Kustmammoetboom (Sequoia sempervirens)

Foto: Brian Gratwicke from DC, USA, CC BY 2.0 · bron

Boom · Cupressaceae

Kustmammoetboom

Sequoia sempervirens

In andere talen: Séquoia toujours vert (Français) · Coast redwood (English)

De kustmammoetboom komt uit de mistige kuststrook van Noord-Californië en Zuid-Oregon en is de hoogste boom ter wereld: in zijn thuisland worden exemplaren meer dan 100 m hoog. In een Belgische tuin groeit hij snel tot 30 m of meer, met een rechte stam en een smalle, kegelvormige kroon van zacht, groenblijvend naaldblad. De schors is dik, vezelig en roodbruin. Een imposante boom voor grote tuinen en parken, op een beschutte plek met vochtige, diepe grond. Jonge bomen zijn gevoelig voor strenge vorst en koude, droge oostenwind.

Let op: Hij wordt reusachtig: tot 30 m hoog en 10 m breed. Plant hem alleen in een grote tuin, ver van huizen, leidingen en erfgrenzen.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Zand of leem

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    30 m

    hoog, 10 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril
Hoogte30 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een kustmammoetboom?

Groeivorm
Rechte stam met een smalle, kegelvormige kroon; in tuinen tot 30 m hoog en 8–10 m breed. Oude bomen krijgen een brede stamvoet.
Blad
Platte, zachte naalden van 1–2,5 cm in twee rijen aan de takken: bovenop donkergroen, onderaan blauwgroen met twee witte strepen.
Kegels
Kleine, eivormige kegels van ongeveer 2–3 cm.
Schors
Dik, zacht, vezelig en roodbruin; bij oude bomen tientallen centimeters dik.
Wortels
Ondiep en wijd uitwaaierend, zonder penwortel. Daarom heeft hij vochtige grond en beschutting tegen storm nodig.

Planten: april–mei en september · Snoeien: april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groeit snel en wordt een indrukwekkende, bijna prehistorische blikvanger in een park of grote tuin.
  • Groenblijvend, zacht naaldblad dat het hele jaar sfeer en beschutting geeft.
  • Dikke, zachte, roodbruine schors die mooi afsteekt tegen het groen.
  • Kan na schade of vorst opnieuw uitlopen uit de stam of de voet, anders dan de meeste coniferen.
  • Weinig onderhoud: geen snoei en weinig ziekten, als hij de juiste plek heeft.

Waar staat een kustmammoetboom graag?

  • Zon tot halfschaduw; veel licht geeft de beste groei, maar vochtige lucht en koele wortels zijn belangrijk.
  • Diepe, humusrijke, vochthoudende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal. Mijd kalkrijke grond.
  • Normaal tot vochtig: hij droogt niet graag uit, maar staat niet in stilstaand water.
  • Beschut tegen koude, droge oostenwind en storm; vermijd een vorstkuil waar koude lucht blijft hangen.
  • Geef hem minstens 8–10 m ruimte, ver van huizen, riolering en leidingen.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal of nat
Grootte
30 m hoog, 10 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Schildvaren: Groenblijvende varen voor de vochtige schaduw aan de voet.
  • Rododendron: Houdt van dezelfde vochtige, zure grond en lichte schaduw.
  • Hosta: Grote bladeren in de schaduw onder de boom.
  • Hortensia: Bloeit in de lichte schaduw en houdt van vochtige grond.
  • Japanse esdoorn: Fijn blad dat contrasteert met de donkere naalden.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kustmammoetboom?

Planten in april–mei en september.

  1. Plant in april–mei of in september, als de grond niet te droog is en niet meer vriest.
  2. Kies een jonge plant van 0,5–1,5 m: die slaat beter aan en groeit snel door.
  3. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en even diep. Maak de wanden los.
  4. Meng de uitgegraven grond met compost of bladcompost, zonder verse mest.
  5. Zet de plant even diep als in de pot, druk aan en geef 15–20 liter water.
  6. Leg een mulchlaag van 5–8 cm houtsnippers of bladcompost rond de voet, zonder tegen de stam.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar wekelijks bij droogte; ook later in langdurige droogte diep water geven. Hij houdt van vochtige grond en lucht: droogte geeft bruine naaldtoppen.
Bemesten
In het voorjaar een laag compost; een organische meststof voor coniferen mag.
Mulchen
Elk jaar 5–8 cm mulch om de wortelzone koel en vochtig te houden, vooral bij jonge bomen.
Beschutting
Plaats de eerste winters een windscherm van jute of rietmat aan de oostkant van jonge bomen.

Tip: Kies een beschutte plek met diepe, vochtige grond en plant hem niet te dicht bij het huis: hij wordt enorm. Bescherm jonge bomen de eerste winters tegen koude oostenwind.

Wanneer snoei je een kustmammoetboom?

Snoeimaanden: april.

Wanneer: Snoeien is meestal niet nodig: hij groeit zelf kegelvormig. Kleine klusjes doe je in april.

Hoe:

  • Haal dode of beschadigde takken weg tot aan de stam.
  • Bij een dubbele top kies je één leider en neem je de andere weg in het voorjaar, zolang de boom jong is.
  • Na vorstschade wacht je tot mei–juni met bruine scheuten weghalen: hij loopt vaak opnieuw uit.

Let op: Snoei nooit de top: dan vormt de boom meerdere toppen en verliest hij zijn rechte vorm.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Zaai in maart–april in zure, zandige zaaigrond, nadat je het zaad enkele weken koel en vochtig hebt bewaard. Het kiemt binnen enkele weken. Zaailingen kunnen onderling verschillen.
Stekken
Stekken van jonge scheuten in september–oktober in vochtig zand onder plastic wortelen traag, na enkele maanden. Meestal werk voor kwekers.

Hoe komt een kustmammoetboom de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Volgroeide bomen zijn winterhard tot ongeveer −15 °C; bij strengere vorst kunnen bruine naaldtoppen of bevroren takken ontstaan.
  • Bescherm jonge bomen de eerste 3–4 winters: een windscherm van jute of rietmat aan de oostzijde en een dikke mulchlaag rond de voet.
  • Na een strenge winter wacht je met snoeien tot mei–juni: de boom kan opnieuw uitlopen.

Ziektes en plagen

  • Bruine naaldtoppen: Door droogte, koude oostenwind of vorst. Zorg voor een beschutte plek, mulch en water in droge perioden. Vaak herstelt de boom zich in het voorjaar.
  • Late vorst: Nieuwe scheuten in april–mei kunnen bevriezen. Dek jonge bomen bij vorst af met een vlies. Knip bruine delen pas na het uitlopen.
  • Natte voeten: Geel blad en afstervende toppen bij stilstaand water. Kies een goed doorlatende plek of verbeter de drainage.
  • Stormschade: De wortels zijn ondiep, grote bomen kunnen in een zware storm omwaaien. Kies een beschutte plek en plant niet te dicht bij huizen.

Het jaar rond

  • Januari: Zware sneeuw van de takken schudden. Jonge bomen op vorstschade controleren.
  • Maart: Compost of organische meststof geven. Winterbescherming laten staan tot het niet meer vriest.
  • April: Planten. Dode takken weghalen. Mulchen.
  • Mei: Planten. Winterbescherming weghalen na de laatste vorst. Water geven.
  • Juni: Water geven bij droogte. Beschadigde scheuten nu wegknippen.
  • Juli: Bij droogte diep water geven.
  • Augustus: Bij droogte diep water geven.
  • September: Planten. Stekken nemen.
  • Oktober: Mulchlaag aanvullen.
  • November: Windscherm plaatsen bij jonge bomen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De hoogste bekende boom ter wereld is een kustmammoetboom in Californië, ongeveer 115 m hoog.
  • In zijn thuisland kan hij meer dan 2000 jaar oud worden.
  • Hij neemt vocht uit de kustmist op via zijn naalden, wat hem helpt in droge zomers.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…