Twee op een rij
Zomerlinde of winterlinde? Zo zie je het verschil
Tilia platyphyllos · Tilia cordata
Een zomerlinde herken je aan het grote blad met een zacht behaarde onderkant en witte haarplukjes in de nerfoksels; een winterlinde heeft kleiner blad met een kale, blauwgroene onderkant en roestbruine haarplukjes.
Draai een blad om. Zacht en overal licht behaard, met witte plukjes: zomerlinde. Kaal en blauwgroen, met roestbruine plukjes: winterlinde. Het blad van de zomerlinde is ook groter, 6–15 cm tegen 3–8 cm.
| Zomerlinde | Winterlinde | |
|---|---|---|
| Blad | Verspreid, scheef hartvormig, 6–15 cm, fijn gezaagd. Onderzijde lichtgroen en overal zacht behaard, met witte haarbosjes in de nerfoksels. | Verspreid, scheef hartvormig, 3–8 cm, fijn gezaagd. Onderzijde blauwgroen en kaal, met roestbruine haarbosjes in de nerfoksels. |
| Bloei | Trossen van 2–5 geurige gele bloemen aan een tongvormig schutblad, eind juni. | Trossen van 5–10 bloemen aan een tongvormig schutblad, begin juli. |
| Vrucht | Harde, bolronde nootjes met 5 duidelijke ribben. | Dunwandige nootjes zonder duidelijke ribben, tussen de vingers te breken. |
| Schors | Grijs, fijn gegroefd. Jonge twijgen behaard. | Grijs en fijn gegroefd. |
| Vorm en hoogte | Loofboom, 25–35 m | Loofboom, 20–30 m |
| Standplaats | Zon of halfschaduw, elke tuingrond, normaal | Zon of halfschaduw, elke tuingrond, normaal |
| Inheems in België | Ja | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend | Niet als giftig bekend |
| Snoeimaanden | November–maart | November–maart |
Het beste kenmerk per seizoen
- Lente
- De zomerlinde loopt iets vroeger uit, op behaarde jonge twijgen; de twijgen van de winterlinde zijn kaal.
- Zomer
- De zomerlinde bloeit eind juni met trossen van 2–5 bloemen, zo’n twee weken vóór de winterlinde, die begin juli bloeit met 5–10 bloemen per tros.
- Herfst
- Knijp in een nootje: dat van de zomerlinde is hard, bolrond en heeft 5 duidelijke ribben; dat van de winterlinde is dunwandig, zonder ribben, en breekt tussen je vingers.
- Winter
- Beide hebben zigzaggende twijgen met roodachtige knoppen. Bij de zomerlinde zijn de jonge twijgen behaard, bij de winterlinde kaal. Nootjes die nog onder de boom liggen, verraden hem ook.
Waar groeien ze?
Beide zijn inheems. De zomerlinde houdt van voedselrijke, kalkhoudende grond en staat op dorpspleinen, kerkhoven, in lanen en kasteelparken. De winterlinde is minder kieskeurig: hij groeit op zand, leem en klei, in oude bossen en houtkanten. De Hollandse linde, een kruising van beide, is de meest geplante straatlinde.
Welke kies je voor je tuin?
- Als vrije boom worden ze 20–35 m hoog: te groot voor een gewone tuin. Als leilinde, knotlinde of haag passen ze wel, want beide verdragen zware snoei.
- Voor bijen zijn ze allebei een topper: zet je ze samen, dan duurt de lindebloei bijna een maand. Plant ze niet boven een terras of oprit: bladluizen laten in de zomer kleverige honingdauw vallen.
Wist je dat? De Latijnse naam van de winterlinde, Tilia cordata, betekent hartvormige linde; die van de zomerlinde, Tilia platyphyllos, breedbladige linde.
Verder lezen
- Fiche: Zomerlinde
- Fiche: Winterlinde
- Zomerlinde snoeien: wanneer en hoe
- Winterlinde snoeien: wanneer en hoe
- Determinatietabel: de vraag waar ze uit elkaar gaan
Lijkt ook op
- Hazelaar of zomerlinde
- Hollandse linde of zomerlinde
- Trompetboom of zomerlinde
- Zakdoekjesboom of zomerlinde
- Zilverlinde of zomerlinde
- Zomerlinde of zwarte moerbei
- Hollandse linde of winterlinde
- Katsura of winterlinde

