Herkennen per kenmerk

Blad met een scheve voet: iep, linde of moerbei?

Begint de ene bladhelft merkbaar lager op de steel dan de andere, dan is het bijna altijd een iep of een linde (zomerlinde of winterlinde): een iep heeft ovaal, dubbel gezaagd en ruw blad, een linde hartvormig, fijn gezaagd blad.

12 soorten met dit kenmerk

  1. Iep Ulmus

    Loofboom

    Verspreid, eivormig met spitse top, dubbel gezaagd; de ene bladhelft begint duidelijk lager op de steel dan de andere. Vaak ruw aanvoelend.

    Inheems

  2. Zomerlinde Tilia platyphyllos

    Loofboom

    Verspreid, scheef hartvormig, 6–15 cm, fijn gezaagd. Onderzijde lichtgroen en overal zacht behaard, met witte haarbosjes in de nerfoksels.

    Inheems

  3. Winterlinde Tilia cordata

    Loofboom

    Verspreid, scheef hartvormig, 3–8 cm, fijn gezaagd. Onderzijde blauwgroen en kaal, met roestbruine haarbosjes in de nerfoksels.

    Inheems

  4. Ruwe iep Ulmus glabra

    Loofboom

    Verspreid, 8–16 cm, breed omgekeerd eivormig met een lange spitse top, vaak met twee extra zijpunten; dubbel gezaagd. Bovenzijde ruw als schuurpapier. De grootste bladhelft bedekt met een oortje de zeer korte bladsteel (2–5 mm).

    Inheems

  5. Gladde iep Ulmus minor

    Loofboom

    Verspreid, 4–10 cm, ovaal tot elliptisch met spitse top, dubbel gezaagd; bovenzijde glad en glanzend, onderzijde met witte haarbosjes in de nerfoksels. Zeer scheve voet; bladsteel 5–15 mm.

    Inheems

  6. Fladderiep Ulmus laevis

    Loofboom

    Verspreid, 6–12 cm, eivormig met een zeer scheve voet, scherp dubbel gezaagd met naar voren gebogen tanden; bovenzijde vrij glad, onderzijde zacht grijs behaard. Bladsteel 4–6 mm.

    Inheems

  7. Hollandse iep Ulmus × hollandica

    Loofboom

    Verspreid, 7–12 cm, eivormig met spitse top en scheve voet, dubbel gezaagd; bovenzijde glad tot wat ruw, vaak glanzend. Bladsteel 5–10 mm.

    Inheems

  8. Hollandse linde Tilia × europaea

    Loofboom

    Verspreid, 6–12 cm, scheef hartvormig, fijn gezaagd; onderzijde lichtgroen en grotendeels kaal, met witte tot lichtbruine haarbosjes in de nerfoksels.

  9. Krimlinde Tilia × euchlora

    Loofboom

    Verspreid, 5–10 cm, scheef hartvormig, fijn en scherp gezaagd; boven glanzend donkergroen, onder lichter met bruine haarbosjes in de nerfoksels.

  10. Zwarte moerbei Morus nigra

    Fruitboom

    Verspreid, 8–15 cm, breed hartvormig en vaak wat scheef aan de voet, met een grof gezaagde rand, soms gelobd; bovenkant ruw als schuurpapier, onderkant behaard.

  11. Chinese iep Ulmus parvifolia

    Loofboom

    Verspreid, 2–5 cm, elliptisch met een licht scheve voet, enkel gekarteld, leerachtig en glanzend donkergroen; blijft in zachte winters lang hangen.

  12. Toverhazelaar Hamamelis

    Struik

    Verspreid, 8–15 cm, breed ovaal met een scheve voet en een golvend getande rand; prachtige gele tot oranjerode herfstkleur.

Tip: Bij een linde hangen de bloemen en vruchtjes aan een tongvormig schutblad; bij een iep zitten ronde, platte gevleugelde vruchtjes al in het voorjaar aan de takken. Ruw hartvormig blad met bramen is een zwarte moerbei.

Verder in de determinatietabel

Twijfel je tussen twee?

Verder zoeken

Ook herkennen aan

Laden…