
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Primulaceae
Cyclamen purpurascens
In andere talen: Cyclamen pourpre (Français) · European cyclamen (English)
Cyclamen purpurascens is de Europese cyclaam, een wilde verwant van de kamercyclaam. Hij groeit in de bergbossen van de Alpen en Midden-Europa, vaak onder beuken op kalkrijke grond. Uit een platte, ronde knol komen ronde tot hartvormige, donkergroene bladeren, vaak met een zilveren tekening, die bijna het hele jaar aan de plant blijven. Van juli tot september verschijnen kleine karmijnroze tot paarsroze bloempjes met teruggeslagen kroonblaadjes en een sterke, zoete geur. Hij blijft zo’n 10–12 cm hoog en vormt langzaam een groen tapijtje onder struiken en bomen. Tuiniers waarderen hem als een van de weinige zomerbloeiers voor de schaduw, en om zijn geur.
Let op: Vooral de knollen zijn giftig en kunnen bij inslikken braken en diarree veroorzaken. Let op bij jonge kinderen en bij honden en katten, die graag graven. Laat honden niet bij losse knollen komen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,12 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
juli–september
| Hoogte | 0,12 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een Cyclamen purpurascens?
- Knol
- Platte, ronde knol die met de jaren groter wordt en meerdere groeipunten krijgt.
- Blad
- Rond tot hartvormig, 3–8 cm, donkergroen met vaak een zilveren tekening, de onderkant roodpaars; bijna wintergroen.
- Bloem
- Klein, 1,5–2 cm, met vijf naar boven teruggeslagen kroonblaadjes, karmijnroze tot paarsroze, van juli tot september.
- Geur
- Sterk en zoet; het best te ruiken op warme dagen, als je dichtbij komt.
- Zaad
- Na de bloei rolt de bloemsteel zich als een veer op en trekt de zaaddoos naar de grond.
Bloei: juli–september · Planten: april–mei en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige knolgewassen die in de zomer in de schaduw bloeien.
- Sterk en zoet geurende bloempjes van juli tot september.
- Bijna wintergroen blad met een zilveren tekening: het hele jaar sierlijk.
- Blijft laag en vormt na jaren een tapijtje onder struiken en bomen.
- Bijen bezoeken de bloemen.
Waar staat een Cyclamen purpurascens graag?
- Halfschaduw tot schaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende struiken of bomen; geen felle middagzon.
- Humusrijke, goed doorlatende leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk.
- Normaal vochtig: niet laten uitdrogen in de zomer, maar ook geen natte voeten.
- Een beschutte plek waar de bladeren in de herfst blijven liggen als natuurlijke mulch.
- Plant 15–20 cm uit elkaar, in groepjes.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,12 m hoog, 0,15 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Varens: Een groene achtergrond in dezelfde schaduw en humusrijke grond.
- Leverbloempje: Blauwe voorjaarsbloemen op kalkrijke grond in de schaduw.
- Lenteroos: Bloeit in de late winter en het voorjaar, wanneer de cyclaam alleen blad heeft.
- Sneeuwklokje: Vroeg in het jaar, onder dezelfde bladverliezende struiken.
- Elfenbloem: Een sierlijke bodembedekker voor de schaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Cyclamen purpurascens?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of in september, liefst plantjes in pot die al blad hebben: droge knollen slaan slecht aan.
- Maak de grond los en meng er een paar scheppen bladcompost door.
- Zet een plantje in pot even diep als het in de pot stond; een losse knol plant je met de groeipunten naar boven, met 2–5 cm grond erop.
- Houd 15–20 cm afstand tussen de planten.
- Geef water en leg een dun laagje bladcompost over de plek.
Verzorgen
- Water
- Na het planten regelmatig; daarna alleen bij lange droogte in de zomer.
- Bemesten
- Niet nodig. Een dun laagje bladcompost in de herfst of het voorjaar is genoeg.
- Mulchen
- Laat afgevallen bladeren liggen of strooi bladcompost: zo blijft de grond koel en humusrijk.
- Blad
- Haal alleen verdorde of gele bladeren weg; laat het gezonde blad staan.
- Rust in de grond
- Niet schoffelen of spitten rond de knollen; markeer de plek zodat je ze niet beschadigt.
Tip: Koop plantjes in pot die al blad hebben, liefst in bloei, in plaats van droge knollen: ze slaan veel beter aan. Plant ze in humusrijke, kalkhoudende grond in lichte schaduw.
Wanneer snoei je een Cyclamen purpurascens?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Je haalt alleen af en toe verdord blad en uitgebloeide bloemen weg.
Hoe:
- Trek verdorde bladeren en bloemstelen voorzichtig met een draaibeweging los.
- Laat bloemstelen met zaaddozen staan als je wilt dat hij zich uitzaait.
- Laat het gezonde blad altijd staan: het voedt de knol.
Let op: Graaf en schoffel niet rond de knollen: ze liggen vlak onder de oppervlakte.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai vers zaad zodra de zaaddozen openspringen, dun afgedekt in een pot met zanderige zaaigrond, op een koele, schaduwrijke plek. Zaailingen bloeien na twee à drie jaar.
- Zelf uitzaaien
- Mieren slepen het kleverige zaad mee, zodat er na enkele jaren zaailingen rond de plant verschijnen. Verplant ze als ze nog klein zijn, met een kluitje grond.
Hoe komt een Cyclamen purpurascens de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België overleeft hij buiten zonder problemen.
- Het bijna wintergroene blad blijft meestal staan; strenge vorst kan het beschadigen, maar in het voorjaar groeit nieuw blad.
- Een laag bladcompost of afgevallen bladeren beschermt de knollen in strenge winters.
- In een pot: zet hem beschut tegen een muur of in een koude serre, want potten bevriezen sneller.
Ziektes en plagen
- Taxuskever: Vooral in potten eten de larven de knollen aan; de plant verwelkt plots. Zet aaltjes in of verpot en verwijder de larven.
- Slakken: Vreten aan bladeren en bloemen. Raap ze ’s avonds op.
- Knolrot: In natte grond rot de knol weg. Zorg voor een goed doorlatende, humusrijke grond.
- Grauwe schimmel: Grijs pluis op bladeren en bloemstelen bij vochtig, warm weer. Haal aangetaste delen weg en zorg voor meer lucht.
- Muizen en eekhoorns: Graven de knollen soms op. Bescherm de plantplek met gaas.
Het jaar rond
- Maart: Verdord blad weghalen. Nieuw blad groeit.
- April: Plantjes in pot planten.
- Mei: Planten. Letten op slakken.
- Juni: Water geven bij lange droogte.
- Juli: Begin van de bloei en de geur.
- Augustus: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- September: Laatste bloemen. Planten. Vers zaad meteen zaaien.
- Oktober: Een laagje bladcompost of afgevallen blad over de plek.
- November: Afgevallen bladeren laten liggen als mulch.
- December: Rust; het blad blijft meestal groen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de cyclaam zijn giftig, vooral de knol: die bevat saponinen, die braken, buikpijn en diarree geven, bij kinderen en ook bij honden en katten. Eet een hond of kat een groter stuk knol, dan kunnen ook een onregelmatige hartslag en stuipen volgen: bel dan meteen je dierenarts. De platte knollen zitten ondiep in de grond en worden met de jaren groter: let op honden die graven, en bewaar losse knollen buiten het bereik van kinderen en huisdieren. Was je handen na het werk met de knollen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Na de bloei rolt de bloemsteel zich op als een spiraalveer en trekt de zaaddoos tot tegen de grond.
- Het zaad heeft een zoet, kleverig laagje; mieren slepen het mee en verspreiden zo de plant.
- Hij is een wilde verwant van de kamercyclaam (Cyclamen persicum), die niet winterhard is.