
Foto: Dicklyon, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Lamiaceae
Brandkruid
Phlomis russeliana
In andere talen: Phlomis de Russell (Français) · Turkish sage (English)
Het brandkruid komt uit Turkije en Syrië en is een stevige, groenblijvende vaste plant die vooral wordt gekweekt voor zijn grote, hartvormige, viltige bladeren. Die vormen een dichte, groene mat die de grond bedekt en onkruid onderdrukt. In juni tot augustus verschijnen op rechtopstaande stengels van ongeveer 90 cm kransen van zachtgele, kapvormige bloemen, laag boven elkaar gestapeld als een kandelaar. Na de bloei blijven de bruine zaadkransen staan en geven ze structuur tot diep in de winter. Het is een taaie, droogtebestendige plant die hommels en bijen aantrekt.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,75 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een brandkruid?
- Groeivorm
- Stevige, pollenvormende vaste plant van ongeveer 90 cm hoog en 75 cm breed, met rechtopstaande, vierkante stengels.
- Blad
- Groot, hartvormig, 15–20 cm, rimpelig en viltig; donkergroen, aan de onderkant lichter en harig. Groenblijvend.
- Bloem
- Kransen van kapvormige, tweelippige bloemen in tot zes etages boven elkaar, van juni tot augustus.
- Kleur
- Zachtgeel, vaak met een licht bruine tint aan de bloemknoppen.
- Zaadhoofden
- Bruine, droge kransen die in de winter blijven staan en structuur geven.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groot, viltig, groenblijvend blad dat de grond bedekt en onkruid onderdrukt.
- Zachtgele bloemkransen van juni tot augustus op sterke, rechte stengels.
- De zaadkransen blijven in de winter staan en zijn met rijp een sieraad.
- Hommels en bijen zijn er dol op.
- Droogtebestendig, winterhard (tot ongeveer −25 °C) en weinig werk.
Waar staat een brandkruid graag?
- Volle zon of lichte halfschaduw; in zon bloeit hij het rijkst.
- Doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. In natte klei kan hij wegrotten.
- Normaal tot vrij droog; hij verdraagt droogte uitstekend, maar geen natte voeten.
- Reken op 60–75 cm tussen de planten; hij is een uitgesproken bodembedekker.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,75 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Siergrassen: Luchtige halmen vormen een mooi contrast met het grote, viltige blad.
- Salie: Paarse aren naast de gele kransen, in dezelfde zonnige, droge grond.
- Zonnehoed: Dezelfde zonnige plek, met bloemen vanaf de zomer.
- Hemelsleutel: Een vetplant met roze bloemschermen in de late zomer, naast het stevige blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een brandkruid?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de pot; maak zware grond losser met zand of grind.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 60–75 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste seizoen licht vochtig.
- Leg een dun laagje compost of schors rond de plant, maar niet tegen het hart.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks. Daarna zelden: hij verdraagt droogte goed.
- Bemesten
- Weinig: een schep compost in het voorjaar is genoeg. Te rijke grond geeft slap blad.
- Mulchen
- Een dun laagje compost of schors houdt het onkruid weg, maar niet tegen de kruin.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat de zaadkransen in de winter staan; knip ze in maart weg.
- Steun
- Niet nodig: de stevige stengels staan zonder steun rechtop.
- Verdelen
- Deel een oude pol om de 4–5 jaar in het voorjaar om hem fris te houden.
Tip: Laat de zaadstengels in de winter staan: met rijp zijn ze prachtig. Knip ze pas in maart weg, als het verse blad zich ontwikkelt.
Wanneer snoei je een brandkruid?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Knip de oude bloemstengels tot aan de grond weg.
- Verwijder verweerde of beschadigde bladeren om plaats te maken voor het verse blad.
- Knip de bloemstengels eerder weg als je niet wilt dat hij zich uitzaait.
- Laat de zaadkransen in de herfst en winter staan voor het winterbeeld.
Let op: Laat je de zaadkransen staan, dan kunnen er zaailingen verschijnen. Wied ze uit als je ze niet wilt.
Vermeerderen
- Verdelen
- In maart–april of in september: spit de pol op, deel hem met een spade in stukken met wortels en plant ze meteen terug op 60–75 cm.
- Zaaien
- Zaai in de herfst buiten of in het voorjaar in potten. Het kiemt traag; de zaailingen zijn niet altijd even uniform.
Hoe komt een brandkruid de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is in de regel geen bescherming nodig.
- Het blad blijft meestal groen, maar kan bij strenge vorst bruin worden; knip het in maart weg.
- Natte grond in de winter is gevaarlijker dan vorst: zorg voor goede afwatering.
- In een pot: kies een grote pot met drainage en zet hem tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Wegrotten in natte grond: Slap, geel blad en een rottende kruin in natte klei. Verbeter de drainage met grind of plant op een droger plekje.
- Slakken: Ze vreten jonge bladeren in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op.
- Zaailingen: Hij zaait zich uit als je de zaadkransen laat staan. Trek ongewenste zaailingen weg.
- Slonzig blad in het voorjaar: Winterschade geeft bruin, verweerd blad. Knip het in maart weg: het verse blad komt vanzelf.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels en verweerd blad wegknippen. Planten of verdelen.
- April: Planten. Mulchen.
- Mei: Planten. Op slakken letten.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Bloei. Hommels en bijen.
- Augustus: Bloei. Zaadkransen vormen zich.
- September: Planten of verdelen. Zaaien.
- Oktober: Planten. Zaadkransen laten staan.
- December: Rust. De zaadkransen sieren de tuin.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam russeliana eert Alexander Russell, een Schotse arts en natuuronderzoeker die in de 18e eeuw in Aleppo werkte en over de natuur daar schreef.
- Phlomis komt van een Grieks woord voor ‘vlam’: de viltige bladeren van sommige soorten werden vroeger als lampenpit gebruikt.
- De droge zaadkransen blijven maandenlang staan en zijn ook mooi in een droogboeket.