Granaatappel (Punica granatum)

Foto: fir0002 flagstaffotos [at] gmail.com Canon 20D + Tamron 28-75mm f/2.8, GFDL 1.2 · bron

Fruitplant · Lythraceae

Granaatappel

Punica granatum

In andere talen: Grenadier (Français) · Pomegranate (English)

De granaatappel komt oorspronkelijk uit het gebied van Iran tot het noorden van India en wordt al sinds de oudheid rond de Middellandse Zee gekweekt. Het is een bladverliezende struik of kleine boom met smalle, glanzende bladeren die jong bronskleurig zijn en in de herfst geel kleuren. Van juni tot augustus verschijnen opvallende oranjerode bloemen met gekreukte kroonblaadjes en een vlezige, rode kelk. Bij ons is hij vooral een sierplant: rijpe vruchten krijg je alleen na een hete zomer, tegen een zuidmuur of in de serre. De dwergvorm ‘Nana’ blijft klein en is ideaal voor een pot op het terras.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot -12 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    3 m

    hoog, 2 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een granaatappel?

Groeivorm
Bladverliezende, dicht vertakte struik of kleine boom, bij ons meestal 2–3 m hoog en breed; in een pot 1–2 m. Twijgen soms met doorntjes.
Blad
Smal, langwerpig en glanzend, 3–7 cm; jong bronsrood, in de zomer helder groen, in de herfst geel.
Bloem
Trechter- of klokvormig, 3–5 cm, met gekreukte oranjerode kroonblaadjes en een stevige rode kelk; van juni tot augustus.
Vrucht
Rond, 6–12 cm, met een leerachtige geelrode schil en een kroontje van de kelk. Binnenin honderden zaden met een sappig, rood omhulsel.
Wortels
Vormt graag uitlopers aan de voet, die je kunt wegnemen.

Bloei: juni–augustus · Oogst en vruchten: oktober–november · Planten: april–mei · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Prachtige oranjerode bloemen midden in de zomer, wekenlang na elkaar.
  • Glanzend blad dat jong bronskleurig is en in de herfst botergeel kleurt.
  • Na een warme zomer: eigen granaatappels, met hun sappige, robijnrode pitjes.
  • Eenmaal ingeworteld droogtebestendig en geschikt voor een warme, zonnige plek.
  • Doet het ook goed in een grote pot op een zonnig terras.

Waar staat een granaatappel graag?

  • Volle zon en zo warm mogelijk: voor een zuidmuur, op een binnenkoer of in de serre.
  • Doorlatende zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkrijk; hij is niet kieskeurig, als het water maar wegloopt.
  • Normale tot droge grond: eenmaal ingeworteld verdraagt hij droogte, natte voeten in de winter niet.
  • Beschut tegen koude wind, zeker in de winter.
  • Reken op 2–3 m ruimte, of zet hem in een grote pot van minstens 30 liter.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
3 m hoog, 2 m breed
Winterhard
Matig winterhard (tot -12 °C): bescherm hem in strenge winters

Mooi samen met

  • Vijg: Nog een mediterrane fruitboom voor dezelfde warme zuidmuur.
  • Olijf: Zilvergrijs blad naast de oranjerode bloemen, met dezelfde behoeften.
  • Lavendel: Een paarsblauwe, droogtebestendige onderbeplanting.
  • Zonneroosje: Groenblijvende heester voor een zonnige, droge plek.
  • Afrikaanse lelie: Blauwe bolschermen die mooi afsteken tegen de oranjerode bloemen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een granaatappel?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april of mei, zodat hij een hele zomer heeft om in te wortelen voor de winter.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; maak zware grond losser met grof zand of fijn grind.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. In een pot: kies een pot met drainagegat en een mengsel van potgrond met een derde zand of fijn grind.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en het eerste jaar regelmatig bij droogte.
  6. Leg een mulchlaag van grind of compost rond de voet.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar regelmatig bij droogte. Daarna in de volle grond alleen bij lange droogte; in een pot in de zomer geregeld. Gelijkmatig water geven voorkomt gebarsten vruchten.
Bemesten
In april wat compost. In een pot van mei tot augustus om de twee weken een mest voor bloeiende planten. Niet te veel stikstof.
Uitlopers
Haal de scheuten aan de voet in de zomer weg, tenzij je een meerstammige struik wilt.
Verpotten
Om de twee à drie jaar in het voorjaar, in een pot die iets groter is.
Oogsten
Pluk de vruchten in oktober, als de schil goed gekleurd is en de vrucht zwaar aanvoelt. Ze bewaren wekenlang koel.

Tip: Zet hem tegen de warmste muur van de tuin en geef in de zomer gelijkmatig water. Wil je zeker vruchten, kweek hem dan in de serre of in een pot die op een zonnig terras staat.

Wanneer snoei je een granaatappel?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor hij uitloopt. Hij heeft maar weinig snoei nodig.

Hoe:

  • Knip dode en bevroren takken terug tot op gezond hout.
  • Haal kruisende en naar binnen groeiende takken weg, zodat er licht in de struik komt.
  • Laat de korte zijtakjes staan: daar komen de bloemen en vruchten aan.
  • Haal uitlopers aan de voet weg om een mooie vorm te houden.

Let op: Snoei niet te hard: dan krijg je veel nieuwe scheuten en weinig bloemen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Winterstekken
In de winter stekken van 20–25 cm van eenjarig hout. Steek ze voor tweederde in een pot met zanderige grond en zet ze koel en vorstvrij. In het voorjaar lopen ze uit.
Halfrijpe stekken
In juli stekken van 10 cm in vochtige stekgrond onder plastic. Na enkele weken wortels.
Zaad
Zaden uit een rijpe vrucht schoonmaken en in het voorjaar binnen zaaien bij 20 °C. Zaailingen lijken niet altijd op de moederplant.

Hoe komt een granaatappel de winter door?

Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.

  • Winterhard tot ongeveer −12 °C, maar alleen oudere planten op een beschutte, droge plek. Jonge planten zijn gevoeliger.
  • In de volle grond: leg in de winter een dikke mulchlaag over de wortels en wikkel jonge planten bij strenge vorst in vliesdoek.
  • In een pot: overwinter hem koel en vorstvrij bij 0–8 °C, bijvoorbeeld in een onverwarmde garage. Hij is dan kaal en mag donker staan; geef heel weinig water.
  • Zet potplanten in mei weer buiten, als de nachtvorst voorbij is.

Ziektes en plagen

  • Gebarsten vruchten: Vruchten scheuren open na hevige regen die volgt op droogte. Geef in de zomer gelijkmatig water.
  • Vruchten rijpen niet: De zomer was te kort of te koel. Kies de warmste plek tegen een zuidmuur of zet hem in de serre.
  • Bloemval: Bloemknoppen vallen af bij droogte of plotse kou. Regelmatig water geven en een beschutte plek kiezen.
  • Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes doen de rest.
  • Wortelrot: Kwijnende plant en geel blad in natte grond of een pot zonder drainage. Zorg voor goede afwatering en minder water in de winter.

Het jaar rond

  • Januari: Potplanten koel en vorstvrij, bijna geen water.
  • Maart: Snoeien. Bescherming weghalen bij zacht weer.
  • April: Planten. Verpotten. Compost geven.
  • Mei: Planten. Potplanten naar buiten. Bemesten in de pot.
  • Juni: Eerste bloei. Gelijkmatig water geven.
  • Juli: Bloei. Uitlopers wegnemen. Stekken.
  • Augustus: Laatste bloemen. De vruchten zwellen.
  • Oktober: Rijpe vruchten oogsten. Gele herfstkleur.
  • November: Potplanten koel en vorstvrij zetten. Mulchlaag over de wortels.
  • December: Jonge planten bij strenge vorst inpakken.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Vruchten (oktober–november)
Een granaatappel rijpt bij ons enkel na een hete zomer, tegen een zuidmuur, in een pot op een zonnig terras of in de serre; na een koele zomer blijven de vruchten klein en hard. Pluk ze in oktober, uiterlijk in november voor het vriest, als de schil goed gekleurd is en de vrucht zwaar aanvoelt: na het plukken rijpen ze niet meer na. Wat je eet, zijn de pitjes: zaadjes met een sappig, rood omhulsel, fris en zoetzuur. Snijd de vrucht in vieren en breek de stukken open in een kom water: de pitjes zinken, het witte vlies drijft. Strooi ze over salades, couscous, yoghurt of hummus, of pers er sap van. De vruchtjes van de dwergvorm ‘Nana’ zijn klein en zuur: eerder sier dan oogst.
Bewaring
Hele vruchten houden wekenlang op een koele, luchtige plek of in de koelkast; de schil droogt wat uit, maar de pitjes blijven sappig. Losse pitjes bewaar je vier à vijf dagen in een doosje in de koelkast, of je vriest ze los op een bord in en doet ze daarna in een zakje: zo houden ze een paar maanden.

Let op: Het sap geeft hardnekkige vlekken op kleding, houten planken en je handen: haal de pitjes er onder water uit en draag een schort. Eet enkel de pitjes: de leerachtige schil, het witte vlies en de bast zijn bitter en niet om te eten. Rijpe vruchten krijg je hier enkel na een warme zomer of in de serre. Een plant in een pot overwintert koel en vorstvrij.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Elk pitje is een zaad met een sappig, rood omhulsel; één vrucht kan er honderden bevatten.
  • De granaatappel staat in het wapen van de Spaanse stad Granada.
  • Het Franse woord grenade betekent zowel granaatappel als handgranaat: het wapen is naar de vrucht vol ‘korrels’ genoemd.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…