m breed
Bloei
juni
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 12 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een geelhout?
- Groeivorm
- Middelgrote boom van 10–15 m hoog en 8–10 m breed met een brede, ronde kroon.
- Blad
- Oneven geveerd met 7–11 blaadjes, tot 30 cm lang; frisgroen, in de herfst helder geel. Het blad komt vrij laat uit.
- Bloem
- Hangende, 20–30 cm lange pluimen van witte, geurende vlinderbloemen in juni.
- Schors
- Glad en grijs, zoals bij de beuk, ook op oudere bomen.
- Vrucht
- Platte, dunne peulen van 5–8 cm met enkele zaden, rijp in de herfst.
Bloei: juni · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Hangende trossen witte, zoet geurende bloemen in juni, vergelijkbaar met blauweregen maar aan een boom.
- Bijen en hommels bezoeken de bloemen: een goede nectarbron in juni.
- Gladde, grijze schors en elegante, geveerde bladeren geven de boom het hele jaar karakter.
- Heldergele herfstkleur.
- Een mooie boom voor middelgrote tot grote tuinen, met een brede kroon die niet te zwaar schaduw geeft.
Waar staat een geelhout graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Doorlatende, voedzame grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Gewoon vochtig; verdraagt tijdelijke droogte als de boom goed is ingeworteld, maar niet in staande nattigheid.
- Beschut tegen harde wind, want het hout is vrij bros.
- Geef hem 8–10 m ruimte rond de stam, ook van gebouwen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 12 m hoog, 10 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Hosta: Grote bladeren onder de boom, in dezelfde lichte schaduw.
- Varens: Een frisse, groene onderbeplanting onder de kroon.
- Ooievaarsbek: Een stevige bodembedekker die onder bomen goed groeit.
- Lenteroos: Bloeit vroeg in het jaar onder de nog kale boom.
- Sneeuwklokje: Bollen die in het voorjaar bloeien voor de boom in blad komt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een geelhout?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant in maart–april of in oktober–december, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een plantgat dat twee tot drie keer zo breed is als de kluit en even diep. Rul de bodem en zijkanten los.
- Zet de boom even diep als in de pot of kweek, met de wortelhals op grondniveau. Vul aan met losse grond en een beetje compost.
- Plaats een paal en bind de boom losjes vast; verwijder de band na twee à drie jaar.
- Geef meteen 20–30 liter water en leg een laag van 5–8 cm mulch rond de voet, zonder de stam te raken.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee à drie jaar bij droogte wekelijks een flinke gietbeurt (20–30 liter). Daarna redt de boom zich meestal zelf.
- Bemesten
- In het voorjaar een schep compost rond de boom; kunstmest is niet nodig.
- Mulchen
- Een laag bladcompost of schors houdt de grond vochtig; houd de stam zelf vrij.
- Opbouw
- Houd bij jonge bomen een sterke, doorlopende kruin aan en verwijder zwakke, smalle takvorken vroeg.
- Bloei
- Jonge bomen bloeien vaak pas na enkele jaren, soms pas na tien jaar, en niet elk jaar even rijk.
Tip: Snoei het geelhout alleen in de zomer en kies bij jonge bomen één sterke leider: zo voorkom je zowel bloeden als takbreuk.
Wanneer snoei je een geelhout?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: In de zomer, in juli–augustus, als de boom in vol blad staat. Snoei hem niet in de winter of in het voorjaar.
Hoe:
- Beperk je tot opbouwsnoei in de eerste jaren: kies één sterke leidende stam en verwijder concurrerende toppen.
- Haal takken met een smalle, V-vormige vork weg of laat er één van over: die vorken scheuren later gemakkelijk uit.
- Neem dode, beschadigde en kruisende takken weg.
- Houd de sneden klein: liever een paar kleine takken dan één dikke.
Let op: Snoei niet in het voorjaar: dan bloedt de boom sterk. Hij heeft bros hout en zwakke vorken, dus zorg voor een goede opbouw.
Vermeerderen
- Zaad
- Verzamel de peulen in de herfst en zaai de zaden, die een harde schil hebben, na een nacht weken en licht inkerven. Zaai buiten in de herfst of in het voorjaar in de volle grond; de zaailing bloeit pas na vele jaren.
- Wortelstekken
- In de winter: stukjes wortel van 5–8 cm horizontaal in zandige potgrond leggen en vorstvrij zetten. Slaagpercentage kan wisselend zijn.
Hoe komt een geelhout de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Jonge bomen: houd de paal en band in orde en leg een laag mulch rond de voet tegen uitdroging.
- De boom is in de winter kaal; de gladde, grijze stam en de fijne takken zijn dan goed te zien.
Ziektes en plagen
- Takbreuk: Takken met een smalle vork breken bij storm of onder een zware bloeilast. Zorg voor een goede opbouw en snoei jonge bomen vroeg.
- Bloeden: Bij snoei in het voorjaar loopt veel sap uit de wond. Snoei daarom in juli–augustus.
- Laat uitlopen: De boom loopt vrij laat uit, soms pas in mei. Geen paniek: zolang de twijgen groen zijn onder de schors, leeft hij.
- Geen of weinig bloei: Jonge bomen bloeien nog niet; oudere bomen bloeien wisselend. Zorg voor zon en voldoende water, maar geef geen stikstofrijke meststof.
- Droogtestress: Gekrulde, slappe bladeren bij een droge zomer. Geef jonge bomen ruim water en leg mulch rond de voet.
Het jaar rond
- Januari: Controleer paal en band. Niet snoeien.
- Maart: Planten of verplanten. Compost rond de boom leggen.
- April: Planten. Mulch aanbrengen of aanvullen.
- Mei: Het blad komt laat uit. Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juni: Bloei van de geurende trossen. Bijen en hommels bezoeken de bloemen.
- Juli: Snoeien, zomerbeurt. Jonge bomen water geven bij droogte.
- Augustus: Laatste mogelijkheid voor snoei. Water geven bij droogte.
- September: Peulen rijpen; eventueel zaden verzamelen.
- Oktober: Gele herfstkleur. Planten.
- November: Bladval. Mulch aanvullen.
- December: Rust. Planten kan zolang de grond niet bevroren is.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het kernhout is geel en werd vroeger gebruikt om geel te verven; daar komt de naam geelhout vandaan.
- De geslachtsnaam Cladrastis komt van het Griekse ‘klados’ (tak) en ‘thraustos’ (bros) en verwijst naar het brosse hout.
- De boom heeft een gladde, grijze schors zoals een beuk, ook op oudere leeftijd.