
Foto: Eric Hunt, CC BY-SA 4.0 · bron
Boom · Nyssaceae
Tupeloboom
Nyssa sylvatica
In andere talen: Nyssa des bois (Français) · Black tupelo (English)
De tupeloboom komt uit het oosten van Noord-Amerika, van Zuid-Canada tot Florida en Texas, waar hij in vochtige bossen en langs moerassen groeit. Het is een middelgrote boom met een kegelvormige tot ovale kroon en horizontaal uitstaande takken, die in de tuin traag groeit. Het glanzend donkergroene blad kleurt in de herfst schitterend oranje, scharlakenrood en paars, vaak met verschillende kleuren aan één boom. In mei–juni bloeit hij met onopvallende, groenige bloempjes die bijen graag bezoeken, en vooral vrouwelijke bomen dragen daarna kleine blauwzwarte bessen voor vogels. Bekende rassen zijn ‘Wisley Bonfire’ en ‘Sheffield Park’, gekozen om hun felle herfstkleur.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
15 m
hoog, 8 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | februari |
|---|---|
| Hoogte | 15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een tupeloboom?
- Groeivorm
- Bladverliezende boom met een kegelvormige tot ovale kroon en horizontale takken. Groeit traag tot 10–15 m hoog en ongeveer 8 m breed.
- Blad
- Ovaal tot omgekeerd eirond, 5–12 cm, glanzend donkergroen; in de herfst oranje, rood en paars.
- Bloem
- Kleine, groenige bloempjes in mei–juni, in trosjes aan lange steeltjes: onopvallend, maar geliefd bij bijen.
- Vrucht
- Ovale, blauwzwarte steenvruchtjes van ongeveer 1 cm in de herfst, vooral aan vrouwelijke bomen.
- Wortels
- Een diepe penwortel: daardoor verplant hij slecht.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de mooiste herfstkleurders: oranje, scharlakenrood en paars, vaak tegelijk aan één boom.
- Hij verdraagt vochtige tot natte grond, waar veel andere sierbomen het moeilijk hebben.
- De kleine bloemen in mei–juni zijn een goede nectarbron voor bijen.
- De blauwzwarte bessen in de herfst worden graag door vogels gegeten.
- Een rustige, elegante boom met een regelmatige kroon die nauwelijks snoei vraagt.
Waar staat een tupeloboom graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon is de herfstkleur het felst.
- Zure tot neutrale, humusrijke grond: zand, leem of veen. Op kalkrijke grond vergeelt het blad.
- Normaal tot vochtig, ook natte grond. Droogte verdraagt hij minder goed, zeker als jonge boom.
- Geef hem een definitieve plek met minstens 8 m ruimte, want later verplanten lukt nauwelijks.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 15 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Amberboom: Nog een vochtminnende herfstkleurder, voor een grotere tuin.
- Krentenboompje: Een kleine boom met witte bloei in april en eveneens prachtige herfstkleur.
- Rododendron: Houdt van dezelfde zure, humusrijke grond.
- Koningsvaren: Een statige varen voor dezelfde vochtige, zure grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een tupeloboom?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant in maart–april of van oktober tot december, als de grond niet bevroren is.
- Kies een jonge boom in pot: die slaat veel beter aan dan een grote boom of een boom met blote wortels.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er bladcompost door.
- Zet de boom even diep als in de pot. Maak rondgegroeide wortels voorzichtig los, zonder de penwortel te beschadigen.
- Sla een korte boompaal schuin in, druk de grond aan en geef meteen 20–30 liter water.
- Mulch met bladcompost of houtsnippers, maar niet tegen de stam.
Verzorgen
- Water
- De eerste drie jaar bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna alleen bij langdurige droogte.
- Bemesten
- Elk voorjaar een laag bladcompost of compost rond de voet. Meer is niet nodig.
- Mulchen
- Een mulchlaag houdt de grond koel en vochtig, zoals hij dat graag heeft.
- Boompaal
- Controleer de band elk voorjaar en haal de paal na 2–3 jaar weg.
- Geduld
- De eerste jaren groeit hij traag, omdat hij eerst wortels vormt. Daarna gaat het sneller.
Tip: Koop een jonge boom in pot en plant hem meteen op zijn definitieve plek in zure, vochtige grond. Door de penwortel kan je hem later niet meer verplanten, en jong slaat hij het best aan.
Wanneer snoei je een tupeloboom?
Snoeimaanden: februari.
Wanneer: Hij heeft nauwelijks snoei nodig. Een lichte vormsnoei bij een jonge boom doe je in februari, als hij in rust is.
Hoe:
- Laat één doorgaande hoofdscheut staan en verwijder concurrerende toppen.
- Haal dode, beschadigde en kruisende takken weg.
- Wil je onder de boom kunnen lopen, verwijder dan geleidelijk, gespreid over enkele jaren, de onderste takken.
- Snoei weinig en nooit hard: een vrij uitgroeiende boom krijgt de mooiste vorm.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai de pitten uit rijpe bessen in de herfst in een diepe pot buiten; ze kiemen na een koude winter. Plant de zaailingen jong uit, vanwege de penwortel.
- Enten en stekken
- Rassen zoals ‘Wisley Bonfire’ worden in de kwekerij geënt of gestekt. Voor de hobbytuinier is dat lastig; koop liever een jonge plant.
Hoe komt een tupeloboom de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In het voorjaar loopt hij laat uit, soms pas in mei: dat is normaal en geen teken van vorstschade.
- Kaal in de winter tonen de horizontale takken een mooi, rustig silhouet.
Ziektes en plagen
- Bleek of geel blad: Teken van kalkrijke grond. Mulch met bladcompost; op sterk kalkrijke grond kies je beter een andere boom.
- Slechte aanslag: Een grote of verplante boom groeit soms jarenlang nauwelijks. Plant jong, uit pot, en verplant hem daarna niet meer.
- Droogte: Bladeren worden bruin aan de randen en vallen vroeg af. Geef jonge bomen in droge zomers water en mulch de voet.
- Bladvlekken: Kleine bruine of paarse vlekjes op het blad in een natte zomer. Meestal onschuldig; ruim afgevallen blad op.
Het jaar rond
- Februari: Lichte vormsnoei bij een jonge boom.
- Maart: Planten. Compost rond de voet geven.
- April: Planten. Mulch aanvullen.
- Mei: Het blad loopt laat uit. Begin van de bloei.
- Juni: Bloei, druk bezocht door bijen. Water geven bij droogte.
- Juli: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
- September: De bessen rijpen. Eerste herfstkleur.
- Oktober: Volle herfstkleur. Planten.
- November: Planten. Bladval.
- December: Planten bij zacht weer. Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Nyssa verwijst naar een waternimf uit de Griekse mythologie, een knipoog naar de natte plekken waar de boom groeit.
- Tupelobomen kunnen zeer oud worden: in Noord-Amerika staan exemplaren van enkele eeuwen oud.
- In het Engels heet hij ook black gum of sour gum.