
Foto: Karelj, Public domain · bron
Water- of oeverplant · Typhaceae
Dwerglisdodde
Typha minima
In andere talen: Petite massette (Français) · Dwarf bulrush (English)
De dwerglisdodde is de kleinste lisdodde. Van nature groeit hij op zand- en grindbanken langs rivieren in de Alpen en verder oostwaarts tot in Azië. Uit een kruipende wortelstok groeien slanke pollen van smal, grasachtig blad, 30–60 cm hoog. In de zomer verschijnen op dunne stengels kleine, ronde tot ovale bruine kolfjes, veel kleiner dan de bekende sigaarvormige kolven van de grote lisdodde. Omdat hij compact blijft en veel minder woekert dan zijn grote verwanten, is hij ideaal voor een kleine vijver, een kuip of een moerasbak.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een dwerglisdodde?
- Groeivorm
- Slanke, rechtopgaande pollen van 30–60 cm hoog en ongeveer 40 cm breed, die langzaam uitbreiden met korte uitlopers.
- Blad
- Heel smal en grasachtig, amper een paar millimeter breed; in de herfst verkleurt het geelbruin.
- Bloem
- Bovenaan de stengel een smalle, lichtbruine mannelijke aar die na het stuiven snel verdort; daaronder een klein, rond tot ovaal vrouwelijk kolfje van een paar centimeter.
- Vrucht
- Het kolfje wordt donkerbruin en valt in de herfst of winter uiteen in wit pluis met heel kleine zaadjes die met de wind meevliegen.
- Wortels
- Een kruipende wortelstok net onder de grond, minder krachtig dan die van de grote lisdodde.
Bloei: juni–augustus · Planten: april–juni · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De enige lisdodde die klein genoeg blijft voor een kleine vijver, een kuip of een minivijver op het terras.
- Grappige ronde, bruine kolfjes van juni tot in de herfst, een leuk alternatief voor de grote sigaarvormige kolven.
- Het fijne, grasachtige blad geeft een luchtige, verticale toets aan de vijverrand.
- De kolfjes zijn mooi in droogboeketten.
- Woekert veel minder dan de grote lisdodde en is makkelijk in toom te houden in een mand.
- Rechtopstaande stengels waarlangs libellenlarven uit het water kunnen klimmen.
Waar staat een dwerglisdodde graag?
- Volle zon; in de schaduw maakt hij weinig kolfjes.
- Natte, voedzame grond: leem, klei of veen; de zuurgraad maakt niet uit.
- Aan de vijverrand of in ondiep water, met 0–15 cm water boven de grond in de mand.
- Reken op 30–40 cm per plant; in een kuip of minivijver volstaat één plant.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Dwergwaterlelie: Drijvende bloemen op het open water, ook in een kleine vijver of kuip.
- Waterdrieblad: Witte bloemen in mei en kruipende stengels in hetzelfde ondiepe water.
- Moerasvergeet-mij-nietje: Kleine blauwe bloempjes aan de voet van de slanke stengels.
- Dotterbloem: Goudgele bloemen in het voorjaar, lang voor de kolfjes verschijnen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een dwerglisdodde?
Planten in april–juni.
- Plant in april–juni, als het water wat opgewarmd is.
- Gebruik een vijvermand met zware tuingrond of vijveraarde met veel klei; geen potgrond of mest, want die voeden de algen.
- Zet de wortelstok net onder de grond, druk aan en dek af met een laagje grind, zodat de grond niet wegspoelt.
- Zet de mand zo dat er 0–15 cm water boven de grond staat; zet hem zo nodig op een paar stenen.
- Houd 30–40 cm afstand tot andere planten. Aan de oever: zorg dat de grond altijd nat blijft.
Verzorgen
- Water
- Hij moet altijd in het water of in natte grond staan. Vul de vijver in droge zomers bij, liefst met regenwater.
- Bemesten
- Niet nodig: hij haalt genoeg voeding uit het water. Mest maakt het water groen.
- Scheuren
- Om de 3–4 jaar, als de mand vol is, in april–mei de pol verdelen en opnieuw planten.
- Kolfjes
- Knip kolfjes voor een droogboeket in augustus, als ze bruin en stevig zijn.
- Oud blad
- Laat het afgestorven blad in de winter staan en knip het in maart weg, boven de waterlijn.
Tip: Knip de kolfjes voor een droogboeket in augustus, zodra ze bruin en stevig zijn: later vallen ze in huis uiteen in pluis.
Wanneer snoei je een dwerglisdodde?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor het nieuwe blad verschijnt. Verder hoeft hij nauwelijks gesnoeid te worden.
Hoe:
- Knip het afgestorven blad en de oude stengels af tot net boven de waterlijn of de grond.
- Haal losse bladeren en stengels uit het water, zodat ze niet rotten.
- Wil je geen zaailingen of pluis in de vijver, knip dan de kolfjes die je niet droogt af voor ze uiteenvallen.
- Knip uitlopers die over de rand van de mand groeien weg.
Let op: Knip de stengels nooit onder de waterlijn af: de holle stengels lopen dan vol water en de wortelstok kan gaan rotten.
Vermeerderen
- Scheuren
- In april–mei de mand uittillen, de wortelstok met een scherp mes of een spade in stukken snijden met elk een paar scheuten en wortels, en elk stuk in een eigen mand planten.
- Zaad
- Strooi in het voorjaar zaad op natte, zanderige grond en druk het licht aan, zonder het te bedekken. Houd de grond nat, bijvoorbeeld door de pot in een schaal water te zetten. Zaailingen groeien traag.
Hoe komt een dwerglisdodde de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in een vijver is geen bescherming nodig.
- Laat het afgestorven blad tot maart staan: het beschermt de wortelstok en de kolfjes sieren de wintervijver.
- In een kleine kuip kan het water helemaal bevriezen: zet de kuip tegen een beschutte muur of in een onverwarmde schuur, en laat de grond nooit uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Zwarte of groene luizen op de stengels en het blad, vooral in de zomer. Spuit ze met de tuinslang in het water, waar vissen ze opeten.
- Uitlopers buiten de mand: De wortelstokken groeien over de rand de vijver in. Knip ze weg of verdeel de plant als de mand vol is.
- Pluis in de vijver: Rijpe kolfjes vallen in de herfst of winter uiteen in pluis. Knip ze tijdig af als je dat niet wilt.
- Weinig kolfjes: Te weinig zon of een overvolle mand. Zet hem zonniger en verdeel de pol.
Het jaar rond
- Maart: Afgestorven blad en oude stengels wegknippen, boven de waterlijn.
- April: Planten of scheuren. Het nieuwe blad verschijnt.
- Mei: Planten of scheuren. Letten op bladluis.
- Juni: Planten. De eerste kolfjes verschijnen.
- Juli: Bloei. De vijver bijvullen bij droogte.
- Augustus: Bruine kolfjes knippen om te drogen.
- September: De kolfjes sieren de vijverrand.
- Oktober: Het blad verkleurt geelbruin. Laten staan.
- December: Rust. Afgevallen blad uit het water halen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In het wild groeit hij op kale zand- en grindbanken langs bergrivieren. Door het rechttrekken en indijken van rivieren is hij op veel plaatsen zeldzaam geworden.
- Elke stengel draagt twee soorten bloemen: bovenaan een smalle mannelijke aar die stuift en verdort, daaronder het bruine vrouwelijke kolfje.
- De zaadjes hebben fijne haartjes en vliegen als pluis met de wind mee, net als bij de grote lisdodde.