
Foto: Clickie (talk) (Uploads), CC BY 2.5 · bron
Heester · Fabaceae
Boomlupine
Lupinus arboreus
In andere talen: Lupin arbustif (Français) · Tree lupin (English)
De boomlupine (Lupinus arboreus) komt van de kust van Californië en is een snelgroeiende, houtige lupine. Anders dan de bekende border-lupine wordt hij een halfhoge struik van ongeveer 1,5 m hoog en breed, met zilvergroen, handvormig verdeeld blad. Van mei tot juli draagt hij rechtopstaande bloemtrossen, meestal geel en zoet geurend, die hommels en bijen aantrekken. Hij houdt van zon en arme, goed doorlatende zandgrond en groeit er snel. Hij is wel kortlevend en niet altijd goed winterhard, dus in Vlaanderen is hij vaak maar een paar jaar mooi.
Let op: Giftig: alle delen van de boomlupine, vooral de zaden in de peulen, zijn giftig voor mensen en dieren. Houd kinderen, honden, katten en grazend vee uit de buurt van de zaden en peulen, en eet geen enkel deel van de plant.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
1,5 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | april en juli |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een boomlupine?
- Groeivorm
- Losse, ronde, halfhoge struik van 1–1,5 m, soms tot 2 m, met een houtige basis.
- Blad
- Handvormig verdeeld in 5–12 smalle deelblaadjes, zilvergroen en zacht behaard.
- Bloem
- Rechtopstaande trossen van 10–20 cm, meestal geel, soms lila of wit, zoet geurend, van mei tot juli.
- Vrucht
- Behaarde peulen met harde zaden; de peulen springen in de zomer open en de zaden worden weggeslingerd.
- Wortels
- Diepe penwortel met stikstofbindende knolletjes; verplant moeilijk.
Bloei: mei–juli · Planten: april–mei · Snoeien: april en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Snelle groei: in één of twee seizoenen al een flinke, bloeiende struik.
- Geurende gele bloemtrossen van mei tot juli, een feest voor hommels en bijen.
- Zilvergroen blad dat het hele seizoen sierlijk blijft.
- Kan tegen droogte en arme zandgrond waar weinig anders wil groeien.
- Vlinderbloemige plant die met knolletjes stikstof uit de lucht bindt en de grond verbetert.
Waar staat een boomlupine graag?
- Volle zon; in de schaduw wordt hij ijl en bloeit hij slecht.
- Arme, goed doorlatende zand- of lichte leemgrond, zuur tot neutraal; op voedselrijke grond groeit hij weelderig en wordt hij minder winterhard.
- Droge tot normale grond; hij verdraagt droogte, maar geen natte voeten.
- Beschut tegen koude winterwind. Reken op 1–1,5 m ruimte per plant.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 1,5 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Houdt van dezelfde arme, droge zandgrond en zon.
- Helmgras: Zacht gras dat bij een kustachtige, losse beplanting past.
- Teunisbloem: Gele bloemen die goed passen in een natuurlijke, droge border.
- Vetkruid: Een droogtetolerante vaste plant voor de voet.
- Duizendblad: Bloeit door in dezelfde periode op arme grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een boomlupine?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, nadat de zwaarste vorst voorbij is, het liefst jonge planten uit een pot.
- Graaf een plantgat dat net zo diep is als de kluit en ruim breed; de penwortel mag niet beschadigd worden.
- Zet de plant even diep als in de pot en vul aan met de eigen zandgrond, zonder rijke compost of mest.
- Houd 1–1,5 m afstand tussen de planten.
- Geef na het planten een flinke gieter water, daarna alleen bij langdurige droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte af en toe flink water geven, daarna meestal niet meer nodig.
- Bemesten
- Niet nodig en niet gewenst: vlinderbloemigen maken hun eigen stikstof. Op te rijke grond wordt hij slap en minder winterhard.
- Mulchen
- Een laagje grind of zand rond de voet houdt de grond droog en voorkomt natte voeten.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de trossen na de bloei af voor de peulen rijpen: dat voorkomt uitzaaien en houdt de plant langer vitaal.
- Steun
- Op een winderige plek een stok of steunring plaatsen als de plant doorbuigt.
Tip: Plant hem op arme, droge zandgrond zonder mest of compost en zorg voor reserveplanten uit zaad, want de struik leeft maar enkele jaren. Knip na de bloei de zaaddozen af.
Wanneer snoei je een boomlupine?
Snoeimaanden: april en juli.
Wanneer: Knip de verwelkte bloemtrossen af in juli. In april knip je bevroren toppen terug, zodra de nieuwe knoppen zichtbaar zijn.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide trossen met de zaadpeulen eraan af, tot net boven een gezond blad.
- Neem in het voorjaar bevroren of dode topjes weg tot het levende hout.
- Kort de struik na de bloei licht in, hooguit een derde, om hem compact te houden.
- Houd de snoei licht en blijf met je schaar in het groene, bladdragende hout.
Let op: Snoei niet terug in kaal, oud hout: boomlupine loopt daar meestal niet meer uit. Dit is bij lupinen een bekend probleem.
Vermeerderen
- Zaaien
- De zaden hebben een harde schil. Week ze een nacht in lauw water of kerf ze licht in, en zaai ze in maart–april in potten (penwortel, dus liever niet verspenen). Na de laatste vorst uitplanten.
- Stekken
- In het voorjaar of de zomer stekken met een stukje van de oude tak (hielstek); het slagingspercentage is laag, dus neem er meer dan je nodig hebt.
Hoe komt een boomlupine de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C, maar in strenge winters kunnen bovengrondse delen bevriezen; op natte grond sterft hij sneller af.
- Plant hem op een droge, beschutte plek en bescherm jonge planten met een laag dor blad of een wintervlies.
- Zorg voor extra planten uit zaad: de struik is kortlevend en wordt na enkele jaren vaak vervangen.
Ziektes en plagen
- Lupinebladluis: Grote grijsgroene luizen dicht op de bloemtros in mei–juni. Spuit ze af met water of knip aangetaste delen weg; lieveheersbeestjes helpen.
- Slakken: Jonge planten worden in het voorjaar kaalgevreten. Verzamel ze ’s avonds of leg slakkenbarrières.
- Wortelrot: Slappe, gele plant op natte of zware grond. Plant op doorlatende grond en vermijd natte plekken.
- Meeldauw en bladvlekken: Wit poeder of bruine vlekken in vochtige zomers. Zorg voor ruimte en wat lucht, en verwijder aangetaste bladeren.
Het jaar rond
- Maart: Zaaien in potten. Nog geen planten uitplanten.
- April: Planten, bevroren toppen wegknippen.
- Mei: Eerste bloei. Letten op slakken bij jonge planten.
- Juni: Volle bloei. Letten op bladluis.
- Juli: Verwelkte trossen afknippen, vóór de peulen rijpen.
- Augustus: Zaad oogsten als je wilt zaaien. Water geven bij langdurige droogte.
- September: Controleren of de struik goed doorgroeit en eventueel jonge planten opkweken.
- Oktober: Droge, beschutte plek controleren. Vallend blad opruimen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de boomlupine zijn giftig, vooral de zaden in de peulen: ze bevatten bittere alkaloïden die misselijkheid, braken en duizeligheid geven. Ze lijken op lupinebonen (lupini), maar die komen van andere lupinesoorten en worden gekookt en dagenlang geweekt om de bittere stoffen eruit te halen; eet nooit zaden van een sierlupine. Houd kinderen, honden, katten en grazend vee weg van de peulen, en knip de uitgebloeide trossen weg als je geen zaad wilt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Lupinen horen tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) en leven samen met bacteriën in wortelknolletjes die stikstof uit de lucht binden.
- De boomlupine groeit van nature langs de kust van Californië, op zandgrond en duinen.
- In sommige landen, zoals Nieuw-Zeeland, is de boomlupine verwilderd op zandgrond en duinen.