
Foto: Ruslan V.Albitsky aka pauk, CC BY-SA 2.5 · bron
Fruitplant · Rosaceae
Nankingkers
Prunus tomentosa
In andere talen: Cerisier de Nankin (Français) · Nanking cherry (English)
De Nankingkers is een struikvormige kers uit China en Korea, die in Oost-Azië al lang om zijn vruchten gekweekt wordt. Het is een dichte, brede struik van zo’n 2 m met donzig behaarde twijgen en gerimpelde bladeren met een viltige onderkant, vandaar de naam tomentosa. Heel vroeg in het voorjaar, in maart–april, zit hij vol witte tot lichtroze bloemetjes, nog voor of tegelijk met het blad. In juni–juli volgen kleine, glanzend rode kersjes op korte steeltjes, dicht tegen de takken, zoet tot zoetzuur van smaak. Hij is extreem winterhard, draagt al jong en blijft klein genoeg voor elke tuin.
Let op: Kauw de pitten niet stuk en laat kinderen er niet op knabbelen: zoals bij alle kersen bevatten de pitten en het blad stoffen die giftig blauwzuur kunnen vrijmaken.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
2 m
hoog, 2 m breed
Bloei
maart–april
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Deels: zie Let op bovenaan |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Hoe herken je een nankingkers?
- Groeivorm
- Dichte, brede, veeltakkige struik van 1,5–2 m hoog en even breed.
- Blad
- Ovaal, 4–7 cm, gezaagd en gerimpeld; bovenaan donkergroen, onderaan viltig behaard.
- Bloem
- Klein, wit tot lichtroze, 1,5–2 cm, met vijf bloemblaadjes, in maart–april dicht langs de takken.
- Vrucht
- Kleine, ronde kersjes van ongeveer 1 cm, glanzend rood, op heel korte steeltjes; rijp in juni–juli.
- Twijgen
- Jonge twijgen donzig behaard; oudere takken met een roodbruine, wat schilferende schors.
Bloei: maart–april · Oogst en vruchten: juni–juli · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de vroegste bloeiers van het jaar: in maart–april een wolk witte bloemetjes voor de eerste bijen.
- Draagt al op jonge leeftijd rijk vruchten, vaak enkele jaren na het planten.
- Kleine, zoete kersjes om vers te eten of tot jam en sap te verwerken.
- Vogels smullen van de vruchten die je laat hangen.
- Klein en compact: past in een kleine tuin, als vrijstaande struik of in een eetbare haag.
- Extreem winterhard en, eens geworteld, goed bestand tegen droogte.
Waar staat een nankingkers graag?
- Volle zon: dan bloeit hij het rijkst en worden de kersjes het zoetst.
- Zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, maar goed doorlatend; natte voeten verdraagt hij slecht.
- Droog tot normaal vochtig; eens geworteld verdraagt hij droogte goed.
- Reken op 1,5–2 m per struik; in een vruchthaag op 1–1,2 m.
- Plant er bij voorkeur twee of meer: met een tweede struik in de buurt krijg je meestal veel meer vruchten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Rode bes: Rijpt in dezelfde periode en past samen in een eetbare haag.
- Appelbes: Witte voorjaarsbloei, zwarte bessen en rode herfstkleur, en net zo winterhard.
- Kruisbes: Nog een compacte fruitstruik voor de zonnige rand van de moestuin.
- Krokus: Bloeit in maart onder de struik, samen met de eerste kersenbloesem.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een nankingkers?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant van oktober tot december of in maart–april, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er wat compost door.
- Zet de struik even diep als in de pot of de kwekerij en druk de grond goed aan.
- Plant op 1,5–2 m van elkaar, of op 1–1,2 m voor een haag.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Mulch met compost of houtsnippers rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar geregeld bij droogte; daarna alleen bij lange droogte, vooral als de vruchten zwellen in mei–juni.
- Bemesten
- In maart een laag compost of wat organische mest voor fruitstruiken.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers of compost houdt de grond vochtig en onkruidvrij.
- Vogels
- Wil je zelf oogsten, span dan in juni een net over de struik zodra de kersjes kleuren.
- Oogsten
- Pluk in juni–juli als de kersjes donkerrood en zacht zijn. Eet ze vers of maak er jam, gelei of sap van; de pit eet je niet mee.
Tip: Plant minstens twee Nankingkersen bij elkaar: ze bestuiven elkaar en dragen dan veel rijker. Snoei na de oogst de oudste takken weg om de struik jong te houden.
Wanneer snoei je een nankingkers?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: Na de oogst, in juli–augustus. Snoei liever niet in de winter: dan komen schimmelziekten makkelijker binnen via de wonden.
Hoe:
- Zaag elk jaar een paar van de oudste, minst vruchtbare takken aan de voet weg.
- Laat jonge, krachtige scheuten staan: die dragen de volgende jaren de meeste vruchten.
- Knip dode, zieke en kruisende takken weg en houd het midden van de struik open.
- Een haag kun je na de oogst licht in vorm knippen.
Let op: Snoei bij droog weer: steenvruchten zoals kersen zijn gevoelig voor loodglans en kanker, die via snoeiwonden binnenkomen.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai verse pitten in de herfst in een pot of zaaibed buiten; ze hebben een koude periode nodig en kiemen in het voorjaar. Zaailingen lijken meestal goed op de moederplant.
- Zachte stekken
- In juni stekken van 10–15 cm van jonge scheuten nemen en in vochtige stekgrond onder plastic zetten.
- Afleggen
- Een lage tak in het voorjaar in de grond vastpinnen; na een jaar loskoppelen en verplanten.
Hoe komt een nankingkers de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Extreem winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België nooit bescherming nodig.
- De vroege bloei kan schade oplopen bij strenge nachtvorst in maart–april; een vlies over een kleine struik helpt in een vorstnacht.
- In een grote pot: zet hem tegen een muur en houd de grond in de winter matig vochtig.
Ziektes en plagen
- Monilia: Bloemen en jonge twijgen verdorren, of vruchten rotten met grijze schimmelkussentjes. Knip aangetaste delen weg en ruim gevallen vruchten op.
- Vogels: Merels halen de kersjes weg zodra ze rood kleuren. Een net over de struik helpt.
- Bladluis: Krullend blad aan de scheuttoppen in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en vogels ze op; anders afspuiten met water.
- Nachtvorst: Bruine, verdroogde bloemen na een vorstnacht. Plant niet in een koude laagte waar vorst blijft hangen.
- Weinig vruchten: Er staat geen tweede struik in de buurt, of de bloei bevroor. Plant een tweede Nankingkers.
Het jaar rond
- Maart: Bloei begint. Compost geven. Planten.
- April: Bloei. Planten. Bij nachtvorst een vlies over kleine struiken.
- Mei: Vruchtjes zwellen. Water geven bij droogte.
- Juni: Net tegen vogels spannen. Eerste kersjes oogsten. Stekken nemen.
- Juli: Oogsten. Na de oogst de oudste takken wegsnoeien.
- Augustus: Snoeien bij droog weer. Water bij droogte.
- Oktober: Planten. Zaad buiten zaaien.
- November: Planten.
- December: Rust. Planten bij zacht weer.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (juni–juli)
- Het struikje draagt in juni en juli massa’s kleine, glanzend rode kersjes dicht tegen de takken. Pluk ze als ze dieprood en zacht zijn. Ze smaken zoetzuur, zoals een zure kers, en zijn lekker vers, in jam, siroop of op een taart; de pit is vrij groot.
- Bewaring
- Vers een paar dagen in de koelkast. Ontpit invriezen kan; als siroop of jam houden ze lang.
Let op: Het vruchtvlees is veilig. Kraak of eet de pitten niet: de kern bevat amygdaline, dat blauwzuur kan vrijmaken. Vogels zijn er dol op: een net over de struik helpt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Siroop van Nankingkersen (Siroop · ± 750 ml · 40 min)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Tomentosa betekent ‘viltig behaard’, naar de donzige twijgen en de viltige onderkant van het blad.
- In de koude prairies van Canada wordt hij veel als vruchthaag en windscherm geplant, omdat hij strenge vorst goed verdraagt.
- Omdat de kersjes op heel korte steeltjes zitten, lijken ze rechtstreeks aan de takken te groeien.