
Foto: MPF (talk) (Uploads), CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Kardinaalsmutsfamilie (Celastraceae)
Japanse kardinaalsmuts
Euonymus japonicus · ook: Euonymus japonicus
De Japanse kardinaalsmuts is een groenblijvende struik van 2–4 m met dik, hoogglanzend, gekarteld blad op groene twijgen. Hij verdraagt zeewind en zout zoals weinig andere struiken en is daarom aan de kust een van de meest geplante haagplanten. Bonte vormen met een gele of witte bladrand geven kleur in de winter. Hij groeit in zon en schaduw, op bijna elke grond. Net als de wilde kardinaalsmuts is hij in alle delen giftig.
Let op: Alle delen zijn giftig, ook de vruchten en zaden, die in ons klimaat zelden verschijnen: ze geven braken en diarree. Houd jonge kinderen en huisdieren uit de buurt en geef snoeiafval niet aan vee. Op een beschutte, droge plek krijgt hij snel meeldauw.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–4 m
hoog
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | mei–juni en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 2–4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Japanse kardinaalsmuts?
- Groeivorm
- Dichte, rechtopgaande, groenblijvende struik van 2–4 m.
- Blad
- Tegenoverstaand, 3–7 cm, eirond tot elliptisch, stomp gekarteld, dik leerachtig en hoogglanzend; vaak bont, met een gele of witte rand.
- Twijgen
- Groene, wat vierkantige twijgen.
- Bloem
- Onopvallende, groenwitte bloempjes in juni–juli.
- Vrucht
- Roze doosvruchtjes met oranje zaden, in ons klimaat zelden; giftig.
- Verschil met de wilde kardinaalsmuts
- De wilde kardinaalsmuts is bladverliezend, met dunner, fijn gezaagd blad en grote, roze vruchten.
- Verschil met de kruipende kardinaalsmuts
- Euonymus fortunei heeft kleiner blad op kruipende of klimmende twijgen.
Bloei: juni–juli · Snoeien: mei–juni en augustus–september
Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad
Lijkt op, maar is het niet
- Wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus: bladverliezend, met dunner, fijn gezaagd blad en grote, roze vruchten. Verschil met wilde kardinaalsmuts
- Kruipende kardinaalsmuts (Euonymus fortunei): kleiner blad op kruipende of klimmende twijgen.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een groenblijvende haag die zeewind en zout verdraagt: ideaal aan de kust.
- Bonte vormen geven kleur in de winter.
- Groeit in zon, halfschaduw en schaduw, op bijna elke grond.
- Goed te knippen als haag of bol.
Waar staat een Japanse kardinaalsmuts graag?
- Zon, halfschaduw of schaduw; bonte vormen kleuren het mooist in de zon.
- Bijna elke goed doorlatende grond, zuur of kalkrijk.
- Ideaal aan de kust: hij verdraagt zeewind, zout en zandgrond.
- Liever een open, luchtige plek dan een beschutte, droge hoek, waar hij snel meeldauw krijgt.
- Licht
- Zon tot schaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Duindoorn: Een inheemse kuststruik met oranje bessen, voor dezelfde winderige, zoute plek.
- Tamarisk: Roze pluimen en fijn blad: samen een windscherm aan zee.
- Escallonia: Nog een groenblijvende kusthaag, met roze of witte bloemen in de zomer.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdraagt schaduw en past onder grote bomen zoals: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Japanse kardinaalsmuts?
- Plant in het voorjaar (april) of in de vroege herfst (september–oktober), met kluit of uit pot.
- Voor een haag: 3–4 planten per meter.
- Graaf een ruim plantgat en meng er wat compost door.
- Geef ruim water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar.
- Knippen
- Een haag knip je twee keer per jaar (zie snoeien).
- Controle
- Kijk in de zomer naar meeldauw en schildluis (zie problemen).
Tip: Plant hem aan zee als eerste lijn tegen de wind: in de luwte van een haag van Japanse kardinaalsmuts groeien ook gevoeliger planten.
Wanneer snoei je een Japanse kardinaalsmuts?
Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.
Wanneer: In mei–juni en eind augustus.
Hoe:
- Knip een haag twee keer per jaar: in mei–juni en eind augustus–september.
- Haal bij bonte vormen takken met helemaal groen blad weg: die groeien sterker en verdringen de bonte delen.
- Hij loopt goed uit op oud hout: een te grote of kale haag mag je stevig terugknippen.
Let op: Draag handschoenen en ruim het snoeiafval op: alle delen zijn giftig, ook voor huisdieren en vee.
Vermeerderen
- Stekken
- Halfhoutige stekken van 10–15 cm wortelen in de zomer of de herfst vlot onder glas of folie.
Hoe komt een Japanse kardinaalsmuts de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard in België en Nederland; aan de kust heeft hij het minst te lijden.
- Bij strenge vorst met koude oostenwind kan het blad bruin verbranden, vooral bij bonte vormen en jonge planten; in de lente loopt hij weer uit.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Een wit, poederachtig laagje op het blad, vooral op een beschutte, droge plek. Knip aangetaste scheuten weg en geef hem een luchtiger plek.
- Schildluis: Kleine witte en bruine schildjes op twijgen en blad; het blad vergeelt en valt. Knip aangetaste takken weg.
- Groene takken: Bonte vormen maken soms takken met helemaal groen blad. Knip ze tot op hun basis weg.
Het jaar rond
- April: Planten met kluit of uit pot.
- Mei: Eerste knipbeurt.
- Juni: Knippen; groenwitte bloempjes.
- Juli: Kijk naar meeldauw en schildluis.
- Augustus: Eind augustus: tweede knipbeurt.
- September: Tweede knipbeurt afronden; planten en stekken.
- December: Bonte vormen geven kleur in de winter.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Groenblijvende haag die zeewind en zout verdraagt; bonte vormen geven kleur in de winter.
Let op: Alle delen zijn giftig. Op een beschutte, droge plek krijgt hij snel meeldauw.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij verdraagt zeewind en zout zoals weinig andere struiken: daarom zie je hem in zoveel hagen aan de kust.
- Hij is familie van onze wilde kardinaalsmuts: na warme zomers verschijnen soms dezelfde roze vruchtjes met oranje zaden.