Haagkamperfoelie (Lonicera nitida)

Foto: Vijverln, CC BY-SA 3.0 · bron

Struik · Kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)

Haagkamperfoelie

Lonicera nitida · ook: Struikkamperfoelie, Lonicera nitida

De haagkamperfoelie is een groenblijvende struik uit het zuidwesten van China, met piepkleine, glanzende blaadjes op lange, dunne twijgen. Ongeknipt wordt hij 1–2 m hoog, maar meestal zie je hem als lage, strak geknipte haag of in vormsnoei. Sinds de buxusmot veel buxushagen kaal vreet, is hij een gewild alternatief: hij groeit sneller, verdraagt flink knippen en staat zowel in de zon als in de schaduw. In april–mei draagt hij kleine, geurende, crèmekleurige bloempjes, en kleine vogels vinden een schuilplaats in de dichte haag.

Let op: De paarse besjes zijn niet eetbaar, net als die van andere kamperfoelies: leer kinderen ze te laten hangen. Aan een vaak geknipte haag komen er wel weinig.

  • Licht

    Zon tot schaduw

    niet kieskeurig

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    1–2 m

    hoog

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–september
Hoogte1–2 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een haagkamperfoelie?

Groeivorm
Groenblijvende struik van 1–2 m met lange, dunne, boogvormige twijgen; meestal als lage, geknipte haag.
Blad
Tegenoverstaand, 6–15 mm, eirond, glanzend donkergroen; bij ‘Baggesen’s Gold’ goudgeel.
Twijgen en schors
Dunne, boogvormige twijgen; oudere stammen met afschilferende schors.
Bloem
Kleine, crèmekleurige, geurende bloempjes per twee in april–mei.
Vrucht
Glanzende, paarse besjes; niet eetbaar.
Verschil met buxus
Buxus heeft stomp, dikker blad op groene, vierkantige twijgjes en groeit veel trager.

Bloei: april–mei · Snoeien: mei–september

Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad

Lijkt op, maar is het niet

  • Buxus Buxus sempervirens: stomp, dikker blad op groene, vierkantige twijgjes; groeit veel trager. Verschil met buxus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een snelle, groenblijvende vervanger voor buxus, zonder last van de buxusmot.
  • Verdraagt veel en vaak knippen: geschikt voor lage hagen, randjes en vormsnoei.
  • Groeit in zon, halfschaduw en schaduw, op bijna elke grond.
  • Een dichte schuilplaats voor kleine vogels, ook in de winter.

Waar staat een haagkamperfoelie graag?

  • Zon tot schaduw; in diepe schaduw wordt de haag wat losser.
  • Bijna elke grond, als hij maar niet lang nat blijft.
  • Ideaal voor een lage haag van 40–100 cm, een randje langs een border of een vormfiguur.
  • Ongeknipt wordt hij zo’n 1,5 m breed; als haag houd je hem 30–50 cm breed.
Licht
Zon tot schaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Normaal
Grootte
1,5 m hoog, 1,5 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Taxus: Een hoge, donkere taxushaag achter een lage haag van haagkamperfoelie: een klassiek, groenblijvend duo.
  • Echte lavendel: Een zonnige border met lavendel, omzoomd door een strak, laag haagje.
  • Hortensia: Bloeit in de zomer in de halfschaduw achter een laag, groen randje.
  • Kleine maagdenpalm: Een groenblijvende bodembedekker voor de schaduwkant van de haag.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een haagkamperfoelie?

  1. Plant in het voorjaar (maart–april) of in de herfst (september–november); planten in pot kunnen ook buiten die periode, behalve bij vorst of droogte.
  2. Voor een haag: 3–5 planten per meter, in één rij of in zigzag.
  3. Werk de grond los, meng er wat compost door en zet de planten even diep als ze in de pot stonden.
  4. Knip na het planten de toppen in: dan vertakt de haag vanaf de voet en wordt hij snel dicht.
  5. Geef het eerste jaar water bij droogte.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte; een gevestigde haag redt zich meestal zelf.
Bemesten
Wat compost of organische mest in het voorjaar: een haag die vaak geknipt wordt, kan dat goed gebruiken.
Knippen
Twee tot vier keer per jaar, van mei tot september: vaak een beetje is beter dan één keer veel.
Mulchen
Een laag compost of bladaarde onder de haag houdt de grond vochtig en het onkruid weg.

Tip: Kies voor een strakke, lage haag een ras met fijn, donker blad zoals ‘Maigrün’. ‘Baggesen’s Gold’ geeft een goudgele haag, die in de volle zon het mooist kleurt.

Wanneer snoei je een haagkamperfoelie?

Snoeimaanden: mei–september.

Wanneer: Knip een haag twee tot vier keer per jaar, van mei tot september.

Hoe:

  • Hij groeit snel en verdraagt veel: knip vaak een beetje, dan blijft de haag dicht en strak.
  • Knip de haag onderaan iets breder dan bovenaan, zodat ook de voet licht krijgt en niet kaal wordt.
  • Een verwaarloosde haag mag je in mei flink terugzetten, ook tot in het oude hout; hij loopt weer uit.
  • Knip niet meer na half september: de nieuwe scheuten moeten nog afharden voor de winter.

Let op: Kijk voor je knipt of er geen vogels in de haag broeden; wacht dan tot de jongen uitgevlogen zijn.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zomerstekken
Steek in de zomer stekjes van 10–15 cm in een mengsel van zand en potgrond; ze wortelen gemakkelijk.
Winterstekken
Steek in de late herfst stukken van 20 cm van stevige twijgen voor twee derde in de grond, op een beschutte plek.

Hoe komt een haagkamperfoelie de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Winterhard; in strenge winters kan een deel van het blad bruin worden of vallen, maar in het voorjaar loopt hij weer uit.
  • Zware, natte sneeuw kan een haag openduwen: schud hem voorzichtig af.

Ziektes en plagen

  • Kale voet: De haag wordt onderaan kaal als hij bovenaan breder is dan onderaan, of als hij te weinig geknipt wordt. Knip in een licht taps profiel, en zet een kale haag in mei flink terug.
  • Openvallen: De lange, dunne twijgen buigen open onder sneeuw of als de haag lang niet geknipt is. Knip vaker en haal uitgezakte delen terug.
  • Bladluis: Luizen op de jonge scheuttoppen in het voorjaar. Meestal onschuldig; de volgende knipbeurt haalt ze mee weg.
  • Droogte: Bruine, verdroogde plekken na een droge zomer, vooral bij jonge hagen. Geef water en mulch.

Het jaar rond

  • Maart: Planten; compost onder de haag.
  • April: Bloei: kleine, geurende bloempjes.
  • Mei: Eerste knipbeurt; let op broedende vogels.
  • Juni: Knippen.
  • Juli: Knippen; jonge hagen water geven bij droogte.
  • Augustus: Knippen; zomerstekken nemen.
  • September: Laatste knipbeurt, vóór half september; planten kan weer.
  • November: Planten en winterstekken.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Lage, groenblijvende haag en vormsnoei: een alternatief voor buxus.
Voor de natuur
Dichte schuilplaats voor kleine vogels.

Goed voor dieren

Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Een goed alternatief voor buxus, dat veel lijdt onder de buxusmot: groeit sneller en verdraagt flink knippen.
  • Een goed alternatief voor buxus, dat veel lijdt onder de buxusmot: hij groeit sneller en verdraagt flink knippen.
  • Hij is familie van de geurende, klimmende kamperfoelies, al lijkt hij er met zijn piepkleine blaadjes helemaal niet op.
  • Lonicera is genoemd naar de 16e-eeuwse Duitse plantkundige Adam Lonitzer; nitida betekent ‘glanzend’, naar de blinkende blaadjes.
  • Hij komt uit het zuidwesten van China en werd pas in de 20e eeuw in Europa ingevoerd, maar groeide al snel uit tot een veelgebruikte haagplant.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…