Foto: Wilson44691, CC0 · bron
Vaste plant · Polemoniaceae
Flox
Phlox divaricata
In andere talen: Phlox divariqué (Français) · Woodland phlox (English)
Deze flox komt uit de loofbossen in het oosten van Noord-Amerika. Het is een lage, losse vaste plant van zo’n 30 cm hoog, met kruipende, niet-bloeiende stengels waaruit in het voorjaar rechtopstaande bloeistengels groeien. Van april tot juni staan daarop losse trossen van lavendelblauwe, soms witte of lila bloemen met vijf platte kroonslippen, die zoet geuren. Tuiniers houden van hem omdat hij kleur brengt in de halfschaduw, net als de voorjaarsbollen uitgebloeid zijn. Bekende rassen zijn ‘Clouds of Perfume’, lichtblauw en sterk geurend, en het witte ‘May Breeze’.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
april–juni
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Hoe herken je een flox?
- Groeivorm
- Lage, losse pol van ongeveer 30 cm hoog en 40 cm breed. De kruipende stengels wortelen waar ze de grond raken.
- Blad
- Smal eirond tot lancetvormig, 3–5 cm lang, tegenoverstaand, donkergroen en licht behaard.
- Bloem
- Losse trossen aan de top van de stengels. Elke bloem is 2–3 cm breed, met een smalle buis en vijf platte kroonslippen, vaak met een kleine inkeping.
- Kleur
- Lavendelblauw tot lila; bij sommige rassen wit of lichtblauw.
- Geur
- Zoet en duidelijk, het best te ruiken op een zachte, windstille dag.
- Wortels
- Fijn en vrij ondiep: de plant droogt in een droge zomer snel uit.
Bloei: april–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Geurende bloemen van april tot juni, net als de voorjaarsbollen uitgebloeid zijn.
- Een van de weinige floxen die het echt goed doen in halfschaduw en lichte schaduw.
- Trekt bijen en vooral vlinders aan, die met hun lange tong bij de nectar in de smalle bloembuis kunnen.
- Laag en los: ideaal voor de rand van een schaduwborder, onder heesters of tussen varens.
- Volledig winterhard en weinig werk: na de bloei één keer terugknippen volstaat.
Waar staat een flox graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende bomen en heesters. In volle zon droogt hij uit en krijgt hij makkelijk meeldauw.
- Humusrijke leem- of kleigrond, zuur tot neutraal.
- Vochthoudend maar niet drassig: niet laten uitdrogen in de zomer, geen staand water in de winter.
- Plant op 30–40 cm van elkaar; in een groepje van drie tot vijf planten komt hij het best tot zijn recht.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Varens: Fris groen blad naast de blauwe bloemen, in dezelfde vochtige halfschaduw.
- Elfenbloem: Bloeit rond dezelfde tijd en bedekt de grond met sierlijk blad.
- Kaukasisch vergeet-mij-nietje: Kleine hemelsblauwe bloemen en groot, hartvormig blad in de schaduw.
- Schuimbloem: Witte pluimpjes in het voorjaar, ook een plant van de Noord-Amerikaanse bosrand.
- Hosta: Grote bladeren die na de bloei van de flox de plek overnemen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een flox?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond los en werk er een paar scheppen bladcompost of goed verteerde compost door.
- Graaf een plantgat iets groter dan de kluit en zet de plant even diep als in de pot.
- Hou 30–40 cm afstand tussen de planten.
- Druk de grond aan en geef meteen ruim water.
- Leg een dunne laag bladcompost of fijne mulch rond de planten.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig gieten bij droogte. Daarna alleen in lange droge periodes, aan de voet en niet over het blad.
- Bemesten
- In maart of april een laagje compost volstaat. Te veel mest geeft slappe stengels.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar of de herfst houdt de grond koel, vochtig en humusrijk, zoals een bosbodem.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip na de bloei de uitgebloeide bloeistengels terug; de lage scheuten blijven staan.
- Verjongen
- Wordt de pol na een paar jaar kaal in het midden, scheur hem dan en plant de jonge randstukken opnieuw.
Tip: Plant hem onder bladverliezende struiken of bomen: in het voorjaar krijgt hij daar licht genoeg om te bloeien, in de zomer houdt het bladerdak de grond koel en vochtig.
Wanneer snoei je een flox?
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: Na de bloei, in juni. Verder hoeft hij nauwelijks gesnoeid te worden.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide bloeistengels af tot net boven het blad of de kruipende scheuten.
- Laat de lage, niet-bloeiende scheuten staan: daaruit groeien volgend voorjaar de bloeistengels.
- Haal in maart dode of door de winter beschadigde stengels weg.
- Knip stengels met meeldauw meteen weg en gooi ze bij het restafval, niet op de composthoop.
Let op: Knip hem in de herfst niet helemaal kort: de bloeistengels groeien in het voorjaar uit de scheuten die overwinteren.
Vermeerderen
- Scheuren
- Na de bloei of in september een stuk van de pol met wortels afsteken en meteen elders planten. Goed water geven.
- Afleggen
- Kruipende stengels wortelen vaak vanzelf. Snij een beworteld stuk los en plant het op zijn nieuwe plek.
- Stekken
- In mei–juni stekken van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten nemen en in vochtige stekgrond zetten, op een lichte plek zonder felle zon.
Hoe komt een flox de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Natte voeten in de winter zijn een groter risico dan vorst: zorg dat overtollig water kan wegzakken.
- Een laag bladcompost in de herfst beschermt de ondiepe wortels en voedt de grond.
- In een pot: zet hem tegen een muur, zodat de kluit niet langdurig doorvriest.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte en op een te zonnige plek. Geef water, laat ruimte tussen de planten en knip aangetaste stengels weg.
- Slakken: Vreten aan jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds of na een regenbui weg.
- Bladluis: Op jonge scheuten en bloemknoppen. Afspuiten met een harde straal water; lieveheersbeestjes en zweefvliegen doen de rest.
- Stengelaaltjes: Opgezwollen, misvormde stengels en smal, gekruld blad. Haal aangetaste planten helemaal weg en zet op die plek een paar jaar geen flox.
- Weinig groei: Op droge, arme grond of in volle zon kwijnt hij weg. Verplant naar halfschaduw en geef compost.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Dode stengels weghalen. Compost geven.
- April: Begin van de bloei. Letten op slakken en bladluis.
- Mei: Volle bloei en geur. Stekken nemen van niet-bloeiende scheuten.
- Juni: Laatste bloemen. Uitgebloeide stengels terugknippen.
- Juli: Water geven bij droogte. Letten op meeldauw.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- September: Planten en scheuren.
- Oktober: Planten. Bladcompost als mulch aanbrengen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Phlox komt van het Griekse woord voor vlam, naar de felle bloemkleuren van veel soorten.
- ‘Divaricata’ betekent wijd uitstaand en verwijst naar de los en breed vertakte groei.
- De nectar zit diep in een smalle bloembuis, zodat vooral vlinders en insecten met een lange tong erbij kunnen.