
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)
Kaal knopkruid
Galinsoga parviflora
In andere talen: Galinsoga à petites fleurs (Français) · Gallant-soldier (English)
Komt in België in het wild voor.
Kaal knopkruid is een snelgroeiend, eenjarig kruid uit de composietenfamilie dat oorspronkelijk uit de Andes in Zuid-Amerika komt. Het is bij ons al lang ingeburgerd en is nu een van de meest voorkomende onkruiden in moestuinen, op akkers en in plantsoenen op losse, voedselrijke grond. Je herkent het aan de tegenoverstaande, eironde, getande bladeren en aan de piepkleine bloemhoofdjes van 3–6 mm, met een geel hart en meestal vijf korte, witte straalbloempjes met drie tandjes. Het kiemt en bloeit razendsnel, zodat er meerdere generaties per jaar groeien. Kleine bijen en zweefvliegen bezoeken de bloemetjes, en in Colombia is het een geliefd soepkruid.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,4 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–november
| Hoogte | 0,4 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, ingeburgerd |
| Bloei | juni–november |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig, 10–60 cm, rechtop en sterk vertakt, vaak een losse bos.
- Blad
- Tegenoverstaand, eirond, 2–7 cm, ondiep getand, met drie duidelijke nerven en een kort steeltje; bijna kaal.
- Bloem
- Piepkleine hoofdjes van 3–6 mm op dunne steeltjes, met een geel hart van buisbloempjes en meestal vijf witte straalbloempjes van 1–2 mm met drie tandjes.
- Vrucht/Zaad
- Zwarte nootjes van 1–2 mm; die uit het hart dragen een kransje van franjeachtige schubjes.
- Stengel
- Rond, groen, vertakt, met hooguit enkele aanliggende haartjes.
- Verwarring met
- Harig knopkruid lijkt sterk op deze soort, maar heeft stengels en bladeren vol afstaande, deels klierige haren. Kleine kamille-achtigen hebben fijn verdeeld blad in plaats van eironde bladeren.
Bloei: juni–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juni tot de eerste vorst en levert nectar en stuifmeel voor kleine bijen en zweefvliegen.
- Eetbaar: de jonge toppen en bladeren kun je kort koken als spinazie of in soep gebruiken.
- Een goede aanwijzer: waar het welig groeit, is de grond los, vochtig en rijk aan voedingsstoffen.
- Bedekt kale grond snel, maar laat zich met de schoffel makkelijk wegwerken.
- Een levend stukje plantengeschiedenis: het ontsnapte rond 1800 uit Europese botanische tuinen en verspreidde zich over het hele continent.
Waar staat een kaal knopkruid graag?
- In het wild op akkers, in moestuinen, kwekerijen, plantsoenen en op braakland, vooral op omgewerkte grond.
- Zon tot halfschaduw.
- Losse, vochthoudende en voedselrijke grond: zand, leem of humusrijke tuingrond.
- Het verdraagt geen vorst en geen gesloten grasmat: het heeft open grond en een warme zomer nodig.
Mooi samen met
- Phacelia: Een groenbemester die kale grond snel bedekt, zodat knopkruid minder kans krijgt, en die bijen en hommels lokt.
- Goudsbloem: Bloeit even lang en is een betere stuifmeelbron voor bijen en zweefvliegen in de moestuin.
- Boekweit: Groeit snel op lege bedden, verdringt kiemend onkruid en lokt zweefvliegen.
- Echte kamille: Een eenjarige met witte hoofdjes, voor wie de moestuin ruimer met wilde bloemen wil omranden.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kaal knopkruid?
- Planten is niet nodig: knopkruid komt vanzelf, met grond, compost, schoenen en gereedschap.
- Wil je het als groente telen, zaai dan na de laatste vorst, van mei tot juli, dun op losse grond en hark het licht in.
- Het kiemt binnen een week of twee bij warm weer; dun uit tot 15–20 cm tussen de planten.
- Oogst de jonge toppen 4–6 weken na het zaaien, voor de plant bloeit. Pluk alleen planten die je zeker herkent.
- Geef water bij droogte als je wilt oogsten; anders is het niet nodig.
- Graaf nooit planten uit in de natuur: neem zaad uit je eigen tuin of van een bekende.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig; voor een malse oogst wel water geven bij droogte.
- Bemesten
- Niet nodig: het groeit al welig op voedselrijke grond.
- Woekeren
- Eén plant geeft duizenden zaden en er groeien meerdere generaties per jaar. Schoffel bij droog weer, zodat de planten verdorren, en altijd voor de bloei.
- Mulchen
- Een dikke mulchlaag van stro, grasmaaisel of bladcompost tussen de groenten houdt het grotendeels weg.
- Oogsten
- Pluk regelmatig de jonge toppen: dat houdt de plant compact en voorkomt dat ze zaad zet.
Tip: Schoffel knopkruid op een droge, zonnige ochtend en laat nooit één plant bloeien: zo daalt de zaadvoorraad in je grond elk jaar zichtbaar.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig: het is een eenjarige plant. Wied van mei tot oktober, telkens voor de planten bloeien.
Hoe:
- Schoffel jonge planten weg op een droge, zonnige dag; ze verdorren dan meteen.
- Trek grotere planten uit en laat ze niet liggen: uitgetrokken planten met bloemen kunnen nog zaad rijpen en opnieuw wortelen in vochtige grond.
- Planten met bloemen of zaad horen bij het gft-afval, niet op een koude composthoop.
Let op: Wacht niet tot de plant bloeit: binnen enkele weken na de bloei valt er al rijp zaad.
Vermeerderen
- Zaad
- Vermeerdert zich alleen met zaad, maar wel uitzonderlijk snel: zaad kiemt meteen bij warm weer, en nieuwe planten bloeien al na 6–8 weken. De zaden verspreiden zich met grond, compost, schoenen en gereedschap, en een deel blijft enkele jaren kiemkrachtig.
Hoe komt een kaal knopkruid de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- De eerste nachtvorst doet alle planten zwart worden en afsterven.
- Het overwintert alleen als zaad in de grond en kiemt pas weer als de grond in mei warm wordt.
- Zaai na de oogst een winterharde groenbemester: bedekte grond geeft minder knopkruid in het volgende jaar.
Ziektes en plagen
- Massaal opkomen: Vooral in moestuinen op rijke grond. Schoffel elke twee à drie weken, mulch en laat nooit planten zaad zetten; na enkele jaren daalt de zaadvoorraad duidelijk.
- Meegesleept zaad: Komt mee met compost en grond. Gebruik goed verhitte compost en reinig gereedschap en schoenen na het werken in een besmet bed.
- Opnieuw wortelen: Uitgetrokken planten die op natte grond blijven liggen, schieten opnieuw wortel. Haal ze altijd weg.
- Bladluis: Soms luizen op de toppen. Onschuldig; lieveheersbeestjes en zweefvliegen ruimen ze op.
Het jaar rond
- Mei: Eerste kiemplanten als de grond warm wordt. Zaaien als groente.
- Juni: Begin van de bloei. Schoffelen en mulchen tussen de groenten.
- Juli: Volle bloei; een nieuwe generatie kiemt. Jonge toppen oogsten.
- Augustus: Bloei en zaadzetting. Wieden voor de bloei.
- September: Bloei. Schoffelen bij droog weer.
- Oktober: Laatste bloei. Groenbemester zaaien op lege bedden.
- November: De eerste vorst doet de planten afsterven.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht is genoemd naar Mariano Martínez de Galinsoga, een Spaanse arts en plantkundige uit de achttiende eeuw. De Engelse naam ‘gallant-soldier’ is een verbastering van Galinsoga.
- In Engeland heet het ook ‘Kew weed’: het werd eind achttiende eeuw gekweekt in de botanische tuin van Kew en ontsnapte van daaruit.
- In Bogotá is het onder de naam guascas een onmisbaar kruid in de traditionele kippensoep ajiaco.