Geelhartje (Linum catharticum)

Foto: No machine-readable author provided. Aroche assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 2.5 · bron

Kruidachtige plant · Vlasfamilie (Linaceae)

Geelhartje

Linum catharticum

In andere talen: Lin purgatif (Français) · Fairy flax (English)

Komt in België in het wild voor.

Geelhartje is een heel tenger, eenjarig of tweejarig plantje met draaddunne stengels en kleine witte bloempjes met een geel hart. Het groeit in schrale, open graslanden op kalkrijke of lemige grond: in kalkgraslanden, in de duinen en duinvalleien, op dijken en in schrale hooilanden. In België is het vrij algemeen in de duinen en op de kalk in het zuiden, maar elders eerder zeldzaam. Je herkent het aan de kleine, tegenoverstaande bladeren, iets wat bij geen enkele andere inheemse vlas voorkomt, en aan de knikkende bloemknopjes. Het is een goede aanwijzer van schrale, onbemeste grond en een pareltje voor wie een kort, bloemrijk grasland heeft.

Let op: Geelhartje werkt bij inname sterk laxerend en kan giftig zijn. Eet het niet en gebruik het niet als middel; let vooral op bij jonge kinderen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,15 m

    hoog, 0,05 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en september
Hoogte0,15 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Tenger, rechtopgaand plantje van 5–25 cm, met één of enkele draaddunne stengels die bovenaan gaffelvormig vertakken.
Blad
Klein, langwerpig tot lancetvormig, 5–12 mm, kaal, met één nerf; de bladeren staan tegenover elkaar, wat bij geen andere inheemse vlas het geval is.
Bloem
Wit, 4–6 mm breed, met vijf kroonblaadjes en een geel hart, in losse trosjes; de knoppen knikken voor ze opengaan.
Vrucht/Zaad
Bolle doosvruchtjes van 2–3 mm met kleine, platte, glanzende zaadjes.
Wortels
Een fijne, korte penwortel.
Verwarring met
Vogelmuur en andere muurachtigen hebben ook kleine witte bloemen, maar met diep gespleten kroonblaadjes en zonder geel hart. Liggend walstro heeft bladeren in kransen en bloempjes met vier kroonblaadjes. Geelhartje: vijf ongedeelde witte kroonblaadjes, een geel hart en tegenoverstaande blaadjes.

Bloei: juni–augustus · Snoeien: maart en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een kenplant van schraal, kalkrijk grasland: waar geelhartje groeit, is de grond arm aan meststoffen en meestal rijk aan andere wilde planten.
  • Bloeit van juni tot augustus met tientallen kleine witte sterretjes in een korte grasmat.
  • De bloempjes worden bezocht door kleine vliegen en kevertjes, maar bestuiven zichzelf ook; voor insecten is het dus een bescheiden plant.
  • Past perfect in een rotstuin, een schraal stukje gazon op kalkrijke grond of een duintuin.
  • Werd historisch als laxeermiddel gebruikt, vandaar de naam catharticum; nu is het vooral een plantje om van te genieten.

Waar staat een geelhartje graag?

  • In het wild in kalkgraslanden, grijze duinen en duinvalleien, op dijken, in schrale hooilanden en op kalkrijk open terrein.
  • Volle zon en een lage, open begroeiing: in hoog gras verdwijnt het.
  • Schrale, kalkrijke of lemige grond, droog tot vochtig; in de duinen ook op zand met kalk uit schelpen.
  • In de tuin: een schrale, kalkrijke plek met kort gras, een grind- of rotstuin of een stukje duintuin.

Mooi samen met

  • Kleine pimpernel: Een andere plant van kalkgrasland, met fijn geveerd blad.
  • Gewone rolklaver: Gele bloemen in hetzelfde korte grasland en waardplant voor het icarusblauwtje.
  • Echt duizendguldenkruid: Roze sterretjes op dezelfde schrale, open grond.
  • Grasklokje: Blauwe klokjes in een kort, schraal grasland.
  • Grote tijm: Een laag, geurend kussen dat dezelfde zon en schrale grond wil, en veel bijen trekt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een geelhartje?

  1. Koop zaad van inheemse herkomst bij een kwekerij voor wilde planten, eventueel in een mengsel voor kalkgrasland.
  2. Zaai in september–oktober, zodat het zaad de winter buiten doorbrengt; zaaien in maart kan ook.
  3. Strooi het zaad dun op kale, schrale grond of op open plekjes in een korte grasmat, en druk het aan zonder het te bedekken.
  4. Bemest niet en voeg geen compost toe: op rijke grond wordt geelhartje door andere planten overwoekerd.
  5. Houd het zaaibed de eerste weken licht vochtig.
  6. Graaf nooit plantjes uit in de duinen of in natuurgebieden; ze overleven verplanten ook slecht.

Verzorgen

Water
Niet nodig, behalve bij droogte vlak na het zaaien.
Bemesten
Nooit. Schrale grond is voor geelhartje een voorwaarde.
Maaien
Maai laat, in september, als de zaadjes rijp zijn, en voer het maaisel af. In maart mag je de grasmat nog een keer kort maaien.
Open plekjes
Het plantje kiemt alleen op open grond. Hark na het maaien wat mos en strooisel weg.
Zaad laten vallen
Laat het maaisel een paar dagen liggen, zodat de zaadjes uitvallen.

Tip: Geef geelhartje een stukje grond waar nooit mest komt, maai laat en hark daarna wat open plekjes: dan zaait het zich jaar na jaar zelf uit.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart en september.

Wanneer: Maai in september, na de zaadzetting, en eventueel nog een keer kort in maart.

Hoe:

  • Maai kort en voer het maaisel af na twee à drie dagen drogen.
  • Hark mos en strooisel weg, zodat er kiemplekjes ontstaan.
  • Houd de grasmat ook in de winter kort, zodat de jonge plantjes licht krijgen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
De enige manier. Verzamel in augustus de rijpe doosvruchtjes in je eigen tuin en strooi het zaad meteen uit op open, schrale plekjes.
Zelf uitzaaien
Op een geschikte plek houdt geelhartje zich jaar na jaar in stand door zelf uit te zaaien, als je laat maait.

Hoe komt een geelhartje de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Eenjarige planten sterven na de zaadzetting af.
  • Zaailingen uit de herfst overwinteren als kleine plantjes in de grasmat en bloeien de volgende zomer.
  • Het zaad is volledig winterhard.

Ziektes en plagen

  • Verdwijnt na een paar jaar: Te veel voedsel, te hoog gras of te weinig open grond. Verschraal, maai laat en hark open plekjes.
  • Overgroeid door gras: Maai in maart een keer extra en voer het maaisel altijd af.
  • Over het hoofd gezien: Het plantje is zo klein dat je het bij het wieden makkelijk uittrekt. Markeer de plek waar je zaaide.
  • Kiemt niet: Te diep gezaaid of de grond droogde uit. Zaai bovenop de grond, druk aan en houd de eerste weken vochtig.

Het jaar rond

  • Maart: Grasmat kort maaien. Zaaien kan nog.
  • April: Kiemplantjes groeien. Niet bemesten.
  • Mei: De plantjes schieten op.
  • Juni: Begin van de bloei.
  • Juli: Volle bloei: tientallen witte sterretjes in het korte gras.
  • Augustus: Laatste bloei. Rijpe doosvruchtjes en zaad verzamelen.
  • September: Maaien en maaisel afvoeren. Zaaien.
  • Oktober: Zaaien op open plekjes. Kiemplantjes verschijnen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam catharticum betekent ‘zuiverend’ of ‘laxerend’: het plantje werd vroeger als laxeermiddel gebruikt en heette in het Engels ook purging flax.
  • Het is familie van het vlas waaruit linnen gemaakt wordt, maar het is veel kleiner en heeft, anders dan de andere vlassoorten bij ons, tegenoverstaande bladeren.
  • De naam geelhartje verwijst naar het gele hart van de witte bloempjes; de Engelse naam fairy flax naar zijn sierlijke tengerheid.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…