
Foto: Ryan Hodnett, CC BY-SA 4.0 · bron
Loofboom · Kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
Zomerlinde
Tilia platyphyllos
De zomerlinde is de grote, statige linde van dorpspleinen, kerkhoven, lanen en kasteelparken. Je herkent hem aan het grote, scheef hartvormige blad met een zacht behaarde onderkant en witte haarplukjes in de nerfoksels. Eind juni hangt de kroon vol geurende, gele bloemen, waar bijen massaal op afkomen. Hij wordt 25–35 m hoog met een brede kroon van zo’n 18 m en houdt van voedselrijke, kalkhoudende grond. Als vrije boom is hij alleen iets voor een park, een erf of een heel ruime tuin. Omdat hij zware snoei goed verdraagt, past hij als leilinde of knotlinde wel in een kleinere tuin.
Let op: Bladluizen scheiden in de zomer kleverige honingdauw af: parkeer er liever niet onder en plant hem niet boven een terras.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
25–35 m
hoog
Bloei
juni
| Snoeimaanden | november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 25–35 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een zomerlinde?
- Groeivorm
- Boom van 25–35 m met een brede, koepelvormige kroon van zo’n 18 m.
- Blad
- Verspreid, scheef hartvormig, 6–15 cm, fijn gezaagd. Onderzijde lichtgroen en overal zacht behaard, met witte haarbosjes in de nerfoksels.
- Schors
- Grijs, fijn gegroefd. Jonge twijgen behaard.
- Bloem
- Trossen van 2–5 geurige gele bloemen aan een tongvormig schutblad, eind juni.
- Vrucht
- Harde, bolronde nootjes met 5 duidelijke ribben.
- Verschil met de winterlinde
- De winterlinde heeft een kleiner blad met een blauwgroene onderkant en roestbruine haarbosjes, en bloeit zo’n twee weken later.
- Verschil met de Hollandse linde
- De Hollandse linde (Tilia × europaea) is een kruising van beide lindes en wordt zeer veel aangeplant; ze toont tussenvormen.
Bloei: juni · Oogst en vruchten: april–juni · Snoeien: november–maart
Herkennen per kenmerk: Hartvormig blad · Scheve bladvoet
Lijkt op, maar is het niet
- Winterlinde Tilia cordata: kleiner blad met blauwgroene onderkant en roestbruine haarbosjes. Verschil met winterlinde
- Hollandse linde (Tilia × europaea): kruising van beide lindes, zeer veel aangeplant, met tussenvormen.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een topboom voor bijen: eind juni zoemt de hele kroon, en de imker oogst er lindehoning van.
- De bloemen geuren zoet en geven gedroogd de bekende lindebloesemthee.
- Verdraagt zware snoei heel goed: ideaal als leilinde voor privacy of als knotlinde.
- Kan eeuwen oud worden: een linde plant je voor je kleinkinderen.
- Een dichte kroon die in de zomer koele schaduw geeft.
Waar staat een zomerlinde graag?
- Zon tot halfschaduw.
- Voedselrijke, vochthoudende grond, het liefst kalkhoudend, zoals leem of klei; op arm, droog zand groeit hij matig.
- Plant hem niet boven een terras, oprit of parkeerplaats: bladluizen laten in de zomer kleverige honingdauw vallen.
- Reken op 25–35 m hoog en een kroon van zo’n 18 m: als vrije boom alleen voor een park, een erf of een heel ruime tuin. In een kleinere tuin kan hij als leilinde of knotlinde.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 30 m hoog, 18 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Winterlinde: Bloeit zo’n twee weken later: samen verlengen ze de lindebloei voor de bijen.
- Haagbeuk: Ook een boom die je in vorm snoeit: een haagbeukhaag naast een rij leilinden maakt een strakke tuinkamer.
- Spaanse aak: Een inheemse kleine boom of haag die net als de zomerlinde van kalkrijke grond houdt.
- Klimop: Groenblijvende bodembedekker voor de droge schaduw onder de dichte kroon.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Liever niet bij
- Zonminnende planten krijgen onder de dichte kroon te weinig licht: echte lavendel, struikhei, vlinderstruik, sleedoorn, blauwe bes, duindoorn, rimpelroos, brem
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zomerlinde?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
- Kies voor een laan of erf een jonge boom met kluit of blote wortels, en zet hem vast aan een boompaal met een boomband.
- Voor een leilinde koop je het best een boom die al op een rek is voorgevormd; plant ze op de breedte van het rek, zodat de takken van naburige bomen elkaar net raken.
- Meng wat compost door de plantgrond, maar geen verse mest.
- Geef water na het planten en de eerste twee à drie zomers bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste jaren bij droogte; een gevestigde linde redt zich op gewone tuingrond.
- Bemesten
- Niet nodig in goede grond; een laagje compost op de boomspiegel volstaat.
- Stamscheuten
- Linden maken veel scheuten aan de stamvoet en op de stam: knip ze in de zomer weg zodat de stam vrij blijft.
- Leivorm
- Bind de nieuwe scheuten van een jonge leilinde aan het rek en snoei elke winter wat buiten het raamwerk groeit.
- Bladluis
- Laat lieveheersbeestjes en sluipwespen hun werk doen: spuiten heeft bij een grote boom geen zin.
Tip: Geen plaats voor een boom van 30 m? Plant een rij leilinden langs de perceelsgrens: je krijgt een groen scherm op ooghoogte, de geur en de bijen, en je houdt ze met één winterse snoeibeurt per jaar in vorm.
Wanneer snoei je een zomerlinde?
Snoeimaanden: november–maart.
Wanneer: In de winterrust (november–maart). Stamscheuten knip je in de zomer weg.
Hoe:
- Een zomerlinde verdraagt zware snoei heel goed: knip bij een leilinde elke winter alle nieuwe scheuten terug tot op het raamwerk, en zet een knotlinde om de paar jaar af tot op de knot.
- Bij een vrije boom volstaat vormsnoei als hij jong is: één doorgaande leider, kruisende takken weg en geleidelijk opkronen tot de gewenste hoogte.
- Houd de stamvoet vrij van scheuten.
Let op: Een leilinde of knotlinde blijft werk: sla je enkele jaren over, dan worden de scheuten dik en is het terugsnoeien zwaar.
Vermeerderen
- Zaaien
- Linden kiemen traag en onregelmatig: zaai de vruchtjes in de herfst buiten in een zaaibak en heb geduld, vaak komen ze pas het tweede voorjaar op. Staat er een winterlinde in de buurt, dan kan de zaailing een kruising zijn.
- Afleggen
- Buig in de winter een laaghangende tak of stamscheut naar de grond en dek hem af met aarde; na een jaar heeft hij wortels en kan je hem lossnijden.
Hoe komt een zomerlinde de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- In de winter herken je hem aan de behaarde twijgen met dikke, roodachtige knoppen, waarop maar twee of drie knopschubben te zien zijn.
Ziektes en plagen
- Bladluis en roetdauw: De lindebladluis scheidt kleverige honingdauw af, waarop zwarte roetdauw groeit. Onschuldig voor de boom, wel lastig voor wat eronder staat.
- Spintmijt: In hete, droge zomers kleurt het blad brons en valt het vroeg. Geef jonge bomen water; een volwassen boom loopt het jaar erna gewoon weer uit.
- Rode spijkertjes op het blad: Kleine, rode puntgallen van een galmijt. Onschuldig: je hoeft niets te doen.
- Veel stamscheuten: Typisch voor linden. Knip ze in de zomer weg, anders verdwijnt de stam in een bos twijgen.
Het jaar rond
- Januari: Snoeien in de winterrust: leilinden en knotlinden in vorm knippen.
- Februari: Snoeien; plantseizoen als het niet vriest.
- Maart: Laatste maand om te snoeien en wortelgoed te planten.
- Mei: Het blad loopt uit; kijk naar bladluis.
- Juni: Bloei eind juni, vol bijen; pluk bloesem voor thee.
- Juli: Stamscheuten wegknippen; jonge bomen water geven bij droogte.
- Oktober: Gele herfstkleur; de vruchtjes vallen: zaaien.
- November: Plantseizoen; snoeien kan weer.
- December: Snoeien van leilinden en knotlinden.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Gedroogde lindebloesem geeft een bekende thee.
- Voor de natuur
- Topboom voor bijen: lindehoning.
- Hout
- Zacht, fijn hout, het favoriete hout van beeldsnijders.
- Tuin en landschap
- Laan- en dorpsboom, ook als leilinde tegen de gevel.
Let op: Bladluizen scheiden kleverige honingdauw af: parkeer er in de zomer liever niet onder.
Eetbaar en bruikbaar
- Bloesem (juni)
- Pluk de bloesem met het lichte schutblad erbij, op een droge dag, als de meeste bloempjes net open zijn en sterk geuren: in juni bij de zomerlinde, van eind juni tot half juli bij de winterlinde. Voor thee, siroop of een geurig bad. Laat genoeg hangen voor de bijen.
- Blad (april–mei)
- De jonge, zachte blaadjes in april en mei zijn rauw eetbaar, met een milde, wat slijmerige smaak: lekker in een salade of op een boterham.
- Bewaring
- Droog de bloesem in een dunne laag op een rooster of in een papieren zak, op een luchtige plek uit de zon, tot hij ritselt. Bewaar hem in een goed sluitende pot, donker, tot een jaar. Oude, bruine bloesem heeft zijn geur verloren.
Let op: Pluk geen bloesem van bomen langs drukke straten of van bomen die tegen bladluis bespoten worden. Gooi muffe of beschimmelde bloesem weg. Pluk niet meer dan je nodig hebt: linde is een belangrijke voedselbron voor bijen. Eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Lindebloesemthee (Thee · 1 kop · 10 min)
- Lindebloesemsiroop (Siroop · ± 1 liter · 30 min + 24 uur trekken)
- Lindebloesembad (Verzorging · 1 bad · 20 min)
- Lindebloesemlikeur (Likeur · ± 700 ml · 20 min + 2 weken trekken + 2 weken rijpen)
- Lentesalade met jonge lindebladeren (Gerecht · 2 porties · 15 min)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Lieveheersbeestjes
- Bladluizen op de plant zijn voedsel voor lieveheersbeestjes en hun larven.
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Lindebloesem is een bekende thee. Bloeit zo’n twee weken vroeger dan de winterlinde.
- Lindebloesem is een bekende thee. De zomerlinde bloeit zo’n twee weken vroeger dan de winterlinde.
- Lindehout is zacht en fijn: het favoriete hout van beeldsnijders.
- Het tongvormige schutblad werkt als een vleugel: de vruchtjes dwarrelen er draaiend mee naar beneden en waaien zo verder weg.
- Het tongvormige schutblad blijft aan de vruchtjes vast en werkt als een vleugel: de wind voert het trosje ronddraaiend mee.
- Platyphyllos komt van het Griekse platys (breed) en phyllon (blad): ‘met brede bladeren’.