Foto: Ghislain118 http://www.fleurs-des-montagnes.net, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Liliaceae
Lilium pumilum
In andere talen: Coral lily (English)
Lilium pumilum, de koraallelie, groeit in het wild van Siberië en Mongolië tot Noord-China en Korea. Het is een kleine, fijne lelie met slanke stengels van ongeveer 45 cm en bladeren die zo smal zijn dat ze op gras lijken. In juni, vroeger dan de meeste lelies, draagt hij hangende turbanbloemen in een stralend koraalrood met een lichte, zoete geur. Hij is volledig winterhard en past door zijn formaat uitstekend in de rotstuin en vooraan in de border. Hij leeft niet lang, maar is makkelijk uit zaad te kweken.
Let op: Giftig voor katten: alle delen, ook stuifmeel en water uit de vaas, kunnen bij katten ernstige vergiftiging veroorzaken; ga bij vermoeden meteen naar de dierenarts. Ook voor honden en kinderen is de plant schadelijk als ze er van eten.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,45 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
juni
| Hoogte | 0,45 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een Lilium pumilum?
- Groeivorm
- Slanke bolplant van ongeveer 45 cm hoog en 15 cm breed, met rechte, dunne stengels.
- Blad
- Zeer smal, bijna grasachtig, donkergroen, verspreid langs de stengel.
- Bloem
- Hangende bloemen met teruggekrulde blaadjes (turbanvorm), enkele aan een stengel, in juni.
- Kleur
- Helder koraalrood, soms met kleine donkere stippen.
- Geur
- Licht en zoet; het sterkst op warme dagen.
Bloei: juni · Planten: maart–april en oktober–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Stralend koraalrode turbanbloemen in juni, vroeger dan de meeste lelies.
- Klein en fijn van bouw: past in de rotstuin, in een grindbed of vooraan in de border.
- Volledig winterhard (tot ongeveer −30 °C) en niet kieskeurig.
- Lichte, zoete geur en bloemen die bijen aantrekken.
- Makkelijk uit zaad te kweken, zodat je steeds nieuwe planten hebt.
Waar staat een Lilium pumilum graag?
- Volle zon op een warme, doorlatende plek; hij verdraagt wat droogte.
- Doorlatende grond: zand of leem, kalkrijk mag. Zware klei laat de bol rotten.
- Normaal tot droog: staand water in de winter is zijn grootste vijand.
- Op een verhoging of in de rotstuin staat hij het best.
- Plant de bollen 10–15 cm uit elkaar, in groepjes van drie of vijf.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,45 m hoog, 0,15 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Zelfde zonnige, droge plek; paars contrasteert met het koraalrood.
- Steenbreek: Een lage rotstuinplant vlak bij de lelie houdt de grond bedekt.
- Siergras: Een pol fijn siergras vult de ruimte tussen de bollen.
- Vetkruid: Houdt van dezelfde warme, droge plek en houdt de grond bedekt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Lilium pumilum?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in oktober–november of in maart–april; in de herfst planten geeft de beste wortels.
- Graaf een plantgat van 10–12 cm diep en meng zware grond met grof zand of grind.
- Zet de bol rechtop, op een laagje zand tegen rot, 10–15 cm uit elkaar.
- Bedek met aarde en geef goed water, daarna enkel bij droogte.
- Leg een dun laagje grind of grof zand over de grond.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte af en toe water. Daarna zelden nodig; vermijd natte voeten in de winter.
- Bemesten
- Weinig nodig. In het voorjaar eventueel een beetje bloembollenmeststof of compost.
- Mulchen
- Een dun laagje grof zand of grind houdt de grond doorlatend; geen dikke laag compost.
- Uitgebloeide bloemen
- Wil je zaad oogsten, laat dan de zaaddozen staan; anders knip je ze weg om de bol te sparen.
- Verdelen
- Verdeel dichte groepen om de 3–4 jaar of laat zaailingen groeien om de groep te vernieuwen.
Tip: Laat een paar zaaddozen rijpen en zaai het zaad uit: de zaailingen vervangen de oude bollen, die niet lang leven.
Wanneer snoei je een Lilium pumilum?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Knip uitgebloeide bloemen weg (of laat de zaaddozen staan) en haal de stengels pas weg als ze helemaal verdord zijn, in oktober–november.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemen weg, net onder de bloem.
- Laat de stengel en het blad staan tot ze geel zijn: ze voeden de bol.
- Knip de verdorde stengel in de herfst af, vlak boven de grond.
Let op: Knip een groene stengel nooit te vroeg af: de bol heeft het blad nodig om op te laden voor volgend jaar.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai de zaden in het voorjaar of de herfst in potten met doorlatende grond; ze kiemen snel en bloeien na enkele jaren.
- Bolletjes delen
- Verdeel dichte groepen in oktober–november en plant de bolletjes meteen terug op 10–12 cm.
- Schubben
- In de herfst een paar gezonde schubben van de bol afbreken, in vochtig zand of perliet in een plastic zakje bij kamertemperatuur leggen; na enkele weken vormen zich nieuwe bolletjes.
Hoe komt een Lilium pumilum de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard in België (tot ongeveer −30 °C): geen bescherming nodig als de grond doorlatend is.
- Een dun laagje bladeren of compost over de bol houdt het vocht binnen en de vorst buiten; verwijder het in het voorjaar.
- In een pot: zet de pot beschut en droog tegen een muur, en laat hem niet in water staan.
Ziektes en plagen
- Lelietorretje: Een felrood kevertje en slijmerige larven (bedekt met eigen uitwerpselen) vreten het blad in april–juli. Plukken met de hand is de beste aanpak.
- Botrytis: Bruine vlekken op het blad in nat weer. Knip aangetast blad weg, laat ruimte tussen de planten en water niet over het blad.
- Bolrot: In natte grond verrotten de bollen. Plant in doorlatende grond en meng klei met zand.
- Korte levensduur: Een bol wordt maar enkele jaren oud. Laat een paar zaaddozen rijpen of verdeel de groep, zodat er altijd nieuwe planten volgen.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Jonge scheuten verschijnen.
- April: Planten. Letten op lelietorretjes.
- Mei: Knoppen vormen zich. Slakken tegenhouden.
- Juni: Bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Juli: Uitgebloeide bloemen wegknippen, of zaaddozen laten rijpen.
- Augustus: Zaaddozen rijpen. Zaad oogsten als de dozen openbarsten.
- September: Blad vergeelt. Laten staan.
- Oktober: Planten. Verdorde stengels afknippen.
- November: Planten of verdelen.
- December: Rust onder de grond.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Lelies zijn levensgevaarlijk voor katten: alle delen, ook het stuifmeel en het water uit de vaas, geven al in kleine hoeveelheden acuut nierfalen, dat zonder snelle behandeling vaak dodelijk afloopt. Een beetje stuifmeel dat een kat uit haar vacht likt, kan al genoeg zijn. Heeft je kat aan een lelie gezeten of stuifmeel op haar vacht, bel dan meteen je dierenarts, ook als ze nog niets laat merken. Zet geen snijlelies in huis als je een kat hebt (de meeldraden wegknippen is niet genoeg) en plant ze niet waar katten vaak komen. Voor kinderen en honden zijn lelies veel minder gevaarlijk, maar ook zij kunnen er maag- en darmklachten van krijgen. Verwar ze niet met daglelies (Hemerocallis), waarvan je de knoppen en bloemen wel kunt eten (al zijn ook die gevaarlijk voor katten): eet nooit van een echte lelie. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam pumilum betekent ‘dwerg’, naar zijn bescheiden formaat.
- Een oudere wetenschappelijke naam is Lilium tenuifolium, ‘dunbladige lelie’, naar zijn grasachtige blad.
- In het wild komt hij voor tot in Siberië en Mongolië: hij is dus heel koudebestendig.