
Foto: Carl Axel Magnus Lindman, Public domain · bron
Varen · Cystopteridaceae
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
In andere talen: Cystoptéris fragile (Français) · Brittle bladder-fern (English)
De blaasvaren is een klein, teer varentje dat in gematigde en koude streken over bijna de hele wereld voorkomt. In België groeit hij op schaduwrijke rotsen en oude, vochtige muren, vooral in Wallonië; in Vlaanderen is hij zeldzaam. Uit een kleine pol komen fijne, lichtgroene, twee keer geveerde bladeren van 10–20 cm op dunne, brosse stelen. Hij loopt vroeg in het voorjaar uit en kan bij droogte al in de zomer afsterven, om later weer uit te lopen. Een fijn plantje voor een schaduwrijke rotstuin, een muur of een trog in de natuurtuin.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,25 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een blaasvaren?
- Groeivorm
- Klein, los pollertje van 15–20 cm hoog en 20–25 cm breed.
- Blad
- Lancetvormig, twee keer geveerd, fijn ingesneden en lichtgroen; dun en teer.
- Bladsteel
- Dun en bros: hij breekt makkelijk, vandaar de naam fragilis.
- Sporen
- Ronde sporenhoopjes, elk bedekt door een klein, blaasvormig vliesje; varens bloeien niet.
- Seizoen
- Bladverliezend: vroeg uitlopend, bij droogte soms al in de zomer afstervend.
- Wortels
- Korte, kruipende wortelstok die zich in spleten en tussen stenen vastzet.
Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de vroegste varens: het frisgroene blad verschijnt al in maart–april.
- Fijn en luchtig blad, mooi in schaduwrijke spleten, rotstuinen en trogjes.
- Een inheemse varen voor een natuurlijke muur- of rotstuin.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C.
- Klein en niet woekerend: ideaal voor kleine plekjes.
Waar staat een blaasvaren graag?
- Halfschaduw tot schaduw, bijvoorbeeld de noordkant van een muur of tussen stenen in een schaduwrijke rotstuin.
- Losse, goed doorlatende grond: zand of leem met wat bladcompost, neutraal tot kalkrijk.
- Normaal vochtig: een koele, vochtige spleet is ideaal, maar geen stilstaand water.
- Niet tussen sterke groeiers, die het tere plantje snel overgroeien.
- Plant 20–25 cm uit elkaar.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,25 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Steenbreekvaren: Een groenblijvend muurvarentje dat het gat vult als de blaasvaren afsterft.
- Gele helmbloem: Bloeit maandenlang geel op dezelfde schaduwrijke muren.
- Mossteenbreek: Lage kussentjes met kleine bloemen in het voorjaar.
- Muurklokje: Paarse klokjes op muren en tussen stenen in de zomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een blaasvaren?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant van maart tot mei of in september–oktober, liefst tijdens een vochtige periode.
- Maak de grond los en meng er wat bladcompost en kalkhoudend grind of grof zand door.
- In een muur of rotstuin: vul een spleet met dat mengsel, schuif het kluitje erin en druk goed aan.
- Zet de plant even diep als in de pot en houd 20–25 cm afstand.
- Geef voorzichtig water en houd de grond de eerste weken vochtig.
Verzorgen
- Water
- Houd jonge planten vochtig. Later alleen bij langdurige droogte water geven; dat stelt het afsterven in de zomer wat uit.
- Bemesten
- Niet nodig; hooguit een snuifje bladcompost in het voorjaar.
- Wieden
- Haal mos en onkruid voorzichtig weg als die het plantje overgroeien.
- Zomerrust
- Sterft het blad af in een droge zomer, laat de plant dan gewoon staan: de wortelstok leeft nog en loopt weer uit.
- In een trog
- Een los, kalkhoudend mengsel en een koele, schaduwrijke plek.
Tip: Plant hem op een koele, schaduwrijke plek in een muur of rotstuin en schrik niet als het blad in een droge zomer verdort: de plant rust dan en loopt later weer uit.
Wanneer snoei je een blaasvaren?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid; ruim alleen in maart de verdorde bladresten op.
Hoe:
- Knip of pluk de dode bladeren van vorig jaar voorzichtig weg, voor het nieuwe blad verschijnt.
- Afgestorven blad in de zomer mag je gerust wegknippen; het nieuwe blad komt later terug.
Let op: Het jonge blad verschijnt vroeg en breekt makkelijk: werk met zachte hand.
Vermeerderen
- Sporen
- In de zomer rijpe sporen verzamelen en onder glas uitzaaien op steriele, vochtige zaaigrond. Op een geschikte plek verschijnen ook vanzelf jonge plantjes.
- Delen
- Oude pollen in maart–april voorzichtig in stukken trekken en meteen terugplanten.
Hoe komt een blaasvaren de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig.
- Het blad sterft in de herfst af; de wortelstok overwintert in de grond.
- Laat wat afgevallen blad rond de plant liggen als natuurlijke bescherming, maar geen dikke laag die het kleine plantje verstikt.
Ziektes en plagen
- Afsterven in de zomer: Bruin, verdord blad in juli–augustus bij droogte. Normaal gedrag; geef water bij langdurige droogte en kies een koelere plek.
- Overgroeid: Mos, gras of sterke buren verstikken het plantje. Wied voorzichtig en geef het ruimte.
- Rot: In natte, verdichte grond rot de wortelstok. Plant in een losser, steniger mengsel.
- Slakken: Vreten aan het jonge, tere blad in het voorjaar. Raap ze ’s avonds weg.
Het jaar rond
- Maart: Dode bladresten opruimen. Nieuw blad loopt uit.
- April: Planten of delen. Jong blad sparen bij het wieden.
- Mei: Planten. Letten op slakken.
- Juni: Water geven bij droogte. Rijpe sporen verzamelen.
- Juli: Bij droogte kan het blad afsterven: water geven of laten rusten.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- September: Planten.
- Oktober: Planten. Het blad sterft af.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Cystopteris betekent ‘blaasvaren’: van het Griekse ‘kystis’ (blaas) en ‘pteris’ (varen), naar het blaasvormige vliesje over de sporenhoopjes.
- ‘Fragilis’ betekent breekbaar: de dunne bladstelen knakken heel makkelijk.
- Het is een van de meest verspreide varens ter wereld.