
Foto: James H. Miller, USDA Forest Service, Bugwood.org, CC BY 3.0 · bron
Heester · Celastraceae
Kardinaalsmuts
Euonymus fortunei
In andere talen: Fusain de Fortune (Français) · Wintercreeper (English)
De kruipende kardinaalsmuts komt uit Oost-Azië, van China en Korea tot Japan. Het is een groenblijvende struik met kleine, leerachtige bladeren die over de grond kruipt of met korte hechtwortels tegen een muur of boomstam opklimt, soms tot 3 m hoog. Vrij uitgroeiend blijft hij een lage, dichte mat van zo’n 60 cm hoog en 1,5 m breed. Tuiniers kennen hem vooral van de bonte rassen, zoals ‘Emerald Gaiety’ met witgerand blad en ‘Sunspot’ met een gele vlek in het midden. Hij groeit in zon en in diepe schaduw, in vrijwel elke grond, en vraagt bijna geen werk.
Let op: Alle delen zijn giftig, ook de vruchtjes en zaden: hou kinderen en huisdieren uit de buurt en laat het snoeiafval niet slingeren.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 1,5 m breed
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een kardinaalsmuts?
- Groeivorm
- Kruipende of klimmende struik, vrij uitgroeiend 40–60 cm hoog en tot 1,5 m breed; tegen een muur tot 3 m hoog.
- Blad
- Klein, ovaal tot eirond, 2–6 cm, leerachtig en tegenoverstaand; groen of bont met een witte of gele rand of vlek.
- Takken
- Groene, buigzame twijgen die wortel schieten waar ze de grond raken; klimmende scheuten vormen korte hechtwortels.
- Bloem en vrucht
- Kleine, groenig witte bloempjes die nauwelijks opvallen, enkel op oudere, struikvormige takken. Zelden volgen lichtroze vruchtjes met oranje zaden.
- Wortels
- Fijn en vertakt; liggende takken slaan zelf wortel, zodat de plant langzaam een dichte mat vormt.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend: het hele jaar door een dichte, frisse groene of bonte laag.
- Groeit ook in droge schaduw onder bomen en struiken, waar veel andere planten het opgeven.
- Sterke bodembedekker die onkruid onderdrukt, ook op een talud of aan de voet van een haag.
- Bonte rassen brengen licht in een donkere hoek; sommige kleuren in de winter roze aan.
- Klimt zonder hulp tegen een muur, schutting of stam, als groenblijvende bekleding.
- Weinig werk: één snoeibeurt in het voorjaar volstaat.
Waar staat een kardinaalsmuts graag?
- Zon, halfschaduw of schaduw: overal goed, maar bonte rassen kleuren het mooist in zon of lichte schaduw.
- Vrijwel elke grond: zand, leem of klei, zuur, neutraal of kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; vermijd grond die in de winter lang nat blijft.
- Als bodembedekker 4–6 planten per m², op 40–50 cm van elkaar.
- Tegen een muur: plant op 30 cm van de voet en leid de eerste scheuten naar de muur.
- Licht
- Zon, halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Varens: Samen een groenblijvende, rustige onderbeplanting in de schaduw.
- Hosta: Grote bladeren boven een lage, bonte mat.
- Sneeuwklokjes: Ze prikken in februari door de groenblijvende laag.
- Japans bergras: Zachte, overhangende halmen naast het stevige, kleine blad.
- Lenteroos: Bloeit in de late winter, als de bodembedekker het enige groen is.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kardinaalsmuts?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond onkruidvrij en los, en meng er wat compost door, zeker in schrale zandgrond.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en zet de plant even diep als in de pot.
- Hou als bodembedekker 40–50 cm afstand; leg lange scheuten plat op de grond en pin ze vast, dan wortelen ze sneller.
- Druk de grond goed aan en geef meteen een flinke gieter water.
- Leg mulch tussen de planten tot ze aaneengegroeid zijn: dat houdt onkruid weg.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte elke week. Eenmaal ingeworteld verdraagt hij droogte goed.
- Bemesten
- Nauwelijks nodig; in maart–april wat compost tussen de planten volstaat.
- Mulchen
- Hou tussen jonge planten een laag houtsnippers of bladcompost tot ze de grond bedekken.
- Wieden
- Wied de eerste twee jaar tussen de planten; daarna houdt de dichte mat onkruid zelf weg.
- Groene scheuten
- Haal bij bonte rassen scheuten met volledig groen blad meteen weg, tot aan de basis: ze groeien sterker en nemen anders de plant over.
- Klimmen
- Wil je niet dat hij tegen een haag, boom of gevel opklimt, knip die scheuten dan bijtijds weg.
Tip: Knip bij bonte rassen elke volledig groene scheut meteen tot aan de basis weg: zo blijft de plant mooi bont en wordt hij niet overwoekerd door het sterkere groen.
Wanneer snoei je een kardinaalsmuts?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, als de ergste vorst voorbij is. Groene scheuten bij bonte rassen knip je weg zodra je ze ziet.
Hoe:
- Knip te lange of uitstekende scheuten terug tot binnen de gewenste vorm, net boven een blad.
- Een kale of rommelige bodembedekker mag je om de paar jaar met de heggenschaar tot 20–30 cm terugknippen; hij loopt snel weer dicht uit.
- Tegen een muur: knip scheuten weg die van de muur af groeien of naar goten, ramen en dakpannen kruipen.
- Haal dode en door vorst bruin geworden twijgjes weg.
Let op: Alle delen zijn giftig: ruim het snoeiafval op en was je handen na het snoeien.
Vermeerderen
- Afleggers
- Liggende takken wortelen vaak vanzelf. Steek in het voorjaar zo’n beworteld stuk af en plant het meteen elders.
- Halfrijpe stekken
- In augustus–september: stekken van 8–10 cm, onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond onder plastic of in een koude bak. Ze wortelen vlot.
Hoe komt een kardinaalsmuts de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Belgische winters is bescherming niet nodig.
- Bij sommige bonte rassen kleurt het blad in de kou roze aan; dat is normaal en verdwijnt in het voorjaar.
- Koude oostenwind en felle winterzon kunnen bladeren bruin kleuren; knip dat in april weg.
- In een pot of bak: zet hem beschut en wikkel de pot in jute, zodat de wortelkluit niet bevriest.
Ziektes en plagen
- Schildluis: Witte of bruine schildjes op de stengels en de onderkant van het blad, met gele vlekken erboven. Knip zwaar aangetaste takken weg en veeg de rest af met een zachte borstel en zeepsop.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral op een droge, beschutte plek. Knip aangetaste scheuten weg en geef bij droogte water aan de voet.
- Groene scheuten: Bonte rassen vormen soms takken met volledig groen blad. Knip ze aan de basis weg, anders nemen ze het over.
- Te ver klimmen: Tegen een gevel kruipt hij onder dakpannen en in goten. Knip elk voorjaar de bovenste scheuten terug.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Bonte rassen kleuren soms roze aan in de kou.
- Maart: Compost of mulch tussen jonge planten geven.
- April: Snoeien: te lange scheuten terugknippen. Planten.
- Mei: Planten. Groene scheuten bij bonte rassen wegknippen.
- Juni: Letten op schildluis en meeldauw.
- Juli: Water geven aan jonge planten bij droogte.
- Augustus: Halfrijpe stekken nemen.
- September: Planten. Stekken nemen.
- Oktober: Planten. Gevallen bladeren uit de mat harken.
- December: Rust. Groenblijvend sieraad in de wintertuin.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De felgekleurde vruchten van de kardinaalsmuts (roze met oranje zaden) zijn giftig en kunnen bij kinderen en huisdieren braken, diarree en hartstoornissen geven. Ook blad en schors zijn giftig. Vogels eten de zaden wel zonder probleem. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Net als klimop heeft hij een jeugdvorm die kruipt en klimt, en een volwassen vorm die struikvormig groeit en pas dan bloemen en vruchten draagt.
- De soortnaam eert Robert Fortune, de Schotse plantenjager die in de 19de eeuw veel planten uit China naar Europa bracht.
- Hij is familie van de inheemse wilde kardinaalsmuts, waarvan de roze vruchten op het hoofddeksel van een kardinaal lijken.