
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
Bittere veldkers
Cardamine amara
In andere talen: Cardamine amère (Français) · Large bitter-cress (English)
Komt in België in het wild voor.
Bittere veldkers is een vaste plant van bronnen, beken en natte bossen. In het wild groeit ze langs beekoevers, in kwelzones, elzenbroekbossen en natte, beschaduwde graslanden, vaak met de voeten in sijpelend water. In België is ze plaatselijk vrij algemeen in beekdalen en bronbossen; in de polders en de duinen is ze zeldzaam. Je herkent ze aan de witte bloemen met opvallend paarse helmknoppen en aan de geveerde bladeren langs de hele stengel, zonder bladrozet aan de voet. Ze bloeit in het voorjaar en is een waardplant van het oranjetipje: een mooie aanwinst voor een natte, schaduwrijke hoek of een vijveroever.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
april–juni
| Snoeimaanden | juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Vaste plant van 20–60 cm met kruipende, wortelende uitlopers en opstijgende, kale tot licht behaarde stengels.
- Blad
- Geveerd, met 2–5 paar ovale tot hoekige, licht getande deelblaadjes en een iets groter eindblaadje; ook langs de stengel. Tijdens de bloei geen bladrozet aan de voet.
- Bloem
- Witte bloemen van 1–1,5 cm in een losse tros, met vier kroonblaadjes en opvallend paarse helmknoppen, van april tot juni.
- Vrucht/Zaad
- Smalle, rechtopstaande hauwen van 2–4 cm die bij rijpheid openspringen en de zaden wegschieten.
- Wortels
- Een kruipende wortelstok en uitlopers die op de knopen wortelen.
- Verwarring met
- Pinksterbloem heeft lila tot witte bloemen met gele helmknoppen en een rozet van bladeren aan de voet; ze groeit vaker in open grasland. Witte waterkers heeft kleinere witte bloemen met gele helmknoppen, een holle stengel en bloeit later, van mei tot september.
Bloei: april–juni · Snoeien: juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Waardplant voor de rupsen van het oranjetipje en het klein geaderd witje, die hun eitjes op de bloemstelen en bladeren leggen.
- Vroege nectar en stuifmeel in april–mei voor bijen, zweefvliegen en vlinders.
- Een van de weinige bloeiers voor natte schaduw: langs een beek, bron of vijver onder bomen.
- Een kenmerkende plant van bronnen en kwel: waar ze groeit, komt vaak zuiver grondwater aan de oppervlakte.
- Met haar kruipende stengels vormt ze een losse, groene mat die een natte oever bedekt.
- Bloeit na de dotterbloem en voor de hoge zomerkruiden: een witte bloemenzee in het natte voorjaarsbos.
Waar staat een bittere veldkers graag?
- In het wild langs bronnen, beken en sloten, in kwelzones en elzenbroekbossen, vaak in sijpelend water.
- Ook in natte, beschaduwde hooilanden en ruigtes in beekdalen.
- In de tuin: halfschaduw tot schaduw; in de zon alleen als de grond altijd nat blijft.
- Natte tot drassige, humusrijke grond: zand, leem of klei, matig zuur tot kalkrijk.
- Ideaal aan een vijveroever, in een moeraszone of langs een greppel, tot een paar centimeter onder water.
Mooi samen met
- Dotterbloem: Gele bloemen in maart–april aan dezelfde natte oever, net voor de veldkers.
- Paarbladig goudveil: Lage, goudgroene mat voor de natste schaduwplekjes bij een bron.
- Moerasvergeet-mij-nietje: Hemelsblauwe bloempjes aan de waterkant, van mei tot in de herfst.
- Pinksterbloem: Ook een waardplant van het oranjetipje, voor het zonnigere, natte grasland ernaast.
- Moerasspirea: Hoge, geurige zomerbloei die de plek vult als de veldkers uitgebloeid is.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bittere veldkers?
- Graaf nooit planten uit in het wild: koop ze bij een kwekerij voor inheemse planten of vijverplanten.
- Plant in maart–april of in september–oktober in natte grond aan de rand van een vijver, beek of greppel.
- Zet de planten 25–30 cm uit elkaar; met hun uitlopers vullen ze de ruimte vanzelf.
- Zaaien kan ook: zaai vers zaad in de zomer of de herfst op natte, open grond, of in een bakje dat je in een schaal water zet.
- Houd de grond na het planten altijd nat: uitdrogen is het grootste gevaar.
- Laat er wat ruigte rond staan, zodat de rupsen van het oranjetipje zich in de buurt kunnen verpoppen.
Verzorgen
- Water
- Nooit laten uitdrogen. Aan een vijver of beek zorgt de natuur ervoor; op een drassige plek in de border geef je water in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. Afgevallen blad en bladcompost zijn genoeg.
- Woekeren
- Ze breidt zich uit met kruipende uitlopers, maar blijft beheersbaar: trek of steek te ver uitgegroeide stukken in het voorjaar los.
- Maaien
- Maai een nat hooiland pas na de zaadzetting, vanaf juli, en voer het maaisel af.
- Rupsen sparen
- Laat de stengels en de ruigte in de zomer staan: oranjetipjes verpoppen vaak op stengels in de buurt en overwinteren als pop.
Tip: Plant bittere veldkers in de schaduw en pinksterbloem in het zonnige natte gras ernaast: zo vindt het oranjetipje overal in je tuin waardplanten.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juli.
Wanneer: Weinig nodig. Knip in juli de verdorde bloeistengels weg als je dat wil, nadat het zaad is gevallen.
Hoe:
- Knip de oude bloeistengels kort boven de bladeren af.
- Laat een deel van de stengels en de ruigte rond de plant staan voor overwinterende poppen van het oranjetipje.
- Haal te ver uitgegroeide uitlopers in het voorjaar of de herfst weg.
Let op: Maai of knip niet in april–juni: dan zitten er eitjes en rupsen van het oranjetipje op de bloeistengels.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of september: steek een stuk van de mat met wortels en uitlopers los en plant het meteen op een natte plek.
- Uitlopers
- Kruipende stengels wortelen op de knopen. Knip een beworteld stuk los en plant het over.
- Zaad
- Zaai vers zaad in de zomer of de herfst op natte grond en houd het altijd vochtig.
Hoe komt een bittere veldkers de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- De bloeistengels sterven af; de plant overwintert met haar kruipende wortelstokken, en in zachte winters blijven er vaak wat groene blaadjes.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C; natte grond bij een bron bevriest zelden diep.
- Laat de ruigte er rond staan: poppen van het oranjetipje overwinteren aan stengels in de buurt.
Ziektes en plagen
- Uitdrogen: Slap of geel blad in de zomer. Kies een plek die altijd nat blijft, of geef water.
- Slakken: Ze vreten aan jong blad in het voorjaar. Meestal geen probleem; padden, lijsters en egels helpen.
- Rupsen: Rupsen van het oranjetipje of het klein geaderd witje eten van de hauwen en bladeren. Laat ze: daarvoor plant je haar.
- Overgroeiing: In een te droge of zonnige ruigte verdwijnt ze onder brandnetels en grassen. Houd de plek nat en maai rondom.
Het jaar rond
- Maart: Planten of scheuren. Nieuwe bladeren verschijnen.
- April: Begin van de bloei. Oranjetipjes vliegen en leggen eitjes.
- Mei: Volle bloei. Zoek de oranje eitjes en groene rupsen op de bloemstelen.
- Juni: Laatste bloei; de hauwen rijpen.
- Juli: Het zaad springt uit de hauwen. Verdorde bloeistengels eventueel wegknippen.
- Augustus: Water geven als de plek uitdroogt.
- September: Planten of scheuren. Te ver uitgegroeide uitlopers weghalen.
- November: Rust. Ruigte laten staan voor overwinterende poppen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam amara betekent bitter in het Latijn: de bladeren smaken bitterder en scherper dan waterkers.
- De wetenschappelijke naam van het oranjetipje, Anthocharis cardamines, verwijst naar de veldkersen, zijn belangrijkste waardplanten.
- De paarse helmknoppen zijn het snelste kenmerk: zo onderscheid je haar in één oogopslag van witte pinksterbloemen en waterkers.