
Foto: Photo by and (c)2007 Derek Ramsey (Ram-Man), GFDL 1.2 · bron
Vaste plant · Polemoniaceae
Flox
Phlox stolonifera
In andere talen: Phlox stolonifère (Français) · Creeping phlox (English)
Phlox stolonifera komt uit de bossen van de Appalachen, in het oosten van Noord-Amerika. Hij vormt een lage, groene mat doordat hij met bovengrondse uitlopers kruipt en wortelt. In april en mei verschijnen daarboven rechte bloemstengels van 15–20 cm met ronde bloemen in lila, blauwpaars, roze of wit. Het blad blijft in de winter grotendeels groen. Bekende rassen zijn ‘Blue Ridge’ in lavendelblauw en ‘Ariane’ in wit. Hij is een fijne bodembedekker onder struiken, tussen varens en in de schaduwtuin, en de bloemen zijn een vroege bron van nectar voor bijen en hommels.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | mei |
|---|---|
| Hoogte | 0,15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een flox?
- Groeivorm
- Lage mat van ongeveer 15 cm hoog en 50 cm breed of meer, met kruipende uitlopers (stolonen) die op de grond wortelen.
- Blad
- Eirond tot langwerpig, 2–5 cm lang, fris groen en in de winter grotendeels groen; de bloemstengels hebben kleinere bladeren.
- Bloem
- Ronde, vijfdelige bloemen van ongeveer 2 cm in losse tuilen aan rechte stengels van 15–20 cm, in april en mei.
- Kleur
- Lila, lavendelblauw, roze of wit, afhankelijk van het ras.
- Wortels
- Ondiep en vezelig, met wortelende uitlopers; de plant breidt zich zo geleidelijk uit.
Bloei: april–mei · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit in april en mei in de schaduw, waar weinig andere bodembedekkers zo rijk bloeien.
- Vormt snel een dichte mat die onkruid onderdrukt en kale plekken onder struiken opvult.
- Het blad blijft in de winter grotendeels groen, dus de grond ligt het hele jaar bedekt.
- Bijen en hommels vinden in het voorjaar nectar op de bloemen.
- Volledig winterhard (tot ongeveer −30 °C) en makkelijk te vermeerderen door uitlopers.
Waar staat een flox graag?
- Halfschaduw tot lichte schaduw, bijvoorbeeld onder struiken of bomen met een open kroon. In volle zon alleen als de grond vochtig blijft.
- Losse, humusrijke leem of klei, zuur tot neutraal. De grond moet vochthoudend zijn, maar niet drassig.
- Normaal vochtig: laat de grond in de zomer niet helemaal uitdrogen.
- Mooi tussen varens, onder heesters, langs een schaduwpad of in een boskant.
- Reken op 30–40 cm per plant; de mat sluit zich binnen een paar jaar.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Varens: Een frisse, groene achtergrond in dezelfde halfschaduw.
- Hosta: Groot blad naast de lage, fijne mat.
- Schuimbloem: Bloeit tegelijk met witte pluimen en heeft mooi blad.
- Elfenbloem: Een tweede bodembedekker voor droge schaduw, met fijne voorjaarsbloemen.
- Longkruid: Bloeit in het voorjaar in blauw en roze.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een flox?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Werk compost of bladcompost door de grond, zeker als die zwaar of arm is.
- Graaf een gat even diep als de pot en iets breder, en zet de plant even diep als in de pot.
- Houd 30–40 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen water en houd de grond de eerste weken licht vochtig.
- Leg een dun laagje bladcompost rond de planten, maar laat de kroon vrij.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond licht vochtig, vooral het eerste jaar en in droge zomers. Geef water aan de voet, niet over het blad.
- Bemesten
- In het voorjaar een laagje compost of bladcompost; meer is zelden nodig.
- Mulchen
- Een dun laagje bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de bloemstengels na de bloei weg: dat houdt de mat netjes.
- Uitlopers
- Steek uitlopers die te ver gaan in het voorjaar af en plant ze elders of geef ze weg.
Tip: Plant hem in losse, humusrijke grond en knip de bloemstengels na de bloei weg. Wil je de mat dichter, steek dan bewortelde uitlopers af en plant ze op een nieuwe plek.
Wanneer snoei je een flox?
Snoeimaanden: mei.
Wanneer: Na de bloei, in mei.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide bloemstengels met een schaar tot aan het blad weg.
- Is de mat te groot of te los geworden, knip hem dan licht terug, tot ongeveer de helft van de hoogte.
- Steek uitlopers die je niet wilt af of trek ze los.
Let op: Knip het wintergroene blad in de herfst niet kaal: het beschermt de plant in de winter.
Vermeerderen
- Uitlopers
- Na de bloei of in september: knip bewortelde uitlopers los met wat wortels en plant ze meteen elders. Het makkelijkste en meest zekere.
- Stekken
- In mei–juni: stekjes van 5–8 cm van niet-bloeiende uitlopers, onderste blaadjes weg, in vochtige, zandige potgrond. Houd ze vochtig en uit de volle zon; na enkele weken hebben ze wortels.
Hoe komt een flox de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft groen. Haal in de herfst gevallen bladeren uit de mat: een natte, dikke laag kan het blad doen rotten.
- In een pot: gebruik humusrijke, goed doorlatende grond, zet de pot beschut en laat de grond niet helemaal uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral op droge, benauwde plekken. Geef meer ruimte, water aan de voet en knip aangetaste delen weg.
- Slakken: Jonge scheuten en bloemen worden aangevreten. Zoek ze ’s avonds op en bescherm jonge planten.
- Spintmijt: In een warme, droge zomer wordt het blad grauw met fijne webjes. Spuit af met water en houd de grond vochtig.
- Uitdroging: Bruine bladranden en een open mat in de zomer. Water geven en mulchen.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Compost geven.
- April: Begin van de bloei. Planten.
- Mei: Volle bloei. Na de bloei de bloemstengels terugknippen. Uitlopers afsteken.
- Juni: Stekken nemen van niet-bloeiende uitlopers.
- Juli: Water geven bij droogte. Op spintmijt letten.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Planten. Gevallen bladeren uit de mat halen.
- December: Rust. De mat blijft grotendeels groen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam stolonifera betekent ‘uitlopers dragend’: de plant breidt zich uit met bovengrondse uitlopers.
- In de natuur groeit hij in vochtige bossen in de Appalachen, in het oosten van Noord-Amerika.
- Elke bewortelde uitloper kan een nieuwe plant worden, waardoor je met één plant al snel een hele rand vult.