
Foto: Flobbadob, CC BY-SA 4.0 · bron
Heester · Paeoniaceae
Boompioen
Paeonia ludlowii
In andere talen: Pivoine de Ludlow (Français) · Tibetan tree peony (English)
Paeonia ludlowii, de Tibetaanse boompioen, komt uit het zuidoosten van Tibet. Hij heeft grote, kommetjesvormige, helder gele bloemen die in mei verschijnen, tegen groot, fris, diep ingesneden blad. Hij groeit voor een boompioen relatief snel en wordt een brede, stevige struik van ongeveer 2 m hoog en breed. Hij is winterhard tot ongeveer −20 °C, maar de jonge scheuten van het voorjaar zijn gevoelig voor late vorst. Daarom geef je hem een beschutte plek zonder ochtendzon en ruimte om uit te groeien.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
2 m
hoog, 2 m breed
Bloei
mei–juni
| Hoogte | 2 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een boompioen?
- Groeivorm
- Opgaande, brede, houtige struik van ongeveer 2 m hoog en breed.
- Blad
- Groot, diep ingesneden en fris groen, met een zachte, bijna varenachtige uitstraling.
- Bloem
- Enkele, kommetjesvormige, helder gele bloemen van ruim 10 cm breed met gouden meeldraden, in mei.
- Vrucht
- Grote kokers met opvallend grote zaden, die in de late zomer of herfst openspringen.
- Wortels
- Diep en vlezig; hij verdraagt verplanten slecht, dus kies meteen de juiste plek.
Bloei: mei–juni · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Grote, helder gele bloemen in mei: een indrukwekkend gezicht in de late lente.
- Groot, fris, diep ingesneden blad dat de hele zomer mooi blijft.
- Groeit voor een boompioen relatief snel en wordt een stevige, brede struik.
- Zeer winterhard en na het aanslaan weinig werk.
- Een zeldzame, bijzondere soort voor de liefhebber, met bijen op de bloemen.
- Geen snoei nodig: hij ontwikkelt zich vanzelf tot een mooie, losse vorm.
Waar staat een boompioen graag?
- Zon of halfschaduw, bij voorkeur zonder ochtendzon: na een late nachtvorst ontdooien de scheuten dan langzaam en beschadigen ze minder.
- Goed doorlatende, humusrijke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig, zonder natte voeten.
- Beschut tegen harde wind, die het grote blad kan scheuren.
- Reken op 2–2,5 m ruimte per struik.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Ooievaarsbek: Blauwe en paarse bloemen die mooi bij het heldere geel passen.
- Akelei: Los bloeiend in dezelfde halfschaduw, met sierlijke bloemen in mei.
- Hosta: Breed blad aan de voet, op dezelfde plek.
- Varens: Een frisse, groene onderbeplanting naast het ingesneden blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een boompioen?
Planten in september–oktober.
- Plant in september–oktober, als de grond nog warm en niet te nat is.
- Graaf een ruim plantgat, minstens 50 cm breed, en meng er compost en wat zand door als de grond zwaar is.
- Zet de plant even diep als in de pot. Een geënt exemplaar plant je met de entplaats ongeveer 10 cm onder de grond, zodat de edele plant eigen wortels maakt.
- Houd 2–2,5 m tussen de struiken.
- Geef meteen een flinke gieter water.
- Leg een laag bladcompost of schors rond de voet, zonder de stengels te bedekken.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee zomers bij droogte wekelijks flink water. Daarna zelden nodig.
- Bemesten
- In maart–april compost of organische mest. Niet te veel stikstof geven.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de wortels koel en de grond vochtig.
- Vorstbescherming
- Dek de jonge scheuten in het voorjaar af met vliesdoek als er late nachtvorst wordt voorspeld.
- Verplanten
- Hij houdt niet van verplant worden: kies meteen de juiste plek en laat hem met rust.
Tip: Dek de jonge scheuten in het voorjaar af met vliesdoek als late nachtvorst wordt voorspeld, en laat hem ongesnoeid uitgroeien. Een beschutte plek zonder ochtendzon geeft de beste kansen.
Wanneer snoei je een boompioen?
Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid te worden. Haal in april–mei, als de knoppen uitlopen, alleen dode of bevroren takken weg.
Hoe:
- Knip dode takken terug tot op gezond hout.
- Knip bevroren uiteinden weg tot boven een gezonde knop.
- Wil je de struik open en luchtig houden, haal dan af en toe een dode stengel helemaal aan de voet weg.
Let op: Knip niet in gezond hout: de bloemknoppen zitten aan de uiteinden van de takken van vorig jaar, dus elke afgeknipte tak kost bloemen.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai verse zaden in september–oktober in een diepe pot of buiten. Ze kiemen traag: de wortel groeit vaak het eerste jaar, de scheut verschijnt pas na de volgende winter. Jonge planten bloeien pas na enkele jaren.
- Enten
- Kwekers enten hem in augustus–september op een wortelstuk van een pioen. Voor de hobbytuinier is dat lastig; koop liever een bewortelde plant.
Hoe komt een boompioen de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in Vlaanderen is de struik zelf geen probleem.
- De jonge scheuten in het voorjaar kunnen bevriezen bij late nachtvorst; dek ze dan af met vliesdoek.
- In een pot zet je hem in een grote, diepe pot tegen een muur en wikkel je de pot in jute, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Late vorst: Jonge scheuten en knoppen worden zwart na een koude nacht in het voorjaar. Dek af met vliesdoek en knip aangetaste delen later weg.
- Grauwe schimmel: Knoppen en scheuten verwelken en worden bedekt met grijze schimmel in een nat voorjaar. Knip aangetast materiaal weg en gooi het weg bij het restafval.
- Windschade: Het grote blad scheurt op een winderige plek. Zoek een beschutte plek of plaats een scherm.
- Weinig bloei: Jonge planten bloeien pas na enkele jaren; te veel schaduw of te natte grond remmen de bloei.
Het jaar rond
- Maart: Compost of organische mest geven. Vliesdoek klaarleggen tegen late vorst.
- April: Scheuten afdekken bij nachtvorst. Dode takken wegknippen. Slakken weren.
- Mei: Bloei: helder gele bloemen.
- Juni: Na de bloei de vruchten laten staan.
- Juli: Water geven bij droogte, vooral jonge struiken.
- Augustus: Zaden oogsten als de kokers openspringen.
- September: Planten. Verse zaden zaaien.
- Oktober: Planten. Mulch aanbrengen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij is genoemd naar Frank Ludlow, een Britse plantenverzamelaar die in de jaren 1930 in Tibet reisde en hem daar verzamelde.
- In het wild is hij zeldzaam en beperkt tot een klein gebied in het zuidoosten van Tibet.
- De zaden zijn opvallend groot voor een pioen.