
Foto: Eric Hunt, CC BY 2.5 · bron
Heester · Ericaceae
Azalea
Rhododendron occidentale
In andere talen: Azalée (Français) · Western azalea (English)
Deze azalea (Rhododendron occidentale), in het Engels ‘western azalea’ genoemd, groeit in het wild aan de westkust van de Verenigde Staten, in Californië en het zuidwesten van Oregon, vaak langs beken en in vochtige kustzones. Het is een bladverliezende struik van ongeveer 2 m hoog met grote, geurende bloemen in wit tot lichtroze, met een gele vlek op de bovenste kroonslip, in mei–juni. Het is een van de wilde ouders van veel geurende azaleahybriden. Hij is minder winterhard dan de meeste tuinazalea’s, tot ongeveer −20 °C, en heeft zure, humusrijke grond en een beschutte plek nodig.
Let op: Alle delen zijn giftig: blad, bloemen en nectar. Kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals paarden, schapen en geiten kunnen ziek worden als ze ervan eten. Plant hem niet in of vlak bij een weide en laat kinderen geen bloemen of bladeren in de mond steken.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of veen
zuur
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
2 m
hoog, 2 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | juni–juli |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een azalea?
- Groeivorm
- Open, bladverliezende struik van ongeveer 2 m hoog en breed, met in de loop der jaren een bredere kroon.
- Blad
- Elliptisch tot omgekeerd eirond, 4–8 cm lang, helder groen; kleurt in de herfst geel, oranje of rood.
- Bloem
- Trechtervormig, tot ongeveer 6 cm, wit tot lichtroze met een gele tot oranje vlek, in trossen in mei–juni.
- Geur
- De bloemen geuren zoet, vooral op een warme, windstille dag.
- Wortels
- Ondiep en fijn vertakt: ze drogen snel uit en mogen niet verstoord worden door spitten of hakken.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juni–juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Grote, zoet geurende bloemen in mei–juni, ideaal bij een terras of langs een pad.
- Witte tot roze bloemen met een gele vlek: een zachte, lichte kleurstelling in halfschaduw.
- Het blad kleurt in de herfst vaak geel tot oranjerood.
- De bloemen worden bezocht door bijen en hommels.
- Weinig werk: nauwelijks snoei nodig.
Waar staat een azalea graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw; ook op een zonnigere plek als de grond vochtig blijft. Vermijd hete middagzon.
- Zure grond (pH ongeveer 4,5–5,5): zand of leem met veel humus. Nooit kalk of kalkrijke compost gebruiken.
- Gelijkmatig vochtig maar goed doorlatend; hij houdt niet van natte voeten of van uitdrogen.
- Beschut tegen koude oostenwind. Plant hem bij het terras of langs een pad, zodat je de geur opmerkt. Reken op 1,5–2 m ruimte.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Varens: Frisse groene bladeren in dezelfde vochtige, zure grond.
- Japanse esdoorn: Fijn blad en mooie herfstkleur boven de azalea.
- Hosta: Grote bladeren in dezelfde halfschaduw.
- Bosanemoon: Een inheemse voorjaarsbloeier voor onderbeplanting in lichte schaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een azalea?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een plantgat dat 2–3 keer zo breed is als de kluit, maar niet dieper. Meng de uitgegraven grond met bladaarde of veenvrije zure potgrond.
- Week de kluit voor het planten in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen en maak de wortels voorzichtig los.
- Zet de kluit zo dat de bovenkant even hoog of iets hoger ligt dan de grond: plant nooit dieper dan in de pot.
- Druk de grond aan en geef meteen water, liefst regenwater.
- Leg een laag van 5–8 cm bladaarde of naaldmulch rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Geef bij droogte wekelijks een flinke gieter water, liefst regenwater: kraanwater bevat vaak kalk en maakt de grond minder zuur.
- Bemesten
- In april–mei een meststof voor zuurminnende planten of organische mest. Niet meer na juli.
- Mulchen
- Vernieuw elk voorjaar de laag bladaarde of naaldmulch. Spit of hak niet rond de struik: de wortels liggen vlak onder het oppervlak.
- Uitgebloeide bloemen
- Je mag uitgebloeide trossen met de hand wegbreken, zonder de jonge knoppen eronder te beschadigen. Het is niet noodzakelijk.
- Kalk vermijden
- Gebruik geen kalk, dolomiet of kalkrijke compost in de buurt; de bladeren worden dan geel.
Tip: Plant hem bij het terras of langs een pad, beschut tegen koude wind: dan geniet je van de geur in mei–juni en loop je minder risico op vorstschade aan de knoppen.
Wanneer snoei je een azalea?
Snoeimaanden: juni–juli.
Wanneer: Hij heeft weinig snoei nodig. Doe het vlak na de bloei, in juni–juli, want de bloemknoppen voor volgend jaar worden in de zomer gevormd.
Hoe:
- Breek of knip uitgebloeide trossen weg als je wilt.
- Haal dode, zwakke en gekruiste takken aan de voet weg.
- Knip te lange takken terug tot net boven een zijtak om de vorm bij te sturen.
- Een oude, kale struik kun je in maart tot 30–50 cm boven de grond terugzetten: hij loopt meestal weer uit, maar bloeit dat jaar niet.
Let op: Snoei niet in de late zomer of herfst: dan knip je de bloemknoppen voor volgend jaar weg.
Vermeerderen
- Afleggen
- In het voorjaar een lage, buigzame tak naar beneden buigen, vastpinnen in zure, losse grond en een steen erop leggen. Na een of twee jaar met wortels loskoppelen.
- Zaaien
- Strooi het fijne zaad in januari–maart op vochtige zure zaaigrond, zonder af te dekken, en hou het licht en bij 15–20 °C. Zaailingen groeien traag en lijken niet altijd op de moederplant.
Hoe komt een azalea de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in Vlaanderen meestal zonder problemen op een beschutte plek.
- Bescherm jonge planten de eerste winters met een dikke laag bladeren of naaldmulch rond de voet; bij strenge vorst kun je er wintervlies over leggen.
- In een pot vriezen de wortels sneller door: zet de pot tegen een muur, wikkel hem in jute en geef water op vorstvrije dagen.
Ziektes en plagen
- Bladchlorose: Geel blad met groene nerven op te kalkrijke grond. Verzuur de grond met naaldmulch en bladaarde, geef regenwater en een meststof voor zuurminnende planten.
- Meeldauw: Wit poederachtig laagje op de bladeren, vooral in de late zomer bij droogte. Geef water aan de voet, hou ruimte tussen de planten en verwijder aangetaste bladeren.
- Taxuskever: Halfronde happen uit de bladranden in de zomer; de larven eten de wortels. Zet in augustus–september aaltjes in de vochtige, warme grond.
- Vorstschade: Bruine, verdroogde knoppen of scheuttoppen na strenge vorst of late nachtvorst. Plant op een beschutte plek, dek jonge struiken af met wintervlies en snoei pas als duidelijk is wat dood is.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Meststof voor zuurminnende planten. Oude struiken eventueel verjongen (geen bloei dat jaar).
- April: Planten. Mulch van bladaarde of naaldmulch aanvullen.
- Mei: Bloei begint en de geur komt op gang. Bij droogte water geven met regenwater.
- Juni: Bloei. Na de bloei uitgebloeide trossen verwijderen en licht snoeien.
- Juli: Bij droogte water geven. Letten op aangevreten bladranden.
- Augustus: Water geven bij droogte. Aaltjes tegen taxuskeverlarven inzetten.
- September: Planten. Zaad oogsten als de doosvruchten openspringen.
- Oktober: Planten. Herfstkleur. Mulchlaag aanvullen en jonge planten voorbereiden op de winter.
- November: Rust. Gevallen blad mag blijven liggen als mulch.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Rododendrons en azalea’s zijn in al hun delen giftig, ook de bloemen en de nectar: ze bevatten grayanotoxinen, die kwijlen, braken, zwakte, een trage hartslag en een lage bloeddruk geven. Vooral geiten, schapen en alpaca’s, maar ook paarden, runderen, konijnen en cavia’s worden er ernstig ziek van, soms al van een kleine hoeveelheid blad; ook honden en katten lopen risico. Gooi snoeiafval dus nooit over de afsluiting van een weide of in een hok, geef het niet aan dieren en pluk geen konijnenvoer tussen de struiken; bel bij twijfel meteen je dierenarts. Kinderen die een blad of bloem in de mond steken of nectar uit de bloemen zuigen, zoals bij dovenetel, krijgen meestal enkel een branderige mond en misselijkheid, maar leer hen het niet te doen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam occidentale betekent ‘uit het westen’. De meeste wilde azalea’s komen uit het oosten van de Verenigde Staten of uit Azië; deze soort groeit aan de westkust.
- Hij is een van de wilde ouders van de geurende azaleahybriden, onder meer de Knap Hill–Exbury-azalea’s.
- In het wild groeit hij vaak langs beken en in vochtige kustzones in Californië en Oregon.