Grote klit (Arctium lappa)

Foto: Rasbak at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Grote klit

Arctium lappa

In andere talen: Grande bardane (Français) · Greater burdock (English)

Komt in België in het wild voor.

Grote klit is een forse, tweejarige plant van ruigten, bermen, rivieroevers, bosranden en verwaarloosde plaatsen op voedselrijke grond. In België is ze minder algemeen dan haar kleinere verwant, de kleine klit, maar je vindt ze verspreid over het hele land. Het eerste jaar vormt ze een rozet van enorme, hartvormige bladeren; het tweede jaar groeit een vertakte stengel tot 2 m met paarse bloemhoofdjes, omringd door omwindselbladen met haakjes. Die klitten blijven hangen aan vacht en kleren en inspireerden de uitvinding van het klittenband. Hommels, bijen en vlinders bezoeken de bloemen, en putters eten in herfst en winter de zaden.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1,5 m

    hoog, 1 m breed

  • Bloei

    juli–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en september
Hoogte1,5 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuli–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Tweejarig: het eerste jaar een grote bladrozet, het tweede jaar een sterk vertakte bloeistengel van 1–2 m.
Blad
Zeer groot, tot 50 cm, hartvormig met een golvende rand; bovenkant groen, onderkant grijs viltig. De steel van de onderste bladeren is massief, niet hol.
Bloem
Bolvormige hoofdjes van 3–4 cm met paarse buisbloemen, op lange stelen in een losse, schermvormige tuil, omringd door groene omwindselbladen met haakvormige toppen. Van juli tot september.
Vrucht/Zaad
Langwerpige, grijsbruine nootjes met een korte pluis, die in de klit blijven zitten: het hele hoofdje haakt zich vast en verspreidt zo de zaden.
Wortels
Een lange, dikke penwortel die diep de grond in gaat.
Verwarring met
Kleine klit (Arctium minus) heeft kleinere hoofdjes van 1,5–2,5 cm op korte stelen, meer in trosjes langs de stengel, en holle bladstelen. Groot hoefblad heeft ook enorme, onderaan grijze bladeren, maar groeit op natte plaatsen en bloeit in het vroege voorjaar, voor het blad verschijnt.

Bloei: juli–september · Snoeien: maart en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Rijke nectarbron in juli–september voor hommels, bijen, zweefvliegen en dagvlinders.
  • Putters en andere vinken plukken in herfst en winter de zaden uit de uitgebloeide hoofdjes.
  • Imposante structuurplant voor een wilde hoek, met enorme bladeren die schaduw en beschutting geven aan kleine dieren.
  • De wortel is in Japan een gekweekte groente, gobo, en werd vroeger ook in Europa gegeten.
  • Een prachtig voorbeeld van zaadverspreiding door dieren, om aan kinderen te tonen.

Waar staat een grote klit graag?

  • In het wild: ruigten, bermen, rivier- en slootoevers, bosranden, erven en braakliggende grond.
  • Zon tot halfschaduw.
  • Normale, diepe en voedselrijke grond; ze houdt van stikstofrijke plekken.
  • Geef ze ruimte: een plant in bloei is al snel 1 m breed. Een wilde hoek, een ruige zoom of de rand van een boomgaard is ideaal.

Mooi samen met

  • Grote kaardebol: Nog een stoere tweejarige structuurplant, waarvan putters de zaden eten.
  • Grote brandnetel: Voor een wilde hoek, met waardplanten voor de rupsen van dagpauwoog en atalanta.
  • Koninginnekruid: Roze schermen in de nazomer, op dezelfde rijke grond.
  • Boerenwormkruid: Gele knoopjes in de nazomer voor een ruige zoom.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een grote klit?

  1. Koop zaad van wilde herkomst bij een kwekerij voor inheemse planten of oogst een paar rijpe klitten in een tuin.
  2. Zaai ter plaatse, want de penwortel verplant slecht. Zaai in september–oktober of in maart–april.
  3. Leg de zaden per twee of drie op 1 cm diepte, met 80–100 cm tussen de groepjes, en dun later uit tot één plant.
  4. Geef water tot de kiemplantjes goed groeien; daarna is het niet meer nodig.
  5. Zet de plant niet langs een pad waar honden lopen, want de klitten raken in hun vacht.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur.

Verzorgen

Water
Alleen bij jonge plantjes; de diepe penwortel haalt zelf water.
Bemesten
Niet nodig; ze groeit al graag op rijke grond.
Zaad laten vallen
Laat een paar hoofdjes staan voor de putters; knip de rest af als je geen zaailingen wilt.
Opruimen
Na de zaadzetting sterft de plant af. Steek de penwortel uit of laat hem in de grond verteren.
Woekeren
Trek zaailingen in het voorjaar uit zolang de penwortel nog klein is.

Tip: Wil je grote klit voor de vogels maar niet in de vacht van je hond, zet ze dan achteraan in een wilde hoek, achter een lage haag of een takkenwal, waar je dieren niet langs strijken.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart en september.

Wanneer: In september de klitten afknippen als je ze niet wilt; in maart de dorre stengels weg.

Hoe:

  • Knip uitgebloeide hoofdjes af voor ze bruin en kleverig worden als je geen zaailingen of klitten in de vacht van je hond wilt.
  • Laat een paar stengels met klitten staan voor de vogels.
  • Knip de afgestorven stengels in maart aan de voet af.
  • Haal de grote bladeren van het eerste jaar niet weg: de rozet heeft ze nodig om het jaar erna te bloeien.

Let op: Draag handschoenen en oude kleren: de klitten haken overal in.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Oogst rijpe, bruine klitten in september–oktober, pluk het zaad eruit met handschoenen aan en zaai in de herfst of het voorjaar ter plaatse.
Zelfuitzaai
Vallen de klitten in de buurt, dan komen er vanzelf zaailingen op.

Hoe komt een grote klit de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Eerstejaarsplanten trekken in; de penwortel overwintert en loopt in het voorjaar weer uit.
  • Tweedejaarsplanten sterven na de zaadzetting af, maar de droge stengels met klitten blijven staan.
  • Putters en andere vinken zoeken in de winter de zaden op.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.

Ziektes en plagen

  • Klitten in de vacht: Honden, katten en paarden komen thuis met klitten in de vacht. Knip de hoofdjes af of zet de plant uit de buurt van paden.
  • Te veel zaailingen: Op rijke grond zaait ze zich flink uit. Trek zaailingen jong uit.
  • Bladluis: Kolonies op stengels en bladeren; lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven ruimen ze op.
  • Meeldauw: Wit poeder op de grote bladeren in de nazomer; onschuldig voor een plant die toch afsterft.

Het jaar rond

  • Maart: Dorre stengels afknippen. Ter plaatse zaaien.
  • April: De rozetten lopen weer uit. Zaailingen uitdunnen.
  • Mei: Bij tweedejaarsplanten schieten de bloeistengels omhoog.
  • Juli: Begin van de bloei: hommels en vlinders.
  • Augustus: Volle bloei.
  • September: Klitten afknippen als je geen zaailingen wilt. Zaad oogsten en zaaien.
  • Oktober: De klitten rijpen; putters komen de zaden halen.
  • December: Droge stengels met klitten blijven staan voor de vogels.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Het klittenband werd in de jaren 1940 bedacht door de Zwitserse ingenieur George de Mestral, nadat hij na een wandeling met zijn hond de haakjes van klitten onder de microscoop had bekeken.
  • In Japan wordt de wortel als groente geteeld onder de naam gobo.
  • De geslachtsnaam Arctium komt waarschijnlijk van het Griekse arktos, beer, naar de ruwe, harige hoofdjes.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…