Dwergiris (Iris pumila)

Foto: Stefan.lefnaer, CC BY-SA 3.0 · bron

Vaste plant · Iridaceae

Dwergiris

Iris pumila

In andere talen: Iris nain (Français) · Dwarf iris (English)

De dwergiris komt uit de steppen en droge graslanden van Centraal- en Zuidoost-Europa tot ver in Azië, van Oostenrijk en Hongarije tot Rusland en Turkije. Het is een minibaardiris van 10–15 cm, met korte, grijsgroene zwaardbladeren en grote bloemen die op een heel korte stengel net boven het blad staan. In april–mei bloeit hij in paars, blauw, geel, wit of tweekleurig, met een opvallende baard op de hangende bloemblaadjes. Hij groeit uit een ondiepe wortelstok die in de zomer graag in de zon bakt. Uit kruisingen met hoge baardirissen ontstonden de lage baardirissen die je vaak in de handel vindt.

Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de wortelstok: hij is schadelijk als hij gegeten wordt. Let op bij honden die graag graven en bij jonge kinderen; ook katten kunnen ziek worden als ze aan het blad knagen. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het scheuren.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand of leem

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    0,15 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni en november
Hoogte0,15 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een dwergiris?

Groeivorm
Lage polletjes van 10–15 cm hoog, die met wortelstokken uitgroeien tot een mat van zo’n 30 cm breed.
Blad
Smalle, grijsgroene zwaardbladeren in kleine waaiers.
Bloem
Een baardiris in het klein: drie opstaande en drie hangende bloemblaadjes, de hangende met een harige baard, op een zeer korte stengel, in april–mei.
Kleur
Paars, blauw, geel, wit, crème of tweekleurig; in het wild staan in één populatie vaak verschillende kleuren door elkaar.
Wortels
Een ondiepe, kruipende wortelstok die net aan de oppervlakte ligt.

Bloei: april–mei · Planten: juli–september · Snoeien: juni en november

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de vroegste irissen: al in april bloemen in heldere kleuren.
  • Klein en compact: perfect voor de rotstuin, een grindbed, de rand van een border of een trog.
  • Droogtebestendig en kalkminnend: geschikt voor de zonnigste, droogste plekjes.
  • De grijsgroene bladwaaiers geven ook na de bloei structuur.
  • Breidt zich traag uit tot een dicht matje dat elk jaar meer bloemen geeft.

Waar staat een dwergiris graag?

  • Volle zon: de wortelstok moet in de zomer kunnen bakken om volgend jaar te bloeien.
  • Goed doorlatende, kalkhoudende tot neutrale grond: zand of leem, eventueel met grind. Geen zure of natte grond.
  • Droog: een rotstuin, een helling, de kop van een muurtje of een trog.
  • Plant op 15–20 cm afstand, vooraan en niet in de schaduw van grotere planten.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog
Grootte
0,15 m hoog, 0,3 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -35 °C)

Mooi samen met

  • Blauwkussen: Lage kussens die rond dezelfde tijd bloeien, op een zonnige muur of in een rotstuin.
  • Wildemanskruid: Zijdeachtige bloemen en pluizige vruchten in hetzelfde voorjaar, ook op kalk.
  • Huislook: Ook droogtebestendig, voor een trog of rotstuin.
  • Tijm: Geurende matjes die na de iris bloeien.
  • Botanische tulp: Kleine tulpen die rond dezelfde tijd bloeien, op dezelfde zonnige plek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een dwergiris?

Planten in juli–september.

  1. Plant van juli tot september, na de bloei, zodat de wortelstok voor de winter kan aanslaan.
  2. Werk op zwaardere grond wat grind of grof zand door de plantgrond; geen verse mest.
  3. Leg de wortelstok horizontaal en ondiep: de bovenkant ligt net aan de oppervlakte, de wortels spreid je uit in de grond.
  4. Druk de grond rond de wortels goed aan, maar dek de wortelstok zelf niet af.
  5. Houd 15–20 cm tussen de planten.
  6. Geef na het planten één keer goed water en daarna alleen bij langdurige droogte; leg geen mulch over de wortelstok.

Verzorgen

Water
Na het aanslaan bijna nooit; te veel water doet de wortelstok rotten.
Bemesten
Weinig nodig: een beetje stikstofarme, organische mest in maart. Geen verse mest of dikke compostlaag.
Wortelstok vrij
Houd de wortelstok vrij van mulch, bladafval en onkruid, zodat hij zon krijgt en droog blijft.
Uitgebloeide bloemen
Knip verwelkte bloemen en stengeltjes weg; dat oogt netter.
Blad
Knip het groene blad in de zomer niet kort: de plant heeft het nodig om kracht op te bouwen voor de volgende bloei.
Scheuren
Om de 3–4 jaar, als het midden van de mat kaal wordt en minder bloeit.

Tip: Plant de wortelstok zo ondiep dat de bovenkant net zichtbaar is en dek hem nooit af: hij moet in de zomer kunnen bakken om volgend voorjaar rijk te bloeien.

Wanneer snoei je een dwergiris?

Snoeimaanden: juni en november.

Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid. Na de bloei, in juni, knip je de uitgebloeide bloemen weg, en in november het afgestorven blad.

Hoe:

  • Knip uitgebloeide bloemen en stengeltjes net boven de bladwaaier af.
  • Laat het groene blad staan tot het vanzelf geel of bruin wordt.
  • Haal in november bruin en dood blad weg, zodat de wortelstok niet rot en slakken minder schuilplekken hebben.

Let op: Draag handschoenen als je de wortelstokken scheurt of schoonmaakt: het sap kan de huid irriteren.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
Na de bloei, van juli tot september: graaf de mat op, breek of snijd de wortelstok in stukken met elk een bladwaaier en gezonde wortels, en plant ze ondiep terug. Gooi oude stukken zonder blad weg.
Zaaien
Bij de soort mogelijk: zaai rijp zaad in de herfst in een pot die buiten blijft staan. Het kiemt traag en zaailingen bloeien pas na enkele jaren; rassen komen niet zuiver uit zaad.

Hoe komt een dwergiris de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: koude is geen probleem.
  • Natte winters zijn het grootste gevaar: in natte grond rot de wortelstok.
  • Dek hem niet af met blad of mulch; een laagje grind rond de voet houdt de wortelstok droog.
  • In een trog of pot: zorg voor een goede afwatering en zet hem bij aanhoudende regen eventueel onder een afdak.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: De wortelstok wordt zacht, ruikt vies en het blad valt om. Snijd het rotte deel weg tot gezond weefsel, laat de wonde opdrogen in de zon en verplant naar een drogere plek.
  • Weinig bloei: Te veel schaduw, te diep geplant of een overvolle mat. Zet hem zonniger, plant ondieper of scheur hem.
  • Bladvlekken: Bruine vlekjes met een gele rand op het blad, vooral in natte jaren. Knip aangetast blad weg en ruim dood blad op.
  • Slakken: Ze eten aan bloemknoppen en jong blad in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op en houd de plek vrij van bladafval.

Het jaar rond

  • Maart: Bladafval van de wortelstokken halen. Eventueel een beetje stikstofarme mest geven.
  • April: Begin van de bloei. Letten op slakken.
  • Mei: Bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen.
  • Juni: Laatste uitgebloeide stengeltjes wegknippen. Blad laten staan.
  • Juli: Planten en scheuren.
  • Augustus: Planten en scheuren. De wortelstokken laten bakken in de zon.
  • September: Laatste maand om te planten. Rijp zaad zaaien.
  • November: Afgestorven blad wegnemen. Niet afdekken.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van deze irissen zijn giftig, vooral de wortelstok: wie ervan eet, krijgt braken, buikpijn en diarree, en ook honden, katten en grazend vee worden er ziek van. Het meeste gevaar is er als je de pollen scheurt: ruim de losse stukken wortelstok meteen op, laat ze niet slingeren waar kinderen spelen of honden graven, en gooi ze niet in een weide of ren. De Siberische en de Japanse iris staan graag aan de vijverrand, waar hun blad zonder bloemen op dat van andere oeverplanten lijkt: eet niets van een oeverplant die je niet zeker kent. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het scheuren en terugknippen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Pumila betekent in het Latijn ‘dwergachtig’ of ‘klein’.
  • In wilde populaties staan paarse, gele en witte planten vaak door elkaar: de soort is erg variabel in kleur.
  • Door kruising van de dwergiris met hoge baardirissen ontstonden de lage baardirissen (Standard Dwarf Bearded) die vandaag in veel tuinen staan.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…