
Foto: Britton, N.L., and A. Brown. 1913. An illustrated flora of the northern United States, Canada and th, Public domain · bron
Vaste plant · Polemoniaceae
Flox
Phlox maculata
In andere talen: Phlox maculé (Français) · Meadow phlox (English)
De gevlekte flox komt uit vochtige weiden, oevers en lichte bossen in het oosten van de Verenigde Staten. Het is een rechtopgaande vaste plant van zo’n 90 cm met smalle, glanzende bladeren en stengels die vaak paars gevlekt zijn, vandaar de naam maculata, ‘gevlekt’. Van juni tot augustus draagt hij smalle, cilindervormige pluimen van geurende bloemen in roze, lila, paars of wit. Hij bloeit vroeger dan de gewone flox (Phlox paniculata) en heeft minder last van meeldauw. Bekende rassen zijn ‘Omega’ (wit met een lila oog), ‘Alpha’ (roze) en ‘Rosalinde’ (dieproze).
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een flox?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol van ongeveer 90 cm hoog en 45 cm breed, met stevige, weinig vertakte stengels.
- Stengel
- Groen met paarsrode vlekjes of streepjes, vooral onderaan; daaraan dankt de plant haar naam.
- Blad
- Smal lancetvormig, glanzend donkergroen en tegenoverstaand langs de stengel.
- Bloem
- Langgerekte, cilindervormige pluimen van buisvormige bloempjes met vijf platte slippen, van juni tot augustus.
- Geur
- Zoet en kruidig, het sterkst op warme, windstille dagen.
- Wortels
- Vezelige wortelstok die langzaam uitgroeit tot een brede pol; de plant woekert niet.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Lange bloei van juni tot augustus, met een zoete, kruidige geur.
- Minder gevoelig voor meeldauw dan de gewone flox: het glanzende blad blijft langer gezond.
- Een trekpleister voor vlinders, nachtvlinders en hommels, die met hun lange tong bij de nectar kunnen.
- Prima snijbloem: de cilindervormige pluimen staan lang in de vaas en geuren in huis.
- Voelt zich thuis op vochtige grond, waar veel andere zomerbloeiers het moeilijk hebben.
- Stevige stengels die zelden steun nodig hebben.
Waar staat een flox graag?
- Zon of halfschaduw; in volle zon bloeit hij het rijkst, als de grond maar vochtig blijft.
- Voedzame, humusrijke leem- of kleigrond, zuur tot neutraal.
- Vochtig tot nat: in de natuur groeit hij in natte weiden en langs beken, en hij verdraagt droogte slecht.
- Een open plek met wat luchtbeweging houdt het blad gezond.
- Plant op 40–45 cm afstand, het mooist in groepjes van drie tot vijf.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Daglelie: Bloeit tegelijk en houdt van dezelfde voedzame, vochtige grond.
- Kattenstaart: Rechte, paarsroze aren naast de ronde pluimen, ook op natte grond.
- Moerasspirea: Romige pluimen voor een natte border met een natuurlijke uitstraling.
- Duizendknoop: Persicaria amplexicaulis bloeit van juli tot de vorst en neemt het na de flox over.
- Siberische iris: Smal, rechtopstaand blad en bloei in mei–juni, voor de flox begint.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een flox?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond diep los en werk er een paar scheppen compost of goed verteerde stalmest door.
- Graaf een plantgat dat ruim groter is dan de pot en zet de plant even diep als ze in de pot stond.
- Houd 40–45 cm tussen de planten, zodat er lucht tussen de pollen blijft.
- Druk de grond goed aan en geef meteen een flinke gieter water.
- Leg een laag mulch van compost of bladaarde rond de planten, zodat de grond vochtig blijft.
Verzorgen
- Water
- Geef in droge periodes ruim water aan de voet, liefst ’s ochtends. Droogte geeft hangend blad en maakt de plant gevoeliger voor meeldauw.
- Bemesten
- In maart–april compost of organische mest geven: flox is een veeleter.
- Mulchen
- Elk voorjaar een laag compost of bladaarde houdt de wortels koel en vochtig.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide pluimen af tot boven een blad: vaak volgen er nog kleinere zijpluimen.
- Scheuren
- Om de 3–4 jaar scheuren, als het hart van de pol kaal wordt of de bloei afneemt.
Tip: Geef flox in droge zomers liever te veel dan te weinig water en mulch de grond: een plant die niet uitdroogt, bloeit langer en heeft veel minder last van meeldauw.
Wanneer snoei je een flox?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Flox wordt nauwelijks gesnoeid. Knip de afgestorven stengels in februari–maart af, voor de nieuwe scheuten verschijnen; in de zomer knip je enkel uitgebloeide pluimen weg.
Hoe:
- Knip de oude, droge stengels in de late winter af tot 5–10 cm boven de grond.
- Knip na de eerste bloei de uitgebloeide pluimen af tot boven een blad of zijscheut: zo krijg je vaak een tweede, kleinere bloei.
- Staat de pol erg dicht, haal dan in april een paar zwakke stengels aan de voet weg: dat geeft meer lucht en minder meeldauw.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of september–oktober de pol opgraven en met een spade in stukken met elk een paar scheuten verdelen. Meteen terugplanten in verbeterde grond.
- Wortelstekken
- In de winter stukjes wortel van ongeveer 5 cm in een pot met zanderige stekgrond leggen en dun afdekken. Zo krijg je planten zonder stengelaaltjes.
- Stekken
- In april jonge scheuten van 5–8 cm aan de voet afnemen en in vochtige stekgrond onder plastic laten wortelen.
Hoe komt een flox de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De plant sterft bovengronds af en loopt in het voorjaar weer uit vanuit de wortelstok.
- In een pot: zet hem beschut tegen een muur en zorg dat de potgrond niet uitdroogt of doorweekt blijft staan.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit, poederig laagje op de bladeren in de nazomer. Minder dan bij de gewone flox; voorkom het met genoeg water, ruimte tussen de planten en het uitdunnen van de stengels.
- Stengelaaltjes: Smalle, gekrulde topbladeren en gezwollen, barstende stengels. Graaf aangetaste planten op, gooi ze bij het restafval en vermeerder gezonde planten via wortelstekken.
- Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in het voorjaar. ’s Avonds rapen en de omgeving van de pol vrij houden van schuilplekken.
- Spint: Dof, fijn gespikkeld blad bij droog, heet weer. Geef water en besproei het blad af en toe.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Eventueel wortelstekken nemen.
- Februari: Wortelstekken nemen. Oude stengels mogen eruit.
- Maart: Oude stengels afknippen. Compost geven. Planten en scheuren.
- April: Planten. Mulch aanbrengen. Stekken nemen. Letten op slakken.
- Mei: Planten. Zwakke stengels uitdunnen. Water geven bij droogte.
- Juni: Begin van de bloei. Water geven bij droogte.
- Juli: Volle bloei. Bloemen snijden voor de vaas. Uitgebloeide pluimen afknippen.
- Augustus: Laatste bloei. Water geven. Letten op meeldauw.
- September: Planten en scheuren.
- Oktober: Planten. De plant sterft bovengronds af.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Phlox komt van het Griekse woord voor ‘vlam’, naar de felle bloemkleuren van sommige soorten.
- Maculata betekent ‘gevlekt’ en verwijst naar de paarse vlekjes op de stengels.
- De bloemen hebben een lange, smalle kroonbuis: vooral vlinders, nachtvlinders en hommels met een lange tong kunnen bij de nectar.