
Foto: self, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Polemoniaceae
Jakobsladder
Polemonium caeruleum
In andere talen: Valériane grecque (Français) · Jacob's ladder (English)
De jakobsladder groeit in het wild in vochtige weiden, lichte bossen en bergstreken in grote delen van Europa en het noorden van Azië. Het is een vaste plant met frisgroen, geveerd blad waarvan de vele blaadjes netjes naast elkaar staan, als de sporten van een ladder. Van mei tot juli staan daarboven losse trossen van komvormige, hemelsblauwe bloemen met opvallende oranjegele meeldraden. Tuiniers houden van de koele kleur, de makkelijke groei in zon en halfschaduw en de vroege bloei, net na de voorjaarsbloeiers. Er is ook een witte vorm, ‘Album’, en ‘Brise d’Anjou’ heeft blad met een crèmegele rand.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een jakobsladder?
- Groeivorm
- Pol van 45–60 cm hoog en zo’n 40 cm breed, met rechtopstaande bloemstengels boven een rozet van blad.
- Blad
- Geveerd, met zo’n twintig smalle, spitse deelblaadjes in twee rijen, als de sporten van een ladder; frisgroen.
- Bloem
- Komvormig, zo’n 2 cm breed, in losse trossen aan de stengeltoppen, met opvallende oranjegele meeldraden.
- Kleur
- Hemelsblauw tot lavendelblauw; ook in wit.
- Vrucht
- Kleine doosvruchten met veel zaad: hij zaait zich makkelijk uit.
Bloei: mei–juli · Zaaien: maart–mei · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Helderblauwe bloemen van mei tot juli, een zeldzame kleur in de border.
- Het geveerde blad is van het voorjaar tot de herfst decoratief.
- Bijen en hommels bezoeken de bloemen graag.
- Makkelijk en sterk: hij groeit in zon en halfschaduw en is zeer winterhard.
- Na terugknippen komt er fris blad en soms nog een kleine nabloei.
Waar staat een jakobsladder graag?
- Zon tot halfschaduw; in de volle zon alleen als de grond niet uitdroogt.
- Leem of klei, humusrijk, zuur tot kalkrijk.
- Gewone grond die vochtig blijft maar niet nat staat.
- Plant 30–40 cm uit elkaar, zo’n zeven planten per m².
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Vrouwenmantel: Lichtgroene schermen die mooi afsteken tegen het blauw.
- Akelei: Bloeit tegelijk, in dezelfde halfschaduw.
- Pioenroos: Grote roze bloemen naast de fijne blauwe trossen.
- Ooievaarsbek: Een lage, bloeiende voet in dezelfde grond.
- Zeeuws knoopje: Roze of witte bloempjes die de bloei in de zomer overnemen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een jakobsladder?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot, met het rozet op de hoogte van de grond.
- Druk de grond aan en geef meteen ruim water.
- Mulch met compost of bladaarde om de grond koel en vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Geef water bij droogte, zeker in de zon: anders verbrandt het blad aan de randen.
- Bemesten
- In het voorjaar een laag compost is genoeg.
- Terugknippen
- Knip na de bloei terug tot het blad aan de voet: dat beperkt uitzaaien en geeft fris blad.
- Steun
- Meestal niet nodig. Op een rijke grond of een winderige plek helpen een paar takjes.
- Verjongen
- Hij leeft vaak maar enkele jaren. Scheur oudere pollen om de drie jaar of laat een paar zaailingen staan.
Tip: Knip na de bloei terug tot het blad aan de voet: zo beperk je uitzaaien en krijg je fris, nieuw blad voor de rest van de zomer.
Wanneer snoei je een jakobsladder?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: Knip in juli, na de bloei, de bloemstengels terug. In maart ruim je het oude blad op.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide bloemstengels terug tot net boven het blad aan de voet.
- Wil je zaailingen, laat dan een paar stengels staan tot het zaad rijp is.
- Knip in maart het dode blad weg, voor de nieuwe rozetten uitlopen.
Vermeerderen
- Zaaien
- Binnen in maart in een zaaibak, of buiten in april–mei. Dun bedekken en vochtig houden; na enkele weken kiemen ze. Uitplanten als ze stevig genoeg zijn. Bonte vormen komen niet zuiver uit zaad.
- Scheuren
- In maart–april of in september een pol opgraven en in stukken met elk een paar rozetten delen. Meteen terugplanten en water geven.
Hoe komt een jakobsladder de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Uiterst winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad sterft grotendeels af; in het vroege voorjaar verschijnen nieuwe rozetten.
- In een pot: zet hem beschut en laat de grond niet uitdrogen of doorweken.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge zomers. Water geven en na de bloei terugknippen.
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan de jonge rozetten. ’s Avonds rapen.
- Verbrand blad: Bruine randen in hete, droge zon. Water geven, mulchen of verplaatsen naar halfschaduw.
- Te veel zaailingen: Knip na de bloei terug of wied de jonge zaailingen in het voorjaar.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad wegknippen. Binnen zaaien. Planten.
- April: Buiten zaaien. Planten of scheuren.
- Mei: Begin van de bloei. Buiten zaaien.
- Juni: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- Juli: Na de bloei terugknippen voor fris blad.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Planten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam jakobsladder verwijst naar de ladder naar de hemel uit de droom van Jakob in de Bijbel: de blaadjes staan als sporten naast elkaar.
- In het Frans heet hij ‘valériane grecque’, al is hij geen valeriaan: vroeger noemde men de plant Valeriana graeca, omdat het blad aan dat van valeriaan deed denken.
- De jakobsladder gaf zijn naam aan een hele plantenfamilie, de Polemoniaceae, waartoe ook de flox behoort.