Pimpernel (Sanguisorba tenuifolia)

Foto: cultivar413 from Fallbrook, California, CC BY 2.0 · bron

Vaste plant · Rosaceae

Pimpernel

Sanguisorba tenuifolia

In andere talen: Sanguisorbe à feuilles fines (Français) · Burnet (English)

De fijnbladige pimpernel komt uit Oost-Azië, van Japan en Korea tot China en het oosten van Rusland, waar hij in vochtige graslanden en langs bosranden groeit. Het is een hoge, luchtige vaste plant met geveerd blad uit smalle, getande blaadjes en ijle stengels tot 1,5 m. Van juli tot september buigen daaraan lange, pluizige aren die eerst rechtop staan en daarna sierlijk overhangen. Tuiniers houden van de hoogte en beweging die hij in een border brengt, zonder dat hij veel plaats inneemt. Bekend zijn ‘Alba’ met witte aren en ‘Pink Elephant’ met roze aren; ‘Purpurea’ bloeit donker roodpaars.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Leem, klei of veen

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1,5 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    juli–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte1,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuli–september

Herkennen

Hoe herken je een pimpernel?

Groeivorm
Pol van geveerde bladeren met daarboven ijle, vertakte bloemstengels tot 1,5 m; ongeveer 60 cm breed.
Blad
Geveerd, met smalle, langwerpige, getande deelblaadjes; frisgroen tot iets blauwgroen.
Bloem
Lange, cilindervormige aren van kleine bloempjes zonder kroonblaadjes, eerst rechtop en daarna boogvormig hangend, van juli tot september.
Kleur
Wit bij ‘Alba’, roze bij ‘Pink Elephant’ en donker roodpaars bij ‘Purpurea’.
Wortels
Stevige, diepe wortelstok; de pol breidt langzaam uit maar woekert niet.

Bloei: juli–september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Brengt hoogte en beweging in de border zonder veel plaats in te nemen: de stengels zijn ijl en je kijkt erdoorheen.
  • Late bloei van juli tot september, als veel vaste planten al uitgebloeid zijn.
  • Bijen bezoeken de bloemaren tot ver in de nazomer.
  • Sierlijk geveerd blad dat al in het voorjaar een mooie pol vormt.
  • De uitgebloeide aren blijven lang staan en zijn mooi met rijp erop.
  • Volledig winterhard en een van de beste hoge vaste planten voor vochtige grond.

Waar staat een pimpernel graag?

  • Zon of halfschaduw; in de zon blijven de stengels steviger en bloeit hij rijker.
  • Leem-, klei- of veengrond, humusrijk, zuur tot neutraal.
  • Vochtig tot nat: droogte verdraagt hij slecht, zeker in volle zon.
  • Een niet te winderige plek, of tussen andere planten die de hoge stengels wat steun geven.
  • Reken op 50–60 cm per plant; mooi in groepjes van drie of tussen siergrassen.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Leem, klei of veen
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal of nat
Grootte
1,5 m hoog, 0,6 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Pijpenstrootje: Een luchtig siergras dat van dezelfde vochtige grond houdt.
  • Koninginnekruid: Brede, roze schermen naast de hangende aren, ook op natte grond.
  • Virginische ereprijs: Rechtopstaande kaarsen als contrast met de boogvormige aren.
  • Duizendknoop: Persicaria amplexicaulis bloeit tegelijk en vult de onderkant van de border.
  • Flox: Geurende pluimen in juli–augustus, op dezelfde vochtige grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een pimpernel?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
  2. Maak de grond los en werk er een paar scheppen compost door.
  3. Graaf een plantgat dat ruim groter is dan de pot en zet de plant even diep als ze in de pot stond.
  4. Houd 50–60 cm tussen de planten.
  5. Druk de grond aan, geef meteen flink water en houd de grond de eerste weken vochtig.
  6. Leg een laag mulch van compost of bladaarde rond de voet.

Verzorgen

Water
Water geven bij droogte, vooral het eerste jaar en op zonnige plekken.
Bemesten
In het voorjaar wat compost volstaat; te veel mest geeft slappe stengels.
Steun
Op een winderige plek of in erg rijke grond kunnen de stengels omvallen: zet in mei een paar stokken of plant tussen stevige buren.
Mulchen
Een laag bladaarde in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
Scheuren
Zelden nodig; om de 4–5 jaar, als de pol te groot wordt of minder bloeit.

Tip: Plant hem tussen siergrassen of stevige vaste planten: zo krijgen de hoge, ijle stengels vanzelf steun en komen de hangende aren mooi tot hun recht.

Wanneer snoei je een pimpernel?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: De pimpernel wordt nauwelijks gesnoeid. Laat de stengels in de winter staan en knip ze in februari–maart af, voor de nieuwe scheuten verschijnen.

Hoe:

  • Knip de oude stengels in de late winter af tot net boven de grond.
  • Knip omgevallen of lelijke bloemstengels in de zomer gerust weg; het blad blijft mooi.
  • Is het blad in de nazomer erg door meeldauw aangetast, knip het dan weg: in het voorjaar loopt de plant gewoon weer uit.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
In maart–april de pol opgraven en met een scherpe spade in stukken met elk een paar knoppen verdelen. Meteen terugplanten en goed water geven.
Zaaien
In de herfst zaaien in een pot die buiten overwintert. Zaailingen van rassen lijken niet altijd op de ouderplant.

Hoe komt een pimpernel de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
  • Laat de uitgebloeide stengels staan: ze zijn mooi met rijp en insecten overwinteren erin en eronder.
  • In een grote pot: zet hem beschut en houd de potgrond licht vochtig, ook in de winter.

Ziektes en plagen

  • Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral na een droge zomer. Water geven bij droogte en voldoende ruimte laten tussen de planten.
  • Omvallende stengels: Meestal door te veel schaduw, mest of wind. Geef steun of zet de plant op een zonnigere plek.
  • Slakken: Vreten aan de jonge bladeren in het voorjaar. ’s Avonds rapen.
  • Bruine bladranden: Teken van droogte. Ruim water geven en de grond mulchen.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels afknippen. Compost geven. Planten en scheuren.
  • April: Planten. Mulch aanbrengen. Letten op slakken.
  • Mei: Planten. Steun plaatsen op een winderige plek.
  • Juni: Water geven bij droogte.
  • Juli: Begin van de bloei. Water geven bij droogte.
  • Augustus: Volle bloei. Water geven bij droogte.
  • September: Laatste bloei. Planten.
  • Oktober: Planten. Zaad zaaien in een pot die buiten blijft.
  • November: Uitgebloeide stengels laten staan voor de winter.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Pimpernels hebben geen kroonblaadjes: de kleur van de aren komt van de kelkblaadjes en de meeldraden.
  • De verwante kleine pimpernel (Sanguisorba minor) is een keukenkruid met een frisse smaak van komkommer.
  • De inheemse grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) is de waardplant van het pimpernelblauwtje, een zeldzame dagvlinder.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…