Winterkamperfoelie (Lonicera fragrantissima)

Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron

Heester · Caprifoliaceae

Winterkamperfoelie

Lonicera fragrantissima

In andere talen: Chèvrefeuille d’hiver (Français) · Winter honeysuckle (English)

De winterkamperfoelie is een struikvormige kamperfoelie uit het oosten van China, die de Schotse plantenjager Robert Fortune in 1845 naar Europa bracht. Het is een brede, wat losse struik van ongeveer 2 m hoog en 2,5 m breed, met lange, gebogen takken en eironde, wat leerachtige bladeren die in zachte winters deels blijven hangen. Van januari tot maart verschijnen op de bijna kale takken kleine, roomwitte bloempjes, steeds per twee, met een sterke, zoete citroengeur. Op een zachte winterdag ruik je ze al van meters ver. Hij is makkelijk, groeit op bijna elke grond en is volledig winterhard. Zijn kruising met Lonicera standishii, Lonicera × purpusii, lijkt sterk op hem en wordt even vaak geplant.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    2 m

    hoog, 2,5 m breed

  • Bloei

    januari–maart

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril
Hoogte2 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijanuari–maart

Herkennen

Hoe herken je een winterkamperfoelie?

Groeivorm
Brede, losse struik van ongeveer 2 m hoog en 2,5 m breed, met lange, overhangende takken.
Blad
Eirond, 3–7 cm lang, wat leerachtig en dofgroen, tegenoverstaand. Half wintergroen: in zachte winters blijft een deel aan de takken.
Bloem
Kleine, roomwitte bloempjes van 1–1,5 cm, steeds per twee, met opvallende gele meeldraden, van januari tot maart.
Geur
Sterk, zoet en citroenachtig, het best te ruiken op een zachte, windstille dag.
Vrucht
Enkele rode besjes in de late lente, telkens per twee aan de basis vergroeid; ze vallen weinig op.

Bloei: januari–maart · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit midden in de winter, van januari tot maart, als er bijna niets anders bloeit.
  • Een van de sterkst geurende winterbloeiers: de citroengeur hangt op zachte dagen in de hele voortuin.
  • Vroege nectar en stuifmeel voor hommels en honingbijen die op zachte winterdagen uitvliegen.
  • Takjes in een vaas geuren in een warme kamer verrassend sterk.
  • Makkelijk en sterk: groeit in zon en halfschaduw, op zand, leem en klei.

Waar staat een winterkamperfoelie graag?

  • Zon tot halfschaduw. In de zon bloeit hij het rijkst.
  • Elke gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
  • Normaal vochtige, goed doorlatende grond; geen natte voeten.
  • Plant hem waar je in de winter vaak passeert: bij de voordeur, langs een pad of onder een raam, en liefst beschut, zodat de geur blijft hangen.
  • Reken op 2–2,5 m ruimte; in een vrij uitgroeiende haag op 1–1,5 m van elkaar.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal
Grootte
2 m hoog, 2,5 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Toverhazelaar: Ook een winterbloeier, met gele of oranje bloemen naast de witte bloempjes.
  • Sneeuwklokje: Een witte tapijt onder de struik in februari.
  • Lenteroos: Bloeit tegelijk en verdraagt de halfschaduw onder de takken.
  • Winterakoniet: Gele bloempjes aan de voet, vroeg in het jaar.
  • Rode kornoelje: Rode twijgen die in de winter mooi afsteken tegen de bloei.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een winterkamperfoelie?

Planten in maart–april en oktober–november.

  1. Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren of te nat is.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem los.
  3. Meng een paar scheppen compost door de uitgegraven grond.
  4. Zet de struik even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  5. Geef meteen een flinke gieter water.
  6. Leg een laag mulch van compost of houtsnippers rond de voet.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar regelmatig bij droogte. Daarna alleen in lange droge periodes.
Bemesten
In april, na de snoei, een schep compost of wat organische mest. Meer is niet nodig.
Mulchen
Een laag compost of bladmulch in het voorjaar houdt de grond vochtig en onkruidvrij.
Uitgebloeide bloemen
Hoeven niet weg: ze vallen vanzelf af.
Ruimte
Geef hem genoeg plaats om uit te groeien; voortdurend inkorten kost bloemen.

Tip: Plant hem bij de voordeur of langs een pad waar je in de winter vaak passeert. Snoei uitsluitend na de bloei, in april, door enkele oude takken aan de voet weg te halen.

Wanneer snoei je een winterkamperfoelie?

Snoeimaanden: april.

Wanneer: In april, meteen na de bloei. Hij bloeit op het hout van vorig jaar.

Hoe:

  • Haal elk jaar of om de twee jaar een kwart tot een derde van de oudste takken helemaal aan de voet weg.
  • Knip dode en kruisende takken weg en kort te lange takken in tot op een zijtak.
  • Een oude, verwaarloosde struik kun je in april tot 30–50 cm terugzetten; de volgende winter bloeit hij dan nauwelijks.

Let op: Snoei niet in de zomer of de herfst: dan knip je de takken weg die in de winter moeten bloeien.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Halfrijpe stekken
In juli–augustus: stekken van 10–15 cm, onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond onder plastic. Ze wortelen makkelijk.
Winterstekken
In november–december: stukken van 20 cm van rijpe takken voor tweederde in de grond steken op een beschutte plek. Na een jaar verplanten.
Afleggen
Een lage tak in het voorjaar in de grond leggen en vastpinnen; na een jaar loskoppelen.

Hoe komt een winterkamperfoelie de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Volledig winterhard tot ongeveer −25 °C: geen bescherming nodig.
  • Bij strenge vorst kunnen open bloemen bruin worden; de knoppen die nog dicht zijn, bloeien daarna gewoon verder.
  • In zachte winters blijft een deel van het blad hangen, in strenge winters valt het af. Beide zijn normaal.

Ziektes en plagen

  • Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en vogels ze op; anders afspuiten met water.
  • Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in de zomer, vooral bij droogte. Water geven, de struik luchtig houden en aangetaste takjes wegknippen.
  • Weinig bloei: Meestal door snoei in de zomer of de herfst, of door te veel schaduw. Snoei voortaan alleen na de bloei.
  • Kaal en verward: Een oude struik wordt van onder kaal. Haal elk jaar enkele oude takken aan de voet weg, zodat er jonge scheuten bijkomen.

Het jaar rond

  • Januari: Bloei: geurende bloempjes op de kale takken. Takjes snijden voor de vaas.
  • Februari: Volle bloei. Bezoek van hommels op zachte dagen.
  • Maart: Laatste bloemen. Planten.
  • April: Snoeien na de bloei: oude takken aan de voet weg. Compost geven. Planten.
  • Mei: Nieuw blad. Letten op bladluis.
  • Juni: Enkele rode besjes. Water geven bij droogte.
  • Juli: Halfrijpe stekken nemen. Water geven bij droogte.
  • Oktober: Planten.
  • November: Planten. Winterstekken nemen.
  • December: De bloemknoppen zwellen; laat de struik met rust.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De Schotse plantenjager Robert Fortune bracht de winterkamperfoelie in 1845 uit China naar Europa.
  • Lonicera × purpusii is een kruising van de winterkamperfoelie met Lonicera standishii en bloeit al even geurig in de winter.
  • Zoals bij alle kamperfoelies staan de bloemen per twee; ook de besjes groeien per paar aan de basis aan elkaar.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…