Japanse sierappel (Malus floribunda)

Foto: MichaelMaggs, CC BY-SA 2.5 · bron

Boom · Rosaceae

Japanse sierappel

Malus floribunda

In andere talen: Pommier à fleurs du Japon (Français) · Japanese crab apple (English)

De Japanse sierappel is een kleine boom met een brede, koepelvormige kroon en fijne, licht overhangende twijgen. Hij komt waarschijnlijk uit Japan, waar hij al lang in tuinen wordt gekweekt. In april en mei gaan de karmijnrode knoppen open in wit-roze, licht geurende bloesem, zo rijk dat de boom één bloemenwolk lijkt. In de herfst hangen er kleine gele appeltjes, die vogels tot in de winter komen eten. Hij wordt zo’n 6 m hoog en 7 m breed, is zeer winterhard en een uitstekende bestuiver voor appelbomen.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    6 m

    hoog, 7 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenjanuari–februari en juli
Hoogte6 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een Japanse sierappel?

Groeivorm
Kleine boom van ongeveer 6 m hoog met een brede, koepelvormige kroon tot 7 m breed en licht overhangende twijgen.
Blad
Ovaal, 4–8 cm, fijn gezaagd, aan krachtige scheuten soms gelobd; donkergroen.
Bloem
Karmijnrode knoppen die opengaan in bleekroze tot witte, licht geurende bloemen van 2,5–3 cm, in april–mei.
Vrucht
Appeltjes van ongeveer 1 cm, geel, soms rood aangelopen, aan lange steeltjes; vogels eten ze in de herfst en de winter.
Stam
Vaak een korte stam met een lage, brede kroon, als een paraplu.

Bloei: april–mei · Oogst en vruchten: oktober–november · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: januari–februari en juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de rijkst bloeiende sierappels: roze knoppen en witte bloemen tegelijk aan de boom.
  • Bijen en hommels vinden er in april–mei volop nectar en stuifmeel.
  • De kleine appeltjes zijn wintervoer voor merels, lijsters en andere vogels.
  • Goede bestuiver voor appelbomen in de buurt.
  • Zeer winterhard en weinig vatbaar voor schurft.
  • Een sierlijke solitair met een brede kroon die in de zomer schaduw geeft.

Waar staat een Japanse sierappel graag?

  • Zon of lichte halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
  • Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
  • Normaal vochtig; geen grond die lang drassig blijft.
  • Geef hem ruimte: minstens 4 m van een gevel en 6–7 m tot andere bomen.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal
Grootte
6 m hoog, 7 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Narcissen: Gele bloemen onder de kroon in het vroege voorjaar.
  • Vergeet-mij-nietjes: Een zachtblauwe zee onder de roze bloesem.
  • Ooievaarsbek: Een bloeiende onderbeplanting in de zomer, ook in de schaduw van de kroon.
  • Krokussen: Een vroege kleurrand rond de stam.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Japanse sierappel?

Planten in maart–april en oktober–december.

  1. Plant van oktober tot december of in maart–april. Wortelnaakte bomen plant je enkel in de rustperiode, zonder blad.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit of de wortels, en maak de bodem los.
  3. Sla eerst een paal in het plantgat, aan de kant van de heersende wind.
  4. Zet de boom even diep als in de kwekerij; de entplaats, de verdikking onderaan de stam, blijft boven de grond.
  5. Vul aan met grond en wat compost, druk aan en bind de stam met een boomband aan de paal.
  6. Geef meteen 10–20 liter water en leg mulch in een cirkel rond de stam.

Verzorgen

Water
De eerste twee jaar bij droogte elke week een flinke emmer. Daarna enkel in lange droge periodes.
Bemesten
In maart compost of organische mest in een cirkel onder de kroon.
Mulchen
Hou een cirkel van 1 m rond de stam vrij van gras en mulch hem elk voorjaar.
Boompaal
Controleer de boomband elk jaar en haal paal en band na 2–3 jaar weg.
Wilde scheuten
Knip scheuten van de onderstam aan de voet van de stam meteen weg.

Tip: Plant hem in de buurt van je appelbomen: hij bloeit rijk en lang en zorgt zo voor een betere bestuiving en meer appels.

Wanneer snoei je een Japanse sierappel?

Snoeimaanden: januari–februari en juli.

Wanneer: In de winter, in januari–februari, voor de vorm van de kroon. Waterloten knip je in juli weg.

Hoe:

  • Haal dode, zieke en kruisende takken weg, en takken die naar binnen groeien.
  • Hou de kroon open, zodat er licht en lucht in komt en het blad snel opdroogt.
  • Knip in juli de rechtopgaande waterloten op de takken weg.
  • Snoei verder weinig: zwaar snoeien geeft vooral veel nieuwe waterloten.

Let op: Snoei niet in het voorjaar: dan knip je de bloesem weg.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Enten
Sierappels worden in de kwekerij geënt op een onderstam van appel. Wie het wil proberen, ent in februari–maart een twijg op een jonge onderstam.
Zaaien
Zaad kiemt na een koude winter buiten, maar geeft geen identieke planten. Leuk om te proberen, niet om de soort te vermeerderen.

Hoe komt een Japanse sierappel de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: bescherming is niet nodig.
  • De appeltjes blijven vaak lang hangen en lokken in de winter vogels naar de tuin.
  • Controleer na een storm de boompaal en de band van jonge bomen.
  • De winter is de tijd voor de vormsnoei en om wortelnaakte bomen te planten.

Ziektes en plagen

  • Meeldauw: Wit poeder op jong blad en scheuttoppen. Knip aangetaste toppen weg en hou de kroon open.
  • Schurft: Olijfbruine vlekken op blad en appeltjes. Komt bij deze soort weinig voor; ruim gevallen blad in de herfst op.
  • Bladluis: Gekrulde bladeren aan de scheuttoppen in het voorjaar. Lieveheersbeestjes, oorwormen en mezen ruimen ze meestal op.
  • Vruchtboomkanker: Ingezonken, scheurende plekken op de takken. Zaag aangetaste takken weg tot in gezond hout, bij droog weer.

Het jaar rond

  • Januari: Vormsnoei: dode en kruisende takken weg. Vogels eten de appeltjes.
  • Februari: Snoei afronden. Wortelnaakt planten.
  • Maart: Planten. Compost onder de kroon geven.
  • April: Bloesem. Letten op bladluis.
  • Mei: Einde van de bloei. Water geven aan jonge bomen bij droogte.
  • Juli: Waterloten wegknippen. Letten op meeldauw.
  • September: De appeltjes kleuren geel.
  • Oktober: Planten. Gevallen blad opruimen.
  • November: Planten.
  • December: Planten. Vogels eten de appeltjes.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Vruchten (oktober–november)
De appeltjes van de Japanse sierappel zijn klein, ongeveer 1 cm, geel en soms rood aangelopen, aan lange steeltjes. Pluk ze in oktober en november, als ze goed gekleurd zijn en een beetje zacht beginnen te worden. Rauw zijn ze zuur en wrang, maar ze zitten vol pectine: gekookt geven ze een heldere, amberkleurige gelei, en een sap waarmee jam van aardbeien of kersen beter opstijft. Meng ze gerust met valappels of de appeltjes van andere sierappels. Laat altijd een flink deel aan de boom: merels, lijsters en andere vogels eten ze tot diep in de winter.
Bewaring
De appeltjes houden een paar weken op een koele, luchtige plek of in de groentelade van de koelkast. Je kan ze ook heel invriezen tot je er genoeg hebt voor gelei; ingevroren worden ze zacht, maar om te koken maakt dat niet uit.

Let op: Appelpitten bevatten amygdaline, dat blauwzuur kan vrijmaken: bij gelei en pectinesap blijven ze in de doek achter, maar pureer of mix de appeltjes nooit met pitten en al. Pluk enkel van je eigen boom, niet van sierappels in parken en plantsoenen, die vaak behandeld zijn, en niet langs drukke wegen. Gooi rotte of beschimmelde appeltjes weg. Wie allergisch is voor appel of berkenpollen, kan op de rauwe vruchtjes reageren. Eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Floribunda betekent ‘rijkbloeiend’, en dat is hij ook.
  • Uit deze sierappel komt een gen voor resistentie tegen schurft, dat veredelaars gebruikt hebben om schurftresistente appelrassen te kweken.
  • Omdat hij rijk en lang bloeit, worden sierappels soms tussen de appelbomen in boomgaarden geplant als bestuiver.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…