Narcissus × odorus

Foto: Salix, CC BY-SA 4.0 · bron

Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae

Narcissus × odorus

In andere talen: Narcisse odorant (Français) · Campernelle jonquil (English)

Narcissus × odorus, in het Engels ‘campernelle jonquil’ genoemd, is een oude kruising tussen de jonquille (Narcissus jonquilla) en de wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus). Hij is al eeuwenlang bekend in tuinen. Op elke stengel staan meestal twee tot vier zachtgele, geurende bloemen met een ruime, open trompet, in maart en april. Het blad is smal, donkergroen en bijna rond, zoals bij een jonquille. Het is een sterke, winterharde bolplant die jaar na jaar terugkomt en goed verwildert in gras en onder bomen.

Let op: Alle delen van de plant, vooral de bol, zijn giftig. Niet eten: kinderen, katten, honden en grazend vee lopen risico. Verwar de bollen niet met uien. Het sap kan de huid van sommige mensen irriteren: draag handschoenen bij het planten.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 0,1 m breed

  • Bloei

    maart–april

Feiten op een rij
Hoogte0,3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeimaart–april

Herkennen

Hoe herken je een Narcissus × odorus?

Groeivorm
Bolgewas van ongeveer 30 cm hoog en 10 cm breed dat in kleine pollen groeit.
Blad
Smal, donkergroen, bijna rond met een groef; het komt al vroeg in het voorjaar boven.
Bloem
Twee tot vier gele bloemen per stengel met een ruime, ondiepe trompet, in maart–april.
Geur
Zoet en fris, vooral op een zonnige dag en in de vaas.
Bol
Middelgrote bol met een bruine schil; er vormen zich langzaam bijbollen, zodat de pol groter wordt.

Bloei: maart–april · Planten: september–november

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit in maart en april, als de tuin nog bijna leeg is: een warme gele kleur na de winter.
  • De bloemen geuren zacht en zoet en zijn mooi als snijbloem in een kleine vaas.
  • Komt elk jaar terug en vormt langzaam een grotere pol, zonder te woekeren.
  • Verwildert goed in gras, onder bladverliezende bomen en langs heesters.
  • Konijnen en reeën laten narcissen meestal met rust.

Waar staat een Narcissus × odorus graag?

  • Zon of halfschaduw; ook onder bladverliezende bomen, want die laten in het voorjaar nog licht door.
  • Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
  • In het voorjaar vochtig, in de zomer liever droger: in natte, koude grond rot de bol.
  • Plant in groepjes van minstens 5–10 bollen, op 8–10 cm van elkaar.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Normaal
Grootte
0,3 m hoog, 0,1 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -20 °C)

Mooi samen met

  • Sleutelbloem: Bloeit tegelijk en geeft een zachte kleur in het gras of de border.
  • Vergeet-mij-nietje: Een blauwe sluier rond de gele narcissen.
  • Hosta: Het uitlopende blad verbergt het gele narcissenblad in mei–juni.
  • Vrouwenmantel: Vult de lege plekken op als het narcissenblad afsterft.
  • Ooievaarsbek: Een bladrijke vaste plant die de plek na de bloei bedekt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Narcissus × odorus?

Planten in september–november.

  1. Plant van september tot november, liefst begin oktober, voor de grond koud wordt.
  2. Graaf een brede kuil of afzonderlijke gaten; meng bij zware klei wat grof zand door de grond.
  3. Zet de bol met de punt omhoog, 10–15 cm diep: ongeveer drie keer zo diep als de bol hoog is.
  4. Houd 8–10 cm tussen de bollen. In gras strooi je ze los uit en plant je ze waar ze vallen: zo ziet het er natuurlijk uit.
  5. Steek in gras eerst een plug uit de zode, zet de bol erin en leg de plug terug.
  6. Geef na het planten een gieter water, tenzij het regent.

Verzorgen

Water
Houd de grond tijdens de groei in het voorjaar vochtig; geef in een droge april water. In de zomer is dat niet nodig.
Bemesten
Geef na de bloei wat compost of bollenmest, zodat de bol kan bijvullen voor volgend jaar.
Uitgebloeide bloemen
Knip de verwelkte bloem met de zaaddoos weg en laat de steel en het blad staan.
Blad laten afsterven
Laat het blad minstens zes weken na de bloei staan, tot het vanzelf geel en slap is. Niet vlechten of afbinden.
Maaien in gras
Maai pas zes weken na de bloei, meestal vanaf half juni.

Tip: Strooi de bollen los over het gras en plant ze waar ze vallen: dat ziet er natuurlijker uit dan in rijen. Maai pas zes weken na de bloei.

Wanneer snoei je een Narcissus × odorus?

Wanneer: Snoeien is niet nodig. Verwijder alleen de verwelkte bloemen en het gele blad in juni.

Hoe:

  • Knip de verwelkte bloem met de zaaddoos weg; de steel mag blijven staan.
  • Laat het blad staan tot het volledig geel is, zo’n zes weken na de bloei: dan heeft de bol zijn voorraad aangevuld.
  • Verwijder het gele blad pas als het er makkelijk afkomt.

Let op: Het blad te vroeg wegknippen, vlechten of afbinden verlaagt de bloei van het volgende jaar.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Bijbollen scheiden
In juni–juli, als het blad geel is: steek de pol met een riek op, haal de bijbollen los en plant ze meteen terug. Je kunt ook wachten tot september.
Pollen verjongen
Als een pol te dicht wordt en minder bloeit, deel je hem na een paar jaar en plant je de bollen op meer afstand.

Hoe komt een Narcissus × odorus de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −20 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
  • De bladpunten komen soms al in januari boven; lichte vorst deert ze niet.
  • In een pot: zet de pot beschut tegen een muur en wikkel hem in jute of noppenfolie, zodat de bol niet doorvriest. Zorg dat het water goed wegloopt.

Ziektes en plagen

  • Narcisvlieg: De larve vreet de bol van binnen leeg: de bol is zacht en geeft geen bloem of slechts smal blad. Haal verdachte bollen weg. Druk de grond rond het afgestorven blad goed aan, zodat de vlieg geen eitjes kan leggen.
  • Bolrot: De bol is zacht en beschimmeld, vooral in natte, koude grond. Zorg voor doorlatende grond en verwijder aangetaste bollen.
  • Geen bloei: Het blad komt wel, maar er verschijnen geen bloemen. Vaak is de plek te schaduwrijk, is het blad vorig jaar te vroeg weggehaald of is de pol te dicht geworden. Deel en verplant hem in de herfst.
  • Slakken: Gaatjes in jong blad en bloemen in het voorjaar. Verzamel de slakken ’s avonds met een zaklamp.

Het jaar rond

  • Januari: De eerste bladpunten verschijnen soms al.
  • Februari: Het blad komt boven; vorst is geen probleem.
  • Maart: Begin van de bloei.
  • April: Volle bloei. Bij droogte water geven. Verwelkte bloemen wegknippen.
  • Mei: Blad laten staan. Wat compost of bollenmest geven.
  • Juni: Blad geel: pollen delen en bijbollen scheiden. Gras maaien, zes weken na de bloei.
  • September: Planten. Bijbollen herplanten.
  • Oktober: Beste periode om te planten.
  • November: Laatste kans om te planten.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van narcissen zijn giftig, vooral de bollen: die worden geregeld verward met uien of sjalotten, en de bladeren met prei of daslook. Bewaar de bollen dus nooit bij de groenten in de keuken of de kelder. Het sap van de stengels irriteert de huid en maakt andere bloemen in een vaas sneller slap. Ook giftig voor honden en katten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam odorus betekent ‘geurend’ in het Latijn.
  • Narcissen geven in de vaas een slijmerig sap af dat andere snijbloemen sneller kan laten verwelken. Zet ze eerst een paar uur apart in water voor je ze met andere bloemen combineert.
  • Narcissen en jonquilles zijn nauw verwant: beide horen bij de narcissen (Narcissus), in de amaryllisfamilie.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…