
Foto: harum.koh from Kobe city, Japan, CC BY-SA 2.0 · bron
Varen · Dryopteridaceae
Polystichum
Polystichum polyblepharum
In andere talen: Japanese tassel fern (English)
Polystichum polyblepharum, in het Engels ‘Japanese tassel fern’, komt uit de bossen van Japan en Zuid-Korea. Het is een groenblijvende varen van zo’n 60 cm hoog die een sierlijke, ronde trechter vormt van overhangende, tweevoudig geveerde bladeren. Het blad is opvallend glanzend donkergroen, en de bladstelen zijn dicht bezet met goudbruine, borstelige schubben. In het voorjaar hangt de top van elk jong blad bij het ontrollen eerst als een kwastje naar achteren, voor het zich helemaal strekt. Tuinliefhebbers kiezen hem voor de glans van zijn blad, dat de hele winter mooi blijft in een beschutte schaduwborder of een grote pot.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,7 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een polystichum?
- Groeivorm
- Ronde, trechtervormige pol van zo’n 60 cm hoog en 70 cm breed, met overhangende bladeren.
- Blad
- Lancetvormig, tweevoudig geveerd, stevig en leerachtig, 40–60 cm lang; de kleine deelblaadjes zijn fijn getand.
- Kleur
- Sterk glanzend donkergroen, het hele jaar door. Het jonge blad is eerst lichter groen.
- Bladsteel
- Dicht bezet met goudbruine tot roestbruine, borstelige schubben.
- Jong blad
- Bij het ontrollen hangt de top van het blad eerst als een kwastje naar achteren, daarna strekt het zich.
- Sporen
- Ronde sporenhoopjes in rijen onder het blad, met een rond dekvliesje; varens bloeien niet.
Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend met een van de mooiste glanzende bladeren onder de varens: ook in de winter een sieraad.
- In het voorjaar een speels effect: de jonge bladeren hangen eerst als kwastjes naar achteren.
- Een regelmatige, sierlijke trechter die rust en structuur brengt in een schaduwborder.
- Groeit in zand, leem en klei, zolang de grond humusrijk is.
- Woekert niet en blijft compact: geschikt voor kleine tuinen en voor een grote pot op een schaduwrijk terras.
- Weinig werk: één keer per jaar het oude blad wegknippen volstaat.
Waar staat een polystichum graag?
- Halfschaduw tot schaduw; geen felle middagzon, die het glanzende blad verbrandt.
- Humusrijke, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot neutraal.
- Normaal vochtig: koel en vochthoudend, maar zonder natte voeten in de winter.
- Beschut tegen droge wind, zeker tegen koude oostenwind in de winter.
- Plant 60–70 cm uit elkaar, of in een groepje van drie op 60 cm.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,7 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Japans bosgras: Een sierlijk overhangend gras dat net als deze varen uit Japan komt.
- Hosta: Grote, brede bladeren als rustig contrast met het fijne, glanzende varenblad.
- Lenteroos: Bloeit in de late winter, rond de tijd dat je het oude varenblad wegknipt.
- Kaukasische vergeet-mij-niet: Hemelsblauwe bloempjes in april naast het jonge varenblad.
- Japanse anemoon: Bloeit van augustus tot oktober boven het donkergroene varenblad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een polystichum?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant van maart tot mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te droog is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er een paar scheppen bladcompost of goed verteerde compost door.
- Zet de plant even diep als hij stond: het hart hoort aan het oppervlak, niet eronder.
- Houd 60–70 cm tussen de planten en druk de grond goed aan.
- Geef meteen ruim water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Leg een laagje bladcompost rond de plant als mulch, maar niet over het hart.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks water geven. Later in lange droge periodes, ’s ochtends aan de voet.
- Bemesten
- Weinig nodig: in april een laagje bladcompost of goed verteerde compost. Geen kunstmest.
- Mulchen
- Laat afgevallen boombladeren rond de pol liggen, maar haal ze uit het hart.
- Oud blad
- Knip in maart het oude blad weg, voor de nieuwe bladkrullen zich ontrollen.
- In een pot
- Een ruime pot met humusrijke, goed doorlatende potgrond en een gat in de bodem. Nooit laten uitdrogen en om de twee à drie jaar in het voorjaar verpotten.
Tip: Zet hem op een beschutte plek, uit de droge wind, dan blijft het glanzende blad ook in de winter mooi. Knip het oude blad in maart weg, zodat je in het voorjaar de kwastjes van het nieuwe blad goed ziet.
Wanneer snoei je een polystichum?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe bladkrullen zich ontrollen. Verder hoeft deze varen niet gesnoeid te worden.
Hoe:
- Knip het oude blad vlak boven het hart weg, ook als het nog groen is: zo komen de kwastjes van het nieuwe blad mooi tot hun recht.
- Na een zachte winter mag je ook alleen het bruine en beschadigde blad weghalen.
- Werk voorzichtig rond de geschubde bladkrullen in het hart.
- Bruin of beschadigd blad kun je in de zomer tussendoor wegknippen.
Let op: Wacht niet te lang: eens het nieuwe blad uitloopt, knip je het makkelijk per ongeluk mee weg.
Vermeerderen
- Sporen
- In de nazomer een rijp blad op een vel papier leggen en de vrijgekomen sporen uitzaaien op steriele, vochtige zaaigrond onder glas. Na enkele maanden verschijnen kleine varentjes; het duurt een paar jaar voor je een flinke plant hebt.
- Delen
- Oudere planten met meerdere harten kun je in maart–april met een scherpe spade delen, elk stuk met een hart en wortels. Meteen planten en goed water geven.
Hoe komt een polystichum de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem.
- Het blad blijft in de winter groen en glanzend; na strenge vorst of droge oostenwind kan het bruin worden, maar de plant loopt in het voorjaar weer uit.
- Laat het oude blad tot maart staan: het beschermt het hart. Leg in een strenge winter wat extra bladeren rond de voet.
- In een pot: zet de pot beschut tegen een muur en wikkel hem bij vorst in jute, want in een pot bevriezen de wortels sneller.
Ziektes en plagen
- Hartrot: Het hart wordt bruin en zacht in natte, verdichte grond. Plant op een goed doorlatende plek en haal natte bladeren uit het hart.
- Bruin blad: Bruine, droge bladranden door droge wind, felle zon of droogte. Water geven, mulchen en zorgen voor beschutting.
- Late nachtvorst: De jonge bladkrullen kunnen in april–mei bevriezen. Dek af met vlies als er vorst voorspeld wordt; de plant loopt meestal opnieuw uit.
- Taxuskever: Vooral in potten vreten de larven aan de wortels en verwelkt de plant zonder duidelijke reden. Controleer de wortelkluit en zet in de nazomer aaltjes in tegen de larven.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad wegknippen. Bladcompost strooien.
- April: Planten. Opletten voor late nachtvorst.
- Mei: Het jonge blad hangt als kwastjes naar achteren. Planten.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte. Bruin blad wegknippen.
- Augustus: Water geven bij droogte. Rijpe sporen verzamelen.
- September: Planten. Rijpe sporen verzamelen.
- Oktober: Planten. Afgevallen blad uit het hart halen.
- December: Het glanzende, groenblijvende blad siert de wintertuin.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- ‘Polyblepharum’ betekent ‘met veel wimpers’, naar de borstelige schubben op de bladstelen.
- De Engelse naam ‘tassel fern’ verwijst naar het jonge blad, waarvan de top bij het ontrollen eerst als een kwastje naar achteren hangt.
- Polystichum betekent ‘veel rijen’, naar de rijen sporenhoopjes onder het blad.