Kamperfoelie (Lonicera pileata)

Foto: Daderot, CC0 · bron

Heester · Caprifoliaceae

Kamperfoelie

Lonicera pileata

In andere talen: Chèvrefeuille (Français) · Box-leaved honeysuckle (English)

Deze kamperfoelie is geen klimplant, maar een lage, breed uitgroeiende struik uit China. Hij heeft kleine, glanzend donkergroene bladeren aan lange, bijna horizontale takken, die samen een dicht tapijt van zo’n 60–100 cm hoog vormen. In april en mei verschijnen kleine, roomgele bloempjes in paartjes onder de takken, gevolgd door doorschijnend violette bessen. Het is een van de taaiste bodembedekkers: hij groeit in zon en diepe schaduw, in droge en gewone grond, en verdraagt flink snoeien. Je ziet hem daarom vaak in openbaar groen, maar ook in de tuin is hij erg nuttig.

  • Licht

    Zon tot schaduw

    niet kieskeurig

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 1,5 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juni
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een kamperfoelie?

Groeivorm
Lage, brede struik met horizontale, licht overhangende takken; 0,6–1 m hoog en 1,5–2,5 m breed.
Blad
Klein en smal ovaal, 1–3 cm, glanzend donkergroen; nieuw blad heldergroen. In strenge winters valt een deel af.
Bloem
Klein, roomwit tot lichtgeel, in paartjes in de bladoksels, in april–mei; onopvallend maar nuttig voor bijen.
Vrucht
Ronde, doorschijnend violette bessen van ongeveer een halve centimeter, in de late zomer.
Wortels
Vezelig en vrij ondiep; takken die de grond raken, wortelen vaak vanzelf.

Bloei: april–mei · Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: mei–juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groenblijvende, dichte bodembedekker die onkruid onderdrukt, ook in de schaduw onder bomen.
  • Groeit bijna overal: zon of schaduw, zand of klei, droog of gewoon.
  • Vroege bloempjes voor bijen in april–mei.
  • Violette bessen voor vogels in de late zomer en de herfst.
  • Mooie horizontale takken die over een muurtje of rand hangen en een talud vastleggen.

Waar staat een kamperfoelie graag?

  • Zon, halfschaduw of schaduw: hij is weinig kieskeurig, maar wordt in diepe schaduw wat opener.
  • Elke tuingrond, van zand tot klei, zuur tot kalkrijk.
  • Droog tot normaal vochtig; eens geworteld verdraagt hij droogte goed. Vermijd natte, drassige grond.
  • Plant 3–4 planten per m² voor een snel gesloten tapijt, of op 60–80 cm uit elkaar voor een losse groep.
Licht
Zon, halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,6 m hoog, 1,5 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -20 °C)

Mooi samen met

  • Schoenlappersplant: Grote, ronde bladeren als contrast met het fijne blad.
  • Ooievaarsbek: Een taaie ooievaarsbek bloeit roze in de zomer en houdt het even goed vol in droge schaduw.
  • Narcis: Gele bloemen die in het voorjaar tussen de takken door komen.
  • Mahonia: Hogere, groenblijvende struik die ook in de schaduw bloeit, voor achter het tapijt.
  • Hosta: Grote bladeren in de zomer, voor een schaduwrijke hoek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kamperfoelie?

Planten in april–mei en september–oktober.

  1. Plant in april–mei of in september–oktober.
  2. Maak de grond goed onkruidvrij, vooral van wortelonkruid zoals kweek en zevenblad: later krijg je het er moeilijk uit.
  3. Graaf een plantgat iets groter dan de kluit en meng er wat compost door.
  4. Zet de planten even diep als in de pot, 3–4 per m², en druk ze aan.
  5. Geef ruim water en herhaal dat het eerste jaar bij droogte.
  6. Leg mulch tussen de planten tot ze het tapijt gesloten hebben.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte; daarna redt hij zich.
Bemesten
In maart wat compost; meer is niet nodig.
Onkruid
Wied de eerste twee jaar tussen de planten; daarna houdt het dichte tapijt zelf het onkruid tegen.
Mulchen
Houtsnippers of bladcompost tussen jonge planten houden onkruid weg en de grond vochtig.
In vorm houden
Knip opstaande takken in mei–juni terug als hij te hoog of te breed wordt.

Tip: Plant hem op een talud of langs een rand: de horizontale takken leggen de grond vast en hangen mooi over. Laat genoeg ruimte, want hij wordt breder dan je denkt.

Wanneer snoei je een kamperfoelie?

Snoeimaanden: mei–juni.

Wanneer: In mei of juni, als hij te hoog of te breed wordt. Zonder snoei blijft hij ook mooi; dan knip je alleen af en toe een uitschieter weg.

Hoe:

  • Knip opstaande en te lange takken terug tot op een zijtak, zodat de horizontale vorm bewaard blijft.
  • Een te hoge of kale plant kun je in mei flink terugzetten tot 20–30 cm: hij loopt goed opnieuw uit.
  • Haal dode takken weg, vooral na een strenge winter.
  • Gebruik een heggenschaar voor een strakke rand, of een snoeischaar voor een natuurlijke vorm.

Let op: Wie in mei–juni snoeit, verliest een deel van de bessen. Wil je ze voor de vogels houden, knip dan alleen de hoogste takken in.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Afleggen
Takken die de grond raken, wortelen vaak vanzelf. Knip zo’n bewortelde tak in het voorjaar los en plant hem elders.
Halfrijpe stekken
In juli–augustus stekken van 10 cm, onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond. Ze wortelen makkelijk.
Winterstekken
In november stekken van 20 cm verhout hout, voor twee derde in de grond op een beschut plekje. Het volgende najaar verplanten.

Hoe komt een kamperfoelie de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • In een strenge winter of bij koude wind valt een deel van het blad; in het voorjaar loopt hij gewoon opnieuw uit.
  • Laat de bessen hangen voor de vogels; knip bevroren takken pas in het voorjaar weg.

Ziektes en plagen

  • Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
  • Kaal in het midden: Oudere planten worden soms open en kaal. Zet ze in mei terug tot 20–30 cm; ze lopen dicht opnieuw uit.
  • Onkruid in het tapijt: Zolang het tapijt niet gesloten is, groeit er onkruid tussen. Wied, mulch en plant niet te ver uit elkaar.
  • Bruin blad na vorst: Na een strenge winter worden bladeren bruin of vallen ze af. Wacht tot het voorjaar en knip dan pas dode takdelen weg.

Het jaar rond

  • Maart: Compost geven. Dode takken wegknippen.
  • April: Bloei begint. Planten.
  • Mei: Bloei voor de bijen. Snoeien als hij te groot wordt. Planten.
  • Juni: Snoeien als het nodig is. Jonge planten water geven bij droogte.
  • Juli: Halfrijpe stekken nemen.
  • Augustus: Violette bessen. Halfrijpe stekken nemen.
  • September: Planten. Bessen laten hangen voor de vogels.
  • Oktober: Planten. Bladcompost tussen jonge planten.
  • November: Winterstekken nemen.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Hij hoort bij hetzelfde geslacht als de geurende, klimmende kamperfoelie, maar klimt zelf niet.
  • Zoals bij veel kamperfoelies staan de bloemen in paartjes.
  • Een naaste verwant, Lonicera nitida, wordt vaak als haag of figuur geschoren, als vervanger van buxus.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…