
Foto: KENPEI, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Lamiaceae
Monnikspeper
Vitex agnus-castus
In andere talen: Gattilier (Français) · Chaste tree (English)
De monnikspeper komt uit het Middellandse Zeegebied en West-Azië, waar hij op zonnige plekken en langs rivieroevers groeit. Het is een brede, open struik met handvormig samengestelde, aromatische bladeren die grijsgroen zijn met een lichtere, viltige onderkant. In augustus–september draagt hij lange, lila-blauwe bloemaren die bijen en vlinders aantrekken, op een moment dat weinig andere struiken bloeien. In Vlaanderen is hij winterhard tot ongeveer −15 °C en vriest hij in strenge winters soms af tot aan de grond, maar hij loopt meestal weer uit. Er bestaan ook witte en roze vormen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
2,5 m
hoog, 2,5 m breed
Bloei
augustus–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 2,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–september |
Herkennen
Hoe herken je een monnikspeper?
- Groeivorm
- Brede, open struik of kleine meerstammige boom van 2–2,5 m hoog en breed, met rechtopgaande takken.
- Blad
- Handvormig samengesteld uit 5–7 smalle deelblaadjes van 5–10 cm; grijsgroen met een lichtere onderkant. Loopt laat uit, vaak pas in mei.
- Bloem
- Smalle, lila-blauwe bloemaren van ongeveer 10–20 cm in augustus–september.
- Geur
- Bloemen en blad geuren kruidig, vooral als je ze wrijft.
- Vrucht
- Kleine, donkere, peperachtige vruchtjes, meestal alleen na een warme zomer.
Bloei: augustus–september · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit laat, in augustus–september, als de border al moe begint te worden.
- Lila-blauwe bloemaren met een kruidige geur; ook het blad ruikt aromatisch als je het wrijft.
- Een magneet voor bijen en vlinders in de nazomer.
- Droogtebestendig: een goede keuze voor een zonnig, droog hoekje, een terras of een grindtuin.
- Brengt een zuiderse sfeer in de tuin, mooi naast lavendel en siergrassen.
Waar staat een monnikspeper graag?
- Volle zon en warmte: hoe zonniger, hoe rijker de bloei. Een zuid- of westmuur is ideaal.
- Goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot kalkrijk. Arme, droge grond is prima.
- Droog tot normaal; natte grond, zeker in de winter, geeft wortelrot.
- Beschut tegen koude oostenwind; in Vlaanderen is een warme plek tegen een muur het veiligst.
- Reken op 2–2,5 m ruimte per plant.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 2,5 m hoog, 2,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een monnikspeper?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, zodat hij voor de winter goed kan wortelen.
- Kies een plek in volle zon en graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit.
- Maak zware of natte grond doorlatender met grof zand of grind; compost is nauwelijks nodig.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Geef meteen een flinke gieter water en het eerste jaar wekelijks bij droogte.
- Leg een laag mulch van 5 cm van schors of compost, zonder de stam te raken.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar wekelijks bij droogte, daarna alleen in lange droge periodes. Te veel water geeft rot.
- Bemesten
- Weinig: wat compost in april is genoeg. Te veel mest geeft veel blad en weinig bloemen.
- Mulchen
- In november een dikke laag (10–15 cm) bladeren, stro of schors rond de voet beschermt de wortels tegen vorst. Haal ze in april weer weg.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide aren af: dat houdt de struik netjes en kan een tweede, kleinere bloei geven.
Tip: Snoei hem elk voorjaar flink terug en geef hem de warmste plek van de tuin, bij voorkeur tegen een zuidmuur. Zo bloeit hij jaar na jaar rijk.
Wanneer snoei je een monnikspeper?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart tot begin april, zodra de knoppen zwellen en je ziet wat nog leeft.
Hoe:
- Knip eerst dode takken en vorstschade weg tot op gezond, groen hout.
- Snoei de rest sterk terug tot 2–3 knoppen boven het oude hout, of tot 30–50 cm boven de grond.
- Knip zwakke en kruisende takken helemaal weg.
- Doe dit elk jaar: hij bloeit op nieuw hout.
Let op: Snoei niet in de herfst, want jonge scheuten bevriezen dan makkelijk. Wacht tot maart: de knoppen laten zien welk hout nog leeft.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus: stekken van 10–12 cm met een stukje oud hout, onderste bladeren weg, in zanderige stekgrond onder plastic op een warme, lichte plek. Ze wortelen na enkele weken.
- Zaaien
- Zaai het zaad in het najaar of het voorjaar op een warme plek. Het kiemt traag en onregelmatig; zaailingen bloeien pas na enkele jaren.
Hoe komt een monnikspeper de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in Vlaanderen meestal wel, maar in strenge winters kan hij tot aan de grond afvriezen.
- Afgevroren? Hij loopt meestal vanaf de voet weer uit, vaak pas in mei–juni. Wacht dus met weghalen.
- Geef jonge planten de eerste winters een dikke laag mulch (10–15 cm) en een vliesdoek om de takken.
- In een pot: zet hem in een lichte, vorstvrije ruimte.
Ziektes en plagen
- Afgevroren takken: Bruine, droge takken in het voorjaar na een strenge winter. Wacht tot mei–juni en snoei dan terug tot op gezond hout; hij loopt vaak vanaf de voet uit.
- Weinig bloei: Komt door te weinig zon, te natte of te rijke grond of een koele zomer. Zet hem op een warmere plek en snoei elk voorjaar.
- Wortelrot: De struik kwijnt en het blad verwelkt ondanks vochtige grond. Komt door natte, zware grond; zorg voor drainage met zand of grind.
- Laat uitlopen: Hij loopt pas in mei uit. Dat is normaal en geen reden tot paniek.
Het jaar rond
- Maart: Snoeien tot 2–3 knoppen boven het oude hout of tot 30–50 cm. Compost geven.
- April: Planten. Winterbescherming van mulch weghalen.
- Mei: Planten. De struik loopt laat uit: geduld.
- Juni: Water geven bij droogte. Afgevroren takken weghalen.
- Juli: Halfrijpe stekken nemen.
- Augustus: Eerste bloei: lila bloemaren, bijen en vlinders komen.
- September: Volle bloei. Uitgebloeide aren weghalen.
- November: Dikke laag mulch rond de voet leggen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam monnikspeper komt van de peperachtige vruchtjes, die in kloosters als kruiderij gebruikt zouden zijn.
- Het handvormige blad lijkt op dat van hennep, maar de plant is er niet mee verwant: hij hoort bij de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
- Hij bloeit pas aan het eind van de zomer, aan nieuwe scheuten van dit jaar.