
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Rosaceae
Japanse mispel
Eriobotrya japonica
In andere talen: Néflier du Japon (Français) · Loquat (English)
De Japanse mispel komt oorspronkelijk uit China en wordt al eeuwenlang in Japan gekweekt, vandaar zijn naam. Het is een kleine, groenblijvende boom met opvallend groot, leerachtig blad met diepe nerven en een roestbruin viltige onderkant. In de herfst en vroege winter verschijnen pluimen van romigwitte, zoet geurende bloemen. Daarop volgen in het voorjaar oranjegele, zoetzure vruchten, maar bij ons enkel na een zachte winter, want bloemen en jonge vruchten verdragen weinig vorst. Ook zonder vruchten geeft hij met zijn grote blad een exotische, zuiderse sfeer.
Let op: Eet alleen het vruchtvlees: de grote pitten bevatten, net als die van veel andere vruchten uit de rozenfamilie, stoffen die blauwzuur kunnen vormen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -12 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
5 m
hoog, 4 m breed
Bloei
oktober–december
| Snoeimaanden | april en juni |
|---|---|
| Hoogte | 5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | oktober–december |
Herkennen
Hoe herken je een Japanse mispel?
- Groeivorm
- Kleine boom of grote struik met een brede, ronde kroon, tot zo’n 5 m hoog en 4 m breed. Groeit matig snel.
- Blad
- Langwerpig, tot 25 cm lang, stug en leerachtig met diepe nerven; donkergroen en glanzend, onderaan roestbruin vilt. Groenblijvend.
- Bloem
- Romigwitte bloempjes in viltige, rechtopstaande pluimen aan de toppen van de takken, van oktober tot december.
- Geur
- Zoet en honingachtig, vooral op zachte, zonnige dagen.
- Vrucht
- Ronde tot peervormige, oranjegele vruchten van 3–5 cm met sappig, zoetzuur vruchtvlees en enkele grote bruine pitten. Rijp in mei–juni, enkel na een zachte winter.
Bloei: oktober–december · Oogst en vruchten: mei–juni · Planten: april–mei · Snoeien: april en juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groot, glanzend, groenblijvend blad dat de tuin het hele jaar een exotische uitstraling geeft.
- Bloeit in de herfst en vroege winter met een zoete geur, als er bijna niets anders bloeit.
- Late nectar en stuifmeel voor bijen en hommels op zachte dagen.
- Na een zachte winter: eigen vruchten in het voorjaar, vers van de boom.
- Redelijk winterhard voor een zuiderse boom, tot ongeveer −12 °C.
- Ook mooi in een grote kuip op een zonnig terras.
Waar staat een Japanse mispel graag?
- Volle zon en warmte: de beste plek is tegen een zuid- of westmuur.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
- Beschut tegen koude oostenwind, die het grote blad bruin kleurt.
- Reken op zo’n 4 m breedte; tegen een muur kun je hem ook vlakker houden.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 5 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -12 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Vijg: Nog een zuiderse fruitboom die het goed doet tegen een warme muur.
- Chinese waaierpalm: Een winterharde palm die de exotische sfeer versterkt.
- Afrikaanse lelie: Blauwe bloemen in de zomer aan de voet, op dezelfde zonnige plek.
- Rozemarijn: Groenblijvend en geurend voor een droge, zonnige voet.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Japanse mispel?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, na de strengste vorst: zo kan hij inwortelen voor de winter.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak zware grond los met wat grof zand of compost.
- Zet de plant even diep als in de pot, op minstens 50 cm van de muur.
- Geef een paal als steun tegen de wind.
- Giet ruim aan en leg een mulchlaag rond de voet.
- In een pot: een grote kuip met drainagegaten en goede potgrond gemengd met wat grof zand.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte. Later verdraagt hij wat droogte, maar voor mooie vruchten heeft hij in het voorjaar genoeg water nodig.
- Bemesten
- In april wat compost of organische mest voor fruitbomen.
- Mulchen
- Een dikke laag mulch in de herfst beschermt de wortels tegen vorst.
- Oogsten
- Pluk de vruchten als ze helemaal oranjegeel zijn en licht zacht aanvoelen. Ze blijven maar een paar dagen goed.
- Verpotten
- Kuipplanten om de twee à drie jaar in april, in een iets grotere pot met verse potgrond.
Tip: Plant hem tegen een zuidmuur in de luwte: daar heeft hij de meeste kans op vruchten. Ook zonder vruchten is hij met zijn grote, groenblijvende blad een blikvanger.
Wanneer snoei je een Japanse mispel?
Snoeimaanden: april en juni.
Wanneer: Weinig nodig. Snoei in april, na de strengste vorst; draagt hij vruchten, dan pas na de oogst in juni.
Hoe:
- Knip bevroren en bruine takken terug tot op gezond hout.
- Haal dode, kruisende en te dicht staande takken weg, zodat er licht in de kroon komt.
- Kort te lange takken in tot net boven een blad of een zijtak om hem compact te houden.
- Tegen een muur bind je de sterkste takken waaiervormig vast en knip je wat naar voren groeit weg.
Let op: Snoei niet meer na juni: de bloemen verschijnen in de herfst aan de toppen van de scheuten van dit jaar.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai de grote pitten meteen na het eten van de vrucht in een pot met zaaigrond; ze kiemen vlot. Een zaailing draagt pas na een flink aantal jaren vruchten, en die zijn niet altijd even lekker.
- Afleggen
- Buig in het voorjaar een lage tak naar de grond, kras de schors licht en pin hem vast onder wat aarde. Na een jaar heeft hij wortels.
Hoe komt een Japanse mispel de winter door?
Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.
- De boom zelf is winterhard tot ongeveer −12 °C; bloemen en jonge vruchten bevriezen al bij lichte vorst.
- Leg in de herfst een dikke mulchlaag over de wortels en bescherm jonge planten bij strenge vorst met een dubbele laag vliesdoek.
- In een pot: overwinter licht en vorstvrij, of zet de pot tegen een beschutte muur en wikkel hem in jute of noppenfolie.
- Koude oostenwind kleurt het blad bruin: lelijk, maar zelden ernstig.
Ziektes en plagen
- Geen vruchten: Normaal na een koude winter: de bloemen of jonge vruchten zijn bevroren. Een zuidmuur en een zachte winter geven de beste kansen.
- Bruin blad: Bruine vlekken of randen na de winter door vorst of koude wind. Knip het lelijkste weg in april; nieuw blad volgt.
- Bacterievuur: Scheuttoppen en bloemen verwelken plots en kleuren zwart, alsof ze verbrand zijn; de top buigt om als een herdersstaf. Knip ruim weg in gezond hout en ontsmet je snoeischaar na elke snede.
- Wortelrot: Gele, hangende bladeren en een kwijnende plant in natte grond. Zorg voor goede drainage; laat in een pot nooit water in de schotel staan.
Het jaar rond
- Januari: Bloei kan doorlopen bij zacht weer. Beschermen bij strenge vorst.
- Februari: Na een zachte winter zwellen de jonge vruchtjes. Vliesdoek bij vorst.
- April: Planten. Snoeien na de strengste vorst. Bemesten.
- Mei: Planten. De vruchten kleuren oranje. Water geven bij droogte.
- Juni: Vruchten oogsten en daarna snoeien. Pitten zaaien.
- Juli: Water geven bij droogte. Niet meer snoeien.
- Augustus: De bloemknoppen vormen zich aan de toppen van de scheuten.
- Oktober: Begin van de bloei met geurende pluimen. Bijen en hommels.
- November: Bloei. Mulchlaag over de wortels.
- December: Bloei. Potplanten vorstvrij zetten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (mei–juni)
- Japanse mispels rijpen bij ons zelden buiten: de boom bloeit van oktober tot december, en bloemen en jonge vruchtjes bevriezen al bij lichte vorst. Enkel na een zachte winter tegen een beschutte zuidmuur, of aan een plant die licht en vorstvrij overwintert, rijpen in mei–juni de oranjegele vruchten. Pluk ze als ze helemaal oranjegeel zijn en licht zacht aanvoelen: na het plukken rijpen ze niet meer na. Ze smaken sappig en fris zoetzuur, wat naar abrikoos en perzik. Trek het dunne velletje eraf, halveer ze en haal de grote bruine pitten en het vliesje eromheen eruit. Eet ze vers, in een fruitsalade, of maak er compote of een clafoutis mee.
- Bewaring
- Rijpe vruchten houden maar een paar dagen, ook in de koelkast, en krijgen snel bruine plekken: verwerk ze snel. Gepeld en ontpit worden ze bruin aan de lucht; besprenkel ze met citroensap. Gekookte compote kan je invriezen, tot 6 maanden.
Let op: Eet enkel het vruchtvlees. De grote pitten bevatten, net als het jonge blad, stoffen die blauwzuur kunnen vormen: eet ze nooit, maal ze niet, kook ze niet mee in jam of compote en gebruik ze niet voor likeur. Maak ook geen thee van het blad. Haal de pitten eruit voor je de vruchten verwerkt, en geef jonge kinderen enkel ontpitte stukjes. Vruchten krijg je hier enkel na een zachte winter of aan een plant die vorstvrij overwintert.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Compote van Japanse mispel met vanille (Compote · 4 personen · 25 min)
- Clafoutis met Japanse mispel (Gerecht · 6 personen · 1 uur)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Ondanks zijn naam komt hij uit China; in Japan wordt hij al zo lang gekweekt dat hij er sterk mee geassocieerd wordt.
- Hij heeft een omgekeerd ritme: bloei in de herfst en winter, vruchten in het voorjaar, als er nog bijna geen ander vers fruit is.
- In Spanje en andere landen rond de Middellandse Zee wordt hij geteeld voor zijn vruchten, die in het Spaans ‘níspero’ heten.