Doodsbeenderenboom (Gymnocladus dioicus)

Foto: Photo (c)2007 Derek Ramsey (Ram-Man), CC BY-SA 2.5 · bron

Boom · Fabaceae

Doodsbeenderenboom

Gymnocladus dioicus

In andere talen: Chicot du Canada (Français) · Kentucky coffeetree (English)

De doodsbeenderenboom is een stoere boom uit het midden en oosten van Noord-Amerika. Hij wordt 15–20 m hoog en heeft een open, onregelmatige kroon met grove, stompe twijgen en een donkergrijze, gegroefde schors. De enorme, dubbel geveerde bladeren, tot 60–90 cm lang, lopen laat uit en kleuren in de herfst geel. In mei en juni verschijnen groenig witte bloemen. De bomen zijn twee- of tweehuizig: vrouwelijke bomen dragen grote, leerachtige peulen met harde zaden, mannelijke bomen niet. Hij is taai en verdraagt droogte en stadslucht.

Let op: Giftig: de peulen, het kleverige vruchtvlees en de zaden bevatten giftige stoffen (alkaloïden). Ze zijn gevaarlijk voor kinderen, honden en katten en voor vee en paarden. Raap vallende peulen op, plant de boom niet bij een speelplek of een weide, en probeer de zaden nooit te eten of te roosteren.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    18 m

    hoog, 12 m breed

  • Bloei

    mei–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenjanuari–februari
Hoogte18 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeimei–juni

Herkennen

Hoe herken je een doodsbeenderenboom?

Groeivorm
Boom van 15–20 m hoog en 10–12 m breed, met een open kroon en grove, stompe twijgen die weinig vertakt zijn.
Blad
Dubbel geveerd, 60–90 cm lang, met tientallen kleine blaadjes; roze-bruin bij het uitlopen, later blauwgroen en in de herfst geel.
Bloem
Groenig witte bloemen in trossen in mei–juni; mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten op verschillende bomen.
Vrucht
Op vrouwelijke bomen: dikke, bruine, leerachtige peulen van 15–25 cm met harde zaden in kleverig vruchtvlees.
Schors
Donkergrijs en gegroefd, met schilferige, naar buiten gekrulde richels.

Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: januari–februari

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Opvallend, stoer silhouet: ook in de winter, kaal, is hij sculpturaal en bijzonder.
  • Enorme, dubbel geveerde bladeren die in de lente roze-bruin uitlopen en in de herfst geel kleuren.
  • Zeer taai: verdraagt droogte, stadslucht en arme grond zodra hij is ingeworteld.
  • Door het late uitlopen valt er in het voorjaar veel licht op de onderbeplanting.
  • Een bijzondere boom voor wie iets anders zoekt dan de gewone lindes en esdoorns.

Waar staat een doodsbeenderenboom graag?

  • Volle zon; hij groeit in de schaduw slecht.
  • Diepe, doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Verdraagt arme en droge grond.
  • Droog tot gewoon vochtig; liever geen langdurig natte grond.
  • Geef hem 10–12 m ruimte, ook ten opzichte van gebouwen, en plant hem niet waar kinderen of vee de peulen kunnen oprapen.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
18 m hoog, 12 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -35 °C)

Mooi samen met

  • Narcis: Bloeit in het voorjaar onder de nog kale boom, voor het blad uitkomt.
  • Lenteroos: Houdt van de lichte schaduw die de late boom in de lente geeft.
  • Ooievaarsbek: Een stevige bodembedekker die goed groeit in de wortelzone.
  • Varens: Een frisse onderbeplanting voor de schaduw in de zomer.
  • Siergrassen: Zachte pluimen contrasteren met de grove, stoere takken van de boom.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een doodsbeenderenboom?

Planten in maart–april en oktober–december.

  1. Plant in maart–april of in oktober–december, als de grond niet bevroren of drassig is.
  2. Graaf een plantgat dat twee tot drie keer zo breed is als de kluit en even diep. Rul de bodem en zijkanten los.
  3. Zet de boom even diep als in de pot of kweek, met de wortelhals op grondniveau. Vul aan met losse grond.
  4. Plaats een paal en bind de boom losjes vast; verwijder de band na twee à drie jaar. Kies een jonge boom: oudere exemplaren verplanten slecht, door de diepe penwortel.
  5. Geef meteen 20–30 liter water en leg een laag mulch rond de voet, zonder de stam te raken.

Verzorgen

Water
De eerste twee à drie jaar bij droogte wekelijks een flinke gietbeurt. Daarna redt de boom zich meestal zelf, ook in droge zomers.
Bemesten
Meestal niet nodig. Een schep compost in het voorjaar op arme grond kan helpen.
Mulchen
Een laag bladcompost of schors houdt de grond vochtig; houd de stam zelf vrij.
Opruimen
Het blad valt vroeg en bestaat uit kleine blaadjes en grote bladstelen. Op vrouwelijke bomen vallen de peulen in de winter en het voorjaar; ruim ze op.
Bescherming
Jonge bomen kunnen door konijnen of reeën worden aangevreten; een stamkoker helpt.

Tip: Kies een mannelijke boom als je geen peulen wilt en plant hem op een plek met volle zon en genoeg ruimte; hij heeft een penwortel en verplant slecht.

Wanneer snoei je een doodsbeenderenboom?

Snoeimaanden: januari–februari.

Wanneer: Zo weinig mogelijk. Als het nodig is: in januari–februari, op een vorstvrije dag, als de boom rust.

Hoe:

  • Jonge bomen: kies één doorlopende leider en verwijder concurrerende toppen.
  • Haal dode, beschadigde en kruisende takken weg.
  • Snoei niet in de top: de boom heeft weinig takken en herstelt traag van hard snoeien.
  • Laat geen stompjes staan, maar snoei tot net voor de takkraag.

Let op: Snoei de boom niet terug: hij vertakt van nature spaarzaam en hard snoeien bederft de stoere vorm.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
De zaden hebben een zeer harde schil. Vijl ze licht in of leg ze een dag in heet (niet kokend) water tot ze opzwellen; zaai in het voorjaar in diepe potten, want de penwortel groeit snel. Of de boom mannelijk of vrouwelijk is, zie je pas veel later.
Wortelstekken
In de winter: stukjes wortel van 5–8 cm horizontaal in zandige potgrond leggen en vorstvrij zetten. Zo kun je een mannelijke boom klonen.

Hoe komt een doodsbeenderenboom de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Jonge bomen: houd de paal en band in orde en leg een laag mulch rond de voet.
  • In de winter is de boom kaal met grove, stompe twijgen; vrouwelijke bomen houden de peulen vaak tot laat in de winter.

Ziektes en plagen

  • Peulen en zaailingen: Vrouwelijke bomen laten veel peulen vallen, en er kunnen zaailingen opkomen. Ruim de peulen op en trek zaailingen uit; of kies een mannelijke boom.
  • Laat uitlopen: Hij loopt pas laat uit, vaak pas eind mei, en lijkt tot dan dood. Krab met je nagel over een twijg: is hij groen, dan leeft de boom.
  • Natte voeten: In drassige, zware grond kwijnt hij. Kies een doorlatende plek of verbeter de afwatering.
  • Wildvraat: Konijnen en reeën knagen aan de schors van jonge bomen. Een stamkoker of gaas beschermt tot de stam dik genoeg is.

Het jaar rond

  • Januari: Eventueel snoeien op een vorstvrije dag. Peulen opruimen.
  • Februari: Eventueel snoeien op een vorstvrije dag.
  • Maart: Planten. Compost rond de boom leggen.
  • April: Planten. Mulch aanbrengen of aanvullen.
  • Mei: Het blad loopt laat uit, roze-bruin. Begin van de bloei.
  • Juni: Bloei van de groenig witte trossen. Jonge bomen water geven bij droogte.
  • Juli: Jonge bomen water geven bij droogte.
  • September: Peulen rijpen op vrouwelijke bomen. Zaden niet in handen van kinderen of dieren laten komen.
  • Oktober: Gele herfstkleur. Planten.
  • November: Het blad valt vroeg. Opruimen.
  • December: Rust. Planten kan zolang de grond niet bevroren is.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. De peulen, het kleverige vruchtvlees en de zaden van de doodsbeenderenboom zijn giftig: ze bevatten cytisine, een alkaloïde dat bij opeten braken, buikpijn, diarree en bij grotere hoeveelheden trillen en stuipen geeft. Vroeger werden de geroosterde zaden in Noord-Amerika als koffievervanger gebruikt, maar probeer dat nooit zelf: rauw of onvoldoende geroosterd zijn ze gevaarlijk. Raap gevallen peulen op, zeker waar kinderen spelen, en plant de boom niet bij een speelplek of een weide: vee en paarden kunnen er ernstig ziek van worden. Houd ook honden en katten weg van de peulen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Gymnocladus komt uit het Grieks: ‘gymnos’ (kaal) en ‘klados’ (tak), vanwege de kale winterse takken.
  • De Engelse naam ‘Kentucky coffeetree’ verwijst naar kolonisten die de geroosterde zaden als koffiesurrogaat gebruikten, wat je niet moet navolgen: ze zijn giftig.
  • De dubbel geveerde bladeren worden tot 60–90 cm lang en horen daarmee tot de grootste samengestelde bladeren van winterharde bomen in ons klimaat.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…