
Foto: No machine-readable author provided. Pere prlpz assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 2.5 · bron
Grasachtige plant · Grassenfamilie (Poaceae)
Boskortsteel
Brachypodium sylvaticum
In andere talen: Brachypode des bois (Français) · False brome (English)
Komt in België in het wild voor.
Boskortsteel is een inheems bosgras van 30–90 cm dat losse, overhangende pollen vormt in loofbossen, bosranden, holle wegen en langs schaduwrijke hagen. In België is hij vrij algemeen op leem- en kalkrijke grond, zoals in de Leemstreek en in Wallonië; op arm zand in de Kempen is hij zeldzamer. Je herkent hem aan de frisse, geelgroene, zacht behaarde bladeren die sierlijk overbuigen, en aan de knikkende aar met lange, bijna ongesteelde aartjes met rechte naalden. Hij bloeit van juni tot augustus. Voor de schaduwtuin is hij een waardevol inheems siergras, en zijn blad is voedsel voor de rupsen van onder meer het bont zandoogje, het koevinkje en het groot dikkopje.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Losse pol van 30–90 cm, met overhangend blad en schuin opstijgende tot knikkende halmen; zonder uitlopers.
- Blad
- Breed lijnvormig, 6–12 mm, slap en overhangend, frisgroen tot geelgroen, met verspreide, zachte haren.
- Bloem
- Smalle, knikkende aar met 4–12 langwerpige aartjes van 2–4 cm, die bijna zonder steeltje aan de stengel zitten; elk kafje eindigt in een rechte naald van ongeveer 1 cm. Bloeit van juni tot augustus.
- Stengel
- Ronde halmen met behaarde knopen; ook de bladscheden zijn behaard.
- Vrucht/Zaad
- Langwerpige zaden met naalden, rijp in augustus–september; ze blijven makkelijk haken aan vacht en kleding.
- Verwarring met
- Gevinde kortsteel staat stijf rechtop, heeft stuggere bladeren en groeit in zonnige kalkgraslanden. Ruwe dravik heeft een vertakte, overhangende pluim in plaats van een aar. Hondstarwe heeft een aar met aartjes die plat tegen de stengel liggen en vrijwel kale bladeren.
Bloei: juni–augustus · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Waardplant van het bont zandoogje, het koevinkje en het groot dikkopje, drie vlinders van bosranden en hagen.
- Een van de weinige inheemse grassen die het goed doen in schaduw en halfschaduw onder bomen en struiken.
- Sierlijke, overhangende pollen met frisgroen blad: een inheems alternatief voor exotische siergrassen.
- De pollen blijven de hele winter staan en bieden beschutting aan overwinterende rupsen en andere insecten.
- Kenmerkend voor bosranden en houtkanten op leem- en kalkrijke grond: hij maakt een nieuwe bosrand meteen natuurlijker.
Waar staat een boskortsteel graag?
- In het wild: loofbossen, bosranden, kapvlakten, holle wegen, houtkanten en schaduwrijke bermen.
- Halfschaduw tot schaduw; in de zon alleen als de grond vochtig blijft.
- Frisse, humusrijke, liefst lemige of kalkrijke grond; matig voedselrijk.
- In de tuin: onder struiken, aan de rand van een bosje, langs een haag of in een schaduwborder.
Mooi samen met
- Bosanemoon: Wit bloementapijt in maart–april, voor het gras uitgroeit.
- Mannetjesvaren: Stevige varenbladeren naast het overhangende gras in de schaduw.
- Gele dovenetel: Gele bloemen in mei voor hommels, op dezelfde frisse bosgrond.
- Ruig klokje: Blauwe klokken in de zomer aan de bosrand.
- Geel nagelkruid: Kleine gele bloempjes en haakvruchtjes in de halfschaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een boskortsteel?
- Koop planten bij een kwekerij van inheemse planten, of zaad van inheemse herkomst.
- Zaai in september–oktober in potjes of rechtstreeks op losse, onkruidvrije grond en hark het zaad licht in.
- Plant in maart–april of september–oktober, 30–40 cm uit elkaar, in groepjes van 3–5 voor een natuurlijk effect.
- Werk wat bladcompost door de grond als die arm of zandig is.
- Geef het eerste seizoen water bij droogte; daarna redt hij zich zelf.
- Steek nooit planten uit in bossen of natuurgebieden.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Later in de schaduw zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; een laag afgevallen blad in de herfst is genoeg.
- Bladafval
- Laat herfstblad tussen de pollen liggen: het voedt de bodem zoals in een bos.
- Zaad laten vallen
- Hij zaait zich makkelijk uit. Wil je dat niet, knip dan de aren af in augustus, voor het zaad rijp is.
- Opruimen
- Knip of kam oud, verdord blad pas in maart weg, voor het nieuwe blad uitloopt.
Tip: Plant boskortsteel in een groepje onder een haag of struikenrand en laat de pollen tot maart staan: zo maak je een bosrand waar het bont zandoogje en het koevinkje hun eitjes leggen.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor het nieuwe blad verschijnt.
Hoe:
- Knip de pol terug tot 10 cm boven de grond, of kam het dode blad er met gehandschoende vingers uit.
- Laat de oude pollen en halmen de hele winter staan: ze beschermen insecten en de rupsen in de pol.
- Knip de aren in augustus af als je geen zaailingen wilt.
Let op: Knip niet in de herfst: in de pollen overwinteren rupsjes van onder meer het koevinkje en het groot dikkopje.
Vermeerderen
- Zaad
- Rijpt in augustus–september; zaai in de herfst, het kiemt in het voorjaar.
- Delen
- In maart–april een pol uitsteken en met een spade in 2–4 stukken delen.
Hoe komt een boskortsteel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Het blad verkleurt geelbruin, maar blijft in zachte winters deels groen.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- In de pollen overwinteren rupsjes van graslandvlinders, kevers en spinnen.
Ziektes en plagen
- Uitzaaien: In een vochtige, schaduwrijke tuin zaait hij zich flink uit. Wied zaailingen in het voorjaar of knip de aren tijdig af.
- Droogte: In volle zon op droge grond verdort het blad in de zomer. Verplant naar halfschaduw of mulch met bladcompost.
- Roest: Oranje of bruine roest op het blad in de nazomer; meestal onschuldig. Knip aangetast blad in maart mee weg.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad wegknippen. Planten of delen.
- April: Nieuw, frisgroen blad loopt uit.
- Mei: Rupsen van het koevinkje en het bont zandoogje eten van het blad.
- Juni: Begin van de bloei met knikkende aren.
- Juli: Bloei. Bont zandoogje en koevinkje vliegen langs de bosrand.
- Augustus: Zaad rijpt; aren afknippen als je geen zaailingen wilt.
- September: Zaaien of planten.
- Oktober: Het blad verkleurt geel; herfstblad laten liggen.
- December: Rust; pollen laten staan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Brachypodium betekent ‘kort voetje’ (Grieks brachys en podion): de aartjes zitten op heel korte steeltjes, vandaar ook de Nederlandse naam kortsteel.
- In het westen van de Verenigde Staten, waar hij werd ingevoerd, geldt boskortsteel als een lastige invasieve soort in bossen.
- Een naaste verwant, het eenjarige Brachypodium distachyon, is een modelplant waarmee wetenschappers granen zoals tarwe bestuderen.