
Foto: James K. Lindsey, CC BY-SA 3.0 · bron
Varen · Paardenstaartfamilie (Equisetaceae)
Lidrus
Equisetum palustre
In andere talen: Prêle des marais (Français) · Marsh horsetail (English)
Komt in België in het wild voor.
Lidrus is een kleine, slanke paardenstaart van natte graslanden, moerassen, slootkanten, natte duinvalleien en oevers. In België is hij vrij algemeen op natte plekken, van de polders en rivierdalen tot de Kempen en de Ardennen. Je herkent hem aan de dunne, diep gegroefde groene stengels van 20–60 cm, met regelmatige kransen van een handvol zijtakjes en losse scheden met zwarte, wit gerande tanden. De stompe sporenkegel staat bovenaan een gewone groene stengel, soms ook aan de zijtakjes. Hij is de giftigste inheemse paardenstaart en bij boeren berucht in hooiland, maar in een natuurtuin hoort hij bij het echte natte grasland, samen met dotterbloem en echte koekoeksbloem.
Let op: Giftig voor grazende dieren, vooral paarden en runderen, ook gedroogd in hooi of kuilvoer. Plant hem niet bij weides of hooiland en gebruik maaisel met lidrus nooit als voer of strooisel. Niet eetbaar. Graaf nooit planten uit in het wild.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,5 m breed
| Snoeimaanden | maart en september |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende plant zonder bloemen, met slanke, rechtopstaande groene stengels uit een diepe, kruipende wortelstok; groeit in losse groepen.
- Stengel
- 20–60 cm hoog en 1–3 mm dik, met 5–10 diepe ribben; de holte in het midden is klein. Regelmatige kransen van schuin opstaande zijtakjes, soms onvertakt.
- Blad
- Vergroeid tot losse, iets wijde, groene scheden rond de knopen, met 4–12 zwarte tanden met een brede, witte, vliezige rand.
- Sporen
- In mei–juli een stompe, zwartachtige sporenkegel van 1–3 cm op de top van een gewone groene stengel, soms ook aan de zijtakjes; er zijn geen aparte sporenstengels.
- Wortels
- Zwarte, vertakte wortelstokken die diep in de natte grond kunnen gaan; afgebroken stukjes lopen weer uit.
- Verwarring met
- Heermoes groeit op drogere grond, heeft in maart–april aparte bruine sporenstengels, en het eerste lid van zijn zijtakjes is langer dan de stengelschede; bij lidrus is het korter. Holpijp is veel dikker, glad en bijna helemaal hol.
Snoeien: maart en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Hij hoort bij soortenrijke natte hooilanden en moerassen, en wijst op een natte bodem met een hoge grondwaterstand.
- Een fijne, sierlijke structuur tussen moerasplanten en grassen aan een vijverrand of in een natte hoek.
- De groepen stengels en de natte grond eronder geven beschutting aan kikkers, padden en andere kleine dieren.
- Een levend fossiel: paardenstaarten bestaan al honderden miljoenen jaren en zijn verwant aan de boomhoge planten van de steenkoolwouden.
- In een natuurtuin met een natte hoek komt hij vaak vanzelf, als teken dat de grond echt nat is.
Waar staat een lidrus graag?
- In het wild: natte hooilanden en weiden, moerassen, slootkanten, natte duinvalleien, oevers en natte bosranden.
- Natte tot drassige grond met een hoge grondwaterstand, van klei en leem tot zand en veen.
- Zon tot halfschaduw.
- In de tuin: alleen geschikt voor een natte hooilandhoek, een moeraszone of een vijverrand, ver weg van weides en van hooi voor dieren.
Mooi samen met
- Dotterbloem: Goudgele bloemen in april in hetzelfde natte grasland.
- Pinksterbloem: Lila bloemen in april–mei en waardplant voor het oranjetipje.
- Echte koekoeksbloem: Roze, gerafelde bloemen in mei–juni tussen de fijne stengels.
- Moerasvergeet-mij-nietje: Hemelsblauwe bloempjes langs de natte rand, de hele zomer lang.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een lidrus?
- Denk goed na: lidrus is giftig voor vee. Plant hem niet in of naast een weide of hooiland waarvan het gras naar dieren gaat.
- Graaf nooit planten uit in het wild. Vraag ernaar bij een kwekerij van inheemse water- en moerasplanten; in een natte natuurtuin verschijnt hij ook vaak vanzelf.
- Plant in april–mei in natte grond aan de vijverrand of in een moeraszone, in een plantmand als je hem wilt inperken.
- Zet de wortelstok 3–5 cm diep en druk de grond goed aan; reken op 3–5 planten per vierkante meter.
- Houd de grond het hele eerste jaar nat.
Verzorgen
- Water
- De grond moet nat blijven; in een moeraszone of aan een vijver regelt dat zich vanzelf.
- Bemesten
- Niet nodig: op voedselarme, natte grond blijft de vegetatie soortenrijk.
- Maaien
- Maai een natte hooilandhoek één keer per jaar in september, of in juli en september, en voer het maaisel af. Gebruik het nooit als voer of strooisel voor dieren.
- Woekeren
- Hij breidt zich langzaam uit met diepe wortelstokken. Trek stengels buiten de gewenste plek telkens weg: zo verzwakt de wortelstok.
- Oude stengels
- Laat ze in de winter staan als beschutting en knip ze in maart af.
Tip: Twijfel je tussen lidrus en heermoes? Kijk naar het onderste stukje van een zijtakje: is het korter dan de schede van de stengel ernaast, dan is het lidrus.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en september.
Wanneer: In september bij het maaien van de natte hoek; oude stengels aan de vijverrand knip je in maart af.
Hoe:
- Maai of knip de stengels af net boven de grond en voer het maaisel af.
- Laat in de natte hoek telkens een strook staan als schuilplaats voor kleine dieren.
- Leg het maaisel zonder wortelstokken op de composthoop, nooit bij het hooi of het strooisel voor dieren.
- Aan de vijverrand: knip in maart de oude, bruine stengels af, voor de nieuwe verschijnen.
Let op: Lidrus blijft ook gedroogd in hooi giftig: geef maaisel met lidrus nooit aan paarden, runderen of andere plantenetende dieren.
Vermeerderen
- Wortelstok delen
- In april–mei een stuk wortelstok met jonge stengels afsteken en meteen in natte grond planten.
- Sporen
- In mei–juli. De groene sporen blijven maar kort kiemkrachtig; strooi ze meteen op natte, kale grond. Lastig en traag.
Hoe komt een lidrus de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De stengels sterven in de herfst af; de plant overwintert als wortelstok diep in de natte grond.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- Laat de oude stengels en een deel van het natte grasland in de winter staan als beschutting voor kleine dieren.
- In april komen de nieuwe, groene stengels weer boven.
Ziektes en plagen
- Giftig voor vee: Het grootste probleem in hooiland: ook gedroogd blijft hij schadelijk. Houd hem uit hooi en weide en voer het maaisel apart af.
- Woekeren: De wortelstokken gaan diep en zijn moeilijk uit te graven. Plant in een mand of trek nieuwe stengels steeds weg.
- Verdroging: Bij een dalende grondwaterstand verdwijnt hij of blijft hij klein. Hij heeft echt een natte plek nodig.
- Verwarring met heermoes: Heermoes is een hardnekkig onkruid in moestuinen en op drogere grond. Kijk naar de zijtakjes en de scheden om ze uit elkaar te houden.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels aan de vijverrand afknippen.
- April: Nieuwe stengels komen boven. Planten of delen.
- Mei: Sporenkegels op de toppen van de stengels.
- Juni: Sporen. Stengels buiten de gewenste plek wegtrekken.
- Juli: Laatste sporenkegels. De grond nat houden bij droogte.
- September: De natte hoek maaien en het maaisel afvoeren, nooit als voer.
- Oktober: De stengels verkleuren en sterven af.
- December: Rust onder de grond.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam lidrus betekent ‘gelede rus’: rus is een oud woord voor bies, zoals in pitrus, en de stengel bestaat uit leden die je bij de knopen uit elkaar kunt trekken.
- Palustre betekent ‘van het moeras’.
- De giftige stof in lidrus wordt bij het drogen niet afgebroken: daarom is hij ook in hooi nog schadelijk, anders dan bijvoorbeeld boterbloemen, die gedroogd onschuldig worden.