
Foto: Wasp32, CC BY 4.0 · bron
Varen · Dryopteridaceae
Dryopteris
Dryopteris marginalis
In andere talen: Marginal wood fern (English)
Dryopteris marginalis, in het Engels marginal wood fern, is een stevige, groenblijvende varen uit het oosten van Noord-Amerika, waar hij groeit op rotsige, beboste hellingen. Hij vormt een nette, rechtopstaande bladkroon van 40–60 cm hoog en breed met leerachtig, blauwgroen blad dat het hele jaar mooi blijft. De varen breidt zich niet uit, maar wordt langzaam een grotere kroon. Hij is een van de winterhardste groenblijvende varens en verdraagt kalk en vrij droge schaduw, beter dan veel andere varens. Hij past in een rotstuin, een schaduwborder of onder bomen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,6 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een dryopteris?
- Groeivorm
- Nette kroon van 40–60 cm hoog en breed, met rechtopstaande tot boogvormige bladeren; groenblijvend.
- Blad
- Leerachtig, blauwgroen, veerdelig met gelobde slipjes; blijft het hele jaar groen.
- Sporenhoopjes
- Onder aan het blad zitten ronde sporenhoopjes langs de rand van de bladslipjes, vandaar de soortnaam.
- Stelen
- Bruin bezet met schubben, vooral bij de jonge bladeren.
- Voortplanting
- Geen bloemen of zaad: de varen plant zich voort met sporen onder aan het blad.
Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Leerachtig, blauwgroen blad dat het hele jaar groen blijft, ook in strenge winters.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C.
- Verdraagt kalk en vrij droge schaduw, beter dan veel andere varens.
- Breidt zich niet uit en blijft een nette kroon.
- Weinig werk: eenmaal per jaar het beschadigde blad wegknippen.
Waar staat een dryopteris graag?
- Halfschaduw tot lichte schaduw; geen felle middagzon.
- Goed doorlatende, humusrijke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Verdraagt vrij droge schaduw zodra hij is aangeslagen, maar groeit het mooist in gelijkmatig vochtige grond.
- Reken op 50–60 cm tussen de planten. Past ook in een rotstuin of bij een noordmuur.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Ooievaarsbek: Een stevige bodembedekker die ook droge schaduw verdraagt.
- Schoenlappersplant: Grote, leerachtige bladeren en roze bloemen in het voorjaar.
- Kerstroos: Bloeit in de winter naast het groenblijvende blad.
- Elfenbloem: Lage bodembedekker met sierlijke bloemen voor droge schaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een dryopteris?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat dubbel zo breed als de kluit en meng er bladcompost door.
- Zet de varen even diep als in de pot, met de kroon gelijk met het grondoppervlak. Begraaf de kroon niet.
- Plant op 50–60 cm afstand of één per pot van minstens 30 cm doorsnede, met potgrond en een afwateringsgat.
- Geef meteen flink water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Leg een laag bladcompost rond de plant en laat de kroon vrij.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig; daarna alleen in lange droge periodes, in een pot vaker.
- Bemesten
- In het voorjaar een laag bladcompost of organische mest; meer is niet nodig.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Oud blad opruimen
- Knip in het late voorjaar enkel de bruine, beschadigde bladeren weg.
- Delen
- Zelden nodig; een grote kroon kun je in het voorjaar delen om te verjongen.
Tip: Kies een beschutte plek: ook op kalkrijke grond of in vrij droge schaduw lukt hij goed, en hij blijft een nette kroon die zich niet uitbreidt.
Wanneer snoei je een dryopteris?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eind februari tot maart, voor de nieuwe, opgerolde bladeren uitkomen.
Hoe:
- Knip alleen de bruine, beschadigde of platgeslagen bladeren aan de voet weg.
- Laat gezonde, groene bladeren staan; ze blijven mooi.
- Draag handschoenen: de schubben op de stelen kunnen irriteren.
- Haal dode bladeren uit het hart van de kroon.
Let op: Knip geen nieuwe, opgerolde bladeren af: ze zijn heel breekbaar.
Vermeerderen
- Delen
- In het voorjaar een grote kroon voorzichtig delen als er zijkronen zijn; elk stuk met wortels meteen herplanten en water geven.
- Sporen
- In de late zomer rijpe sporen verzamelen en uitstrooien op vochtige, steriele potgrond onder glas of plastic. Dit duurt maanden en de jonge plantjes groeien traag.
Hoe komt een dryopteris de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft meestal groen; bij strenge vorst of felle wind kan het platslaan of bruin worden. Knip het in het voorjaar weg.
- In een pot: zet hem tegen een muur, wikkel de pot in jute en houd de grond licht vochtig.
Ziektes en plagen
- Bruine bladpunten: Te droog of te veel wind of zon. Geef ruim water, mulch en kies een beschutte, schaduwrijke plek.
- Slakken: Eten in het voorjaar aan jonge, opgerolde bladeren. Verzamel ze of leg een barrière van scherp zand.
- Kroonrot: Kroon wordt zacht en bruin in natte grond. Zorg voor goede afwatering en plant de kroon niet te diep.
- Winterschade: Platgeslagen of bruin blad na vorst of felle wind. Wacht tot het voorjaar en knip dan alleen het beschadigde blad weg.
Het jaar rond
- Maart: Beschadigd blad wegknippen. Planten. Compost geven.
- April: Planten. Nieuwe bladeren rollen uit.
- Mei: Planten. Slakken in de gaten houden.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven in potten en bij droogte.
- Augustus: Water geven. Sporen verzamelen indien gewenst.
- September: Planten.
- Oktober: Planten. Bladeren rond de kroon laten liggen.
- December: Rust. Het blad blijft groen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam marginalis verwijst naar de sporenhoopjes die langs de rand van de bladslipjes zitten.
- In het Engels heet hij ook wel ‘leatherwood fern’, naar zijn stevige, leerachtige blad.
- Dryopteris-soorten kruisen makkelijk met elkaar, daarom bestaan er natuurlijke hybriden.