
Foto: Toubib at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Loofboom · Kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
Winterlinde
Tilia cordata · ook: Kleinbladige linde
De winterlinde is onze andere inheemse linde, met kleinere bladeren dan de zomerlinde: scheef hartvormig, met een kale, blauwgroene onderkant en roestbruine haarplukjes in de nerfoksels. Begin juli bloeit hij met trossen van 5–10 geurige bloemen, waar bijen en hommels massaal op afkomen. Hij wordt 20–30 m hoog met een dichte kroon van zo’n 14 m en is minder kieskeurig dan de zomerlinde: hij groeit op zand, leem en klei. Linden waren van oudsher dorps- en gerechtsbomen. Als vrije boom is hij te groot voor een gewone tuin, maar als haag, leiboom of knotboom kan hij overal.
Let op: Net als bij de zomerlinde kunnen bladluizen in de zomer kleverige honingdauw laten vallen: niet boven een terras of oprit.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
20–30 m
hoog
Bloei
juli
| Snoeimaanden | november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 20–30 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli |
Herkennen
Hoe herken je een winterlinde?
- Groeivorm
- Boom van 20–30 m met een dichte, eironde tot koepelvormige kroon van zo’n 14 m.
- Blad
- Verspreid, scheef hartvormig, 3–8 cm, fijn gezaagd. Onderzijde blauwgroen en kaal, met roestbruine haarbosjes in de nerfoksels.
- Schors
- Grijs en fijn gegroefd.
- Bloem
- Trossen van 5–10 bloemen aan een tongvormig schutblad, begin juli.
- Vrucht
- Dunwandige nootjes zonder duidelijke ribben, tussen de vingers te breken.
- Verschil met de zomerlinde
- De zomerlinde heeft een groter blad met een zacht behaarde onderkant en witte haarbosjes, en harde vruchtjes met 5 ribben.
Bloei: juli · Oogst en vruchten: april–juli · Snoeien: november–maart
Herkennen per kenmerk: Hartvormig blad · Scheve bladvoet
Lijkt op, maar is het niet
- Zomerlinde Tilia platyphyllos: groter blad met een zachtbehaarde onderkant en witte haarbosjes. Verschil met zomerlinde
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Begin juli een feest voor bijen en hommels, als veel andere bloemen al uitgebloeid zijn.
- Minder kieskeurig dan de zomerlinde: groeit op bijna elke grond.
- Verdraagt de schaar goed: geschikt als haag, leiboom of knotboom.
- Een lange levensduur en een dichte, koele kroon.
- De bloesem geeft lindebloesemthee.
Waar staat een winterlinde graag?
- Zon tot halfschaduw.
- Bijna elke grond, van zand tot leem en klei, zuur of kalkrijk; best vochthoudend, maar niet blijvend nat.
- Reken op 20–30 m hoog en een kroon van zo’n 14 m: als vrije boom voor een park, een erf, een houtkant of een ruime tuin.
- In een kleinere tuin: als haag, leiboom of knotboom, die je elke winter kort houdt.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 25 m hoog, 14 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Zomerlinde: Bloeit twee weken eerder: samen geven ze de bijen weken langer lindebloesem.
- Hazelaar: Inheemse struik voor de rand of de onderlaag, die net als de linde als hakhout kan.
- Hulst: Groenblijvend en schaduwverdragend: een donkergroene onderbeplanting onder de linde.
- Zomereik: Samen een inheems bosje of houtkant met veel leven.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Liever niet bij
- Zonminnende planten krijgen onder de dichte kroon te weinig licht: echte lavendel, struikhei, vlinderstruik, sleedoorn, blauwe bes, duindoorn, rimpelroos, brem
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een winterlinde?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
- Voor een boom: een jonge boom met kluit of blote wortels, vastgezet aan een boompaal.
- Voor een haag: jonge plantjes (bosplantsoen van 60–80 cm), zo’n 3 per meter.
- Laat de wortels van wortelgoed niet uitdrogen: plant meteen, of sla de planten in vochtige grond in.
- Geef water na het planten en de eerste zomers bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste jaren bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Haag
- Knip een lindehaag elke winter in vorm; zo blijft hij dicht en smal.
- Stamscheuten
- Knip scheuten aan de stamvoet weg bij de wintersnoei.
- Bladluis
- Bladluizen en honingdauw komen voor, maar zijn onschuldig voor de boom.
Tip: Wil je een linde maar is een boom te groot? Plant een lindehaag: winterlinde verdraagt de schaar goed, wordt snel dicht en geeft je een groene wand die ook de bijen iets oplevert.
Wanneer snoei je een winterlinde?
Snoeimaanden: november–maart.
Wanneer: In de winterrust (november–maart).
Hoe:
- Snoei zoals de zomerlinde: hij verdraagt zware snoei goed en is ook geschikt als leiboom, knotboom en haag.
- Bij een leiboom knip je elke winter de nieuwe scheuten terug tot op het raamwerk; een haag knip je in vorm, iets smaller bovenaan dan onderaan.
- Een vrije boom heeft alleen vormsnoei nodig als hij jong is: één leider, kruisende takken weg, geleidelijk opkronen.
Let op: Begin met leivorm of knotten als de boom jong is: een volwassen vrije linde kan je achteraf niet meer in vorm dwingen.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai de vruchtjes in de herfst buiten in een zaaibak; ze kiemen traag en vaak pas het tweede voorjaar.
- Afleggen
- Een laaghangende tak of stamscheut die je in de winter in de grond legt, wortelt in een jaar.
Hoe komt een winterlinde de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- In de winter herken je linden aan de zigzaggende twijgen met eironde, vaak roodachtige knoppen.
Ziektes en plagen
- Bladluis en roetdauw: Honingdauw maakt wat eronder staat kleverig en wordt zwart door roetdauw. Onschuldig voor de boom.
- Spintmijt: In droge, hete zomers kleurt het blad bronsachtig en valt het vroeg. Geef jonge bomen water.
- Lindepijlstaart: Een grote, groene rups met een hoorntje achteraan, die wat blad eet. Onschuldig: laat hem met rust.
- Stamscheuten: Veel scheuten aan de voet: knip ze bij de wintersnoei weg.
Het jaar rond
- Januari: Snoeien: haag, leiboom of knotboom in vorm.
- Februari: Snoeien; plantseizoen als het niet vriest.
- Maart: Laatste maand om te snoeien en te planten.
- Mei: Het blad loopt uit.
- Juli: Bloei begin juli, vol bijen en hommels; bloesem plukken voor thee.
- Augustus: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Oktober: Gele herfstkleur; vruchtjes zaaien.
- November: Plantseizoen; snoeien kan weer.
- December: Snoeien van hagen en leibomen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Lindebloesemthee.
- Voor de natuur
- Bijen en hommels vliegen massaal op de bloei in juli.
- Hout
- Snijhout, en de bast werd vroeger tot touw gevlochten.
Eetbaar en bruikbaar
- Bloesem (juni–juli)
- Pluk de bloesem met het lichte schutblad erbij, op een droge dag, als de meeste bloempjes net open zijn en sterk geuren: in juni bij de zomerlinde, van eind juni tot half juli bij de winterlinde. Voor thee, siroop of een geurig bad. Laat genoeg hangen voor de bijen.
- Blad (april–mei)
- De jonge, zachte blaadjes in april en mei zijn rauw eetbaar, met een milde, wat slijmerige smaak: lekker in een salade of op een boterham.
- Bewaring
- Droog de bloesem in een dunne laag op een rooster of in een papieren zak, op een luchtige plek uit de zon, tot hij ritselt. Bewaar hem in een goed sluitende pot, donker, tot een jaar. Oude, bruine bloesem heeft zijn geur verloren.
Let op: Pluk geen bloesem van bomen langs drukke straten of van bomen die tegen bladluis bespoten worden. Gooi muffe of beschimmelde bloesem weg. Pluk niet meer dan je nodig hebt: linde is een belangrijke voedselbron voor bijen. Eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Lindebloesemthee (Thee · 1 kop · 10 min)
- Lindebloesemsiroop (Siroop · ± 1 liter · 30 min + 24 uur trekken)
- Lindebloesembad (Verzorging · 1 bad · 20 min)
- Lindebloesem-appelgelei (Gelei · ± 4 potjes van 250 ml · 45 min + 12 uur trekken)
- Gevulde lindebladeren met rijst (Gerecht · 4 porties (± 20 rolletjes) · 1 uur 15)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Lieveheersbeestjes
- Bladluizen op de plant zijn voedsel voor lieveheersbeestjes en hun larven.
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Linden zijn van oudsher dorps- en gerechtsbomen; onder de linde werd recht gesproken.
- De bast werd vroeger tot touw gevlochten, en het hout is geliefd bij houtsnijders.
- De wetenschappelijke naam cordata betekent ‘hartvormig’, naar de vorm van het blad.
- De lindepijlstaart, een grote nachtvlinder, dankt zijn naam aan de linde: zijn groene rups leeft vooral op lindebladeren.
- De Duitse stad Leipzig dankt zijn naam aan het Slavische woord voor linde, lipa: Lipsk betekende ‘plaats waar linden staan’.