
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Ranunculaceae
Stinkend nieskruid
Helleborus foetidus
In andere talen: Hellébore fétide (Français) · Stinking hellebore (English)
Het stinkend nieskruid is een inheemse, wintergroene vaste plant uit West- en Zuid-Europa. In België groeit hij wild op kalkrijke hellingen en in lichte bossen, vooral in het zuiden van het land. Hij vormt een losse pol van ongeveer 60 cm hoog, met fijn ingesneden, donkergroen blad op stevige stengels. Van februari tot april hangen er trossen lichtgroene klokjes met een rood randje boven. Tuiniers waarderen hem omdat hij in droge schaduw groeit, de hele winter groen blijft en vroeg in het jaar voedsel geeft aan hommels. Gekneusd blad ruikt onaangenaam, vandaar de naam; de groep ‘Wester Flisk’ heeft roodachtige stengels.
Let op: Alle delen zijn giftig bij inslikken en het sap kan de huid irriteren. Plant hem niet waar kleine kinderen spelen, houd honden en katten weg van de plant en zet hem niet langs een weide met paarden, koeien of schapen. Draag handschoenen bij het snoeien.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
februari–april
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | februari–april |
Herkennen
Hoe herken je een stinkend nieskruid?
- Groeivorm
- Losse pol van ongeveer 60 cm hoog en 45 cm breed, met stevige, rechtopgaande stengels.
- Blad
- Donkergroen, leerachtig en handvormig verdeeld in smalle, gezaagde slippen; wintergroen.
- Bloem
- Trossen hangende, bolle klokjes van 1–2 cm, van februari tot april.
- Kleur
- Lichtgroen met een rood- tot paarsbruin randje.
- Geur
- Vooral het gekneusde blad ruikt onaangenaam; de bloemen ruik je nauwelijks.
- Vrucht
- Groepjes kokervruchtjes met zwarte zaden, die door mieren worden verspreid.
Bloei: februari–april · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige planten die het goed doen in droge schaduw onder bomen.
- Bloeit van februari tot april, als er nog bijna niets anders bloeit.
- Een belangrijke vroege voedselbron voor hommelkoninginnen en andere bijen.
- Wintergroen: het donkere, fijn ingesneden blad blijft de hele winter mooi.
- Inheems en makkelijk: hij zaait zich uit en vult zo een natuurlijke schaduwtuin.
Waar staat een stinkend nieskruid graag?
- Halfschaduw of schaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende bomen en struiken.
- Zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk; kalk vindt hij zelfs prima.
- Droge tot normale grond: eens ingeworteld verdraagt hij droogte, maar geen natte voeten.
- Reken op 40–50 cm tussen de planten en plant ze in groepjes van drie of meer.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Sneeuwklokjes: Bloeien tegelijk en vullen de grond rond de pol in februari.
- Varens: Een frisse, groene partner in dezelfde droge schaduw.
- Elfenbloem: Een wintergroene bodembedekker die ook droge schaduw verdraagt.
- Longkruid: Blauwe en roze bloemen in maart–april naast de groene klokjes.
- Toverhazelaar: Geurige winterbloei boven de groene klokjes.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een stinkend nieskruid?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er wat bladcompost door.
- Zet de plant even diep als in de pot, niet dieper, anders kan de voet rotten.
- Houd 40–50 cm afstand; in een groepje van drie staat hij het mooist.
- Geef meteen flink water en het eerste jaar regelmatig bij droogte.
- Mulch met bladcompost of gehakseld blad, zoals op een bosbodem.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar gieten bij droogte; daarna redt hij zich ook in droge schaduw.
- Bemesten
- Niet nodig. Een laagje bladcompost in de herfst volstaat.
- Mulchen
- Laat gevallen blad gewoon liggen: het houdt de grond koel en voedt de plant.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide stengels weg als je geen zaailingen wilt; laat ze staan als hij zich mag uitzaaien.
- Verplanten
- Liever niet: oudere planten slaan slecht aan. Verplaats liever jonge zaailingen.
Tip: Laat altijd een paar zaailingen staan: een plant leeft meestal maar enkele jaren, maar zijn nakomelingen vullen de plek vanzelf weer op.
Wanneer snoei je een stinkend nieskruid?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid. In mei–juni knip je de uitgebloeide stengels weg, zodra het zaad rijp is, of eerder als je geen zaailingen wilt.
Hoe:
- Elke stengel bloeit maar één keer en sterft daarna af: knip hem na de bloei laag bij de grond weg.
- Spaar de jonge stengels die nog niet gebloeid hebben: die bloeien volgend jaar.
- Knip bruine of gevlekte bladeren weg zodra je ze ziet.
- Werk altijd met handschoenen.
Let op: Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen en was daarna je handen.
Vermeerderen
- Zaailingen
- Rond de plant verschijnen vaak zaailingen. Steek ze in de herfst of het voorjaar met een kluitje op en plant ze waar je wilt.
- Zaaien
- Vers zaad in juni–juli in een pot met zaaigrond zaaien en buiten laten staan. Het kiemt pas na de winter, in het voorjaar.
Hoe komt een stinkend nieskruid de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Wintergroen: het blad blijft staan en de bloemknoppen verschijnen al midden in de winter.
- Bij zware sneeuw kunnen de stengels knakken: schud de sneeuw er voorzichtig af.
- In een pot: zet hem op een beschutte plek en zorg dat de potgrond niet doornat blijft.
Ziektes en plagen
- Bladvlekken: Zwarte of bruine vlekken op het blad, vooral in natte jaren. Aangetaste bladeren wegknippen en bij het restafval gooien, niet op de composthoop.
- Bladluis: Op jonge scheuten en bloemen in het voorjaar. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes helpen mee.
- Wegrotten: De voet rot op natte, zware grond. Plant hem op een goed doorlatende plek.
- Korte levensduur: Een plant leeft vaak maar enkele jaren. Laat een paar zaailingen staan om hem te vervangen.
Het jaar rond
- Januari: Bloemknoppen worden zichtbaar.
- Februari: Begin van de bloei. Eerste hommels op bezoek.
- Maart: Bloei. Planten. Bruine bladeren wegknippen.
- April: Einde van de bloei. Planten.
- Mei: Uitgebloeide stengels wegknippen als je geen zaailingen wilt.
- Juni: Het zaad rijpt. Oude stengels wegknippen of zaad oogsten en meteen zaaien.
- Juli: Jonge planten water geven bij droogte.
- September: Planten. Zaailingen verplanten.
- Oktober: Planten. Bladcompost rond de voet.
- December: Wintergroen blad. De nieuwe bloemstengels groeien.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van nieskruid en kerstrozen zijn giftig, ook voor huisdieren; het sap kan de huid irriteren. Draag handschoenen als je de oude bladeren wegknipt of de plant scheurt, en eet er niets van. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Onderzoekers ontdekten dat gisten in de nectar suikers afbreken en daarbij warmte vrijmaken: de bloemen zijn daardoor iets warmer dan de lucht rondom.
- De zaden hebben een vettig aanhangsel waar mieren op afkomen. Ze slepen de zaden mee naar hun nest en verspreiden zo de plant.
- Een stengel maakt het eerste jaar alleen blad en bloeit pas het tweede jaar; daarna sterft hij af.