
Foto: No machine-readable author provided. ArtMechanic assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Balsemienfamilie (Balsaminaceae)
Reuzenbalsemien
Impatiens glandulifera
In andere talen: Balsamine de l’Himalaya (Français) · Himalayan balsam (English)
Komt in België in het wild voor.
Reuzenbalsemien is een forse eenjarige plant uit de Himalaya die in de 19e eeuw als tuinplant naar Europa kwam en nu in België massaal verwilderd is langs beken, rivieren en sloten, in vochtige bossen en in ruigtes. Hij wordt 1–2,5 m hoog, met dikke, glazige, roodachtige stengels, lancetvormige bladeren in kransen van drie en roze tot paarse, helmvormige bloemen van juli tot oktober. Rijpe zaaddozen springen bij aanraking open en schieten de zaden meters ver weg. Het is een invasieve exoot op de Europese lijst: hij vormt dichte, hoge velden die inheemse oeverplanten verdringen. Plant of zaai hem dus nooit en trek hem uit voor hij zaad zet.
Let op: Invasieve exoot op de Europese lijst: plant, zaai of verspreid hem nooit en geef geen zaad door. Trek hem uit voor de zaaddozen rijp zijn en voer planten met bloemen of zaad af in een dichte zak bij het restafval, niet op de composthoop.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
2 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | mei–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, een invasieve exoot |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarige plant van 1–2,5 m, met een rechte, dikke stengel en een ondiep wortelstelsel.
- Blad
- Lancetvormig, 10–20 cm, fijn gezaagd, tegenoverstaand of in kransen van drie, met kleine, rode klieren aan de voet van het blad.
- Bloem
- Roze, paars of soms wit, 2,5–4 cm, helmvormig met een korte spoor, in trossen aan lange stelen in de bladoksels; zoete geur.
- Vrucht/Zaad
- Knotsvormige zaaddozen van 2–3 cm die bij rijpheid bij de minste aanraking openspringen en de zaden tot enkele meters ver wegschieten.
- Stengel
- Hol, glazig en sappig, roodachtig, tot 3 cm dik, met wortels aan de onderste knopen.
- Verwarring met
- Groot springzaad is inheems, kleiner (30–80 cm), met gele bloemen en verspreid staande bladeren. Klein springzaad heeft kleine, bleekgele bloemetjes. Grote kattenstaart heeft paarse bloemaren en geen helmvormige bloemen.
Bloei: juli–oktober · Snoeien: mei–augustus
In je tuin
Wat je moet weten
- Herkennen loont: hoe vroeger je hem uittrekt, hoe minder werk je later hebt.
- Hij staat op de Europese lijst van invasieve exoten: plant of verspreid hem nooit.
- Dichte velden verdringen inheemse planten op oevers en in vochtige bossen.
- In de winter sterft hij af en blijven kale oevers achter, die makkelijker afkalven.
- Zijn rijke nectar kan hommels weglokken van inheemse planten in de buurt.
- Gelukkig is hij makkelijk uit te trekken: de wortels zitten ondiep en het zaad blijft maar een paar jaar kiemkrachtig.
Waar staat een reuzenbalsemien graag?
- In het wild: oevers van beken en rivieren, sloten, vochtige bossen, ruigtes en natte bermen.
- Groeit in zon en halfschaduw, op vochtige, voedselrijke grond.
- In de tuin hoort hij niet thuis: duikt hij op, trek hem dan meteen uit.
- Let op in tuinen langs een beek: zaden komen binnen met hoog water of met aangevoerde grond.
Beter in de plaats
- Grote kattenstaart: Inheems alternatief: paarse aren aan de waterkant van juli tot september, rijk aan nectar voor bijen.
- Koninginnekruid: Inheems alternatief: roze schermen in juli–augustus, een vlindermagneet langs het water.
- Moerasspirea: Inheems alternatief: geurende, romige pluimen in de zomer op natte grond.
- Gele lis: Inheems alternatief: gele bloemen in mei–juni aan de waterkant.
Onderhoud
Zo verwijder je hem
- Plant of zaai reuzenbalsemien nooit en geef geen zaad door: hij staat op de Europese lijst van invasieve exoten.
- Trek de planten uit van mei tot augustus, voor de zaaddozen rijp zijn. Dat gaat makkelijk, want de wortels zitten ondiep.
- Lukt uittrekken niet, maai of knip de stengels dan onder de onderste knoop af, zo laag mogelijk; anders lopen ze opnieuw uit.
- Leg uitgetrokken planten zonder bloemen of zaaddozen op een droge plek op een hoop, met de wortels omhoog, zodat ze niet opnieuw wortelen. Planten met bloemen of zaaddozen gaan in een dichte zak bij het restafval.
- Werk van stroomopwaarts naar stroomafwaarts en kijk na 2–3 weken opnieuw voor gemiste of nagekomen planten.
- Herhaal dit minstens twee tot drie jaar, tot er geen zaailingen meer opkomen, en neem nooit rijpe zaaddozen mee op je kleren.
Bestrijden
- Uittrekken
- De beste methode: van mei tot augustus de hele plant met wortels uittrekken, voor de zaaddozen rijp zijn.
- Maaien
- Maai grote velden voor de bloei, zo laag mogelijk, onder de onderste knoop. Te hoog maaien geeft nieuwe zijscheuten die alsnog bloeien.
- Afvoeren
- Planten zonder zaad mogen op een droge plek verdrogen; planten met bloemen of zaad gaan in een dichte zak bij het restafval.
- Nazorg
- Kom na 2–3 weken terug: late kiemers en gemiste planten bloeien tot in oktober.
- Inheems inzaaien
- Zaai of plant na het opruimen inheemse oeverplanten, zodat de kale grond snel bedekt raakt.
Tip: Trek reuzenbalsemien uit in juni, net voor de bloei: de planten zijn dan groot genoeg om ze allemaal te zien, maar ze hebben nog geen zaad.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: mei–augustus.
Wanneer: Uittrekken of maaien van mei tot augustus, voor de zaaddozen rijp zijn.
Hoe:
- Trek planten met wortels en al uit; ze komen er makkelijk uit.
- Maai of knip onder de onderste knoop, zo dicht mogelijk bij de grond.
- Knik of breek uitgetrokken stengels, zodat ze op vochtige grond niet opnieuw wortelen.
- Kom na 2–3 weken terug voor nagekomen planten.
Let op: Wacht niet tot de zaaddozen rijp zijn: bij aanraking schieten ze de zaden meters ver weg en verspreid je hem juist.
Hoe hij zich verspreidt
- Zaad
- Elke plant vormt honderden tot duizenden zaden, die de openspringende zaaddozen tot enkele meters ver wegschieten.
- Langs water
- Zaden drijven en worden met de stroming ver meegevoerd; daarom groeit hij vooral langs beken en rivieren.
- Stengels en grond
- Afgebroken stengels kunnen op vochtige grond opnieuw wortelen, en zaden reizen mee met aangevoerde grond, schoenen en maaimachines.
Hoe komt een reuzenbalsemien de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Eenjarig: de plant sterft bij de eerste nachtvorst af en verdwijnt helemaal.
- Alleen de zaden overwinteren in de grond; ze kiemen massaal in maart–april.
- Op oevers waar hij domineerde, blijft in de winter kale grond achter die makkelijk afspoelt.
Ziektes en plagen
- Dichte velden: Ze verdringen inheemse planten. Trek ze elk jaar voor de bloei uit, tot de zaadvoorraad in de grond uitgeput is.
- Nieuwe aanvoer: Zaden spoelen aan van hoger gelegen oevers. Werk samen met buren en meld grote haarden aan je gemeente.
- Hergroei na maaien: Te hoog afgemaaide stengels lopen opnieuw uit vanuit de knopen. Maai onder de onderste knoop.
- Kale oevers: Na het verwijderen ligt de grond open. Zaai of plant inheemse oeverplanten tegen afkalven en nieuwe kieming.
Het jaar rond
- Maart: Massale kieming langs de waterkant.
- April: Zaailingen herkennen; ze zijn nu nog klein.
- Mei: Jonge planten uittrekken; ze komen nu heel makkelijk uit.
- Juni: Uittrekken voor de bloei. Stroomopwaarts beginnen.
- Juli: Eerste bloemen. Uittrekken of laag maaien voor er zaaddozen rijpen.
- Augustus: Nakijken op gemiste planten. Planten met zaaddozen in een dichte zak afvoeren.
- September: Late bloei. Opnieuw controleren.
- Oktober: Eerste nachtvorst: de planten sterven af. Plekken noteren voor volgend jaar.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Impatiens betekent ‘ongeduldig’: de rijpe zaaddozen springen bij de minste aanraking open.
- In het Engels heet hij ook policeman’s helmet, naar de vorm van de bloem, die op een Britse politiehelm lijkt.
- Het is een van de grootste eenjarige planten van Europa: in één seizoen groeit hij van zaadje tot een plant van 2 m of meer.